Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
Genesis 1 Genesis 2 Genesis 3 Genesis 4 Genesis 5 Genesis 6 Genesis 7 Genesis 8 Genesis 9 Genesis 10 Genesis 11 Genesis 12 Genesis 13 Genesis 14 Genesis 15 Genesis 16 Genesis 17 Genesis 18 Genesis 19 Genesis 20 Genesis 21 Genesis 22 Genesis 23 Genesis 24 Genesis 25 Genesis 26 Genesis 27 Genesis 28 Genesis 29 Genesis 30 Genesis 31 Genesis 32 Genesis 33 Genesis 34 Genesis 35 Genesis 36 Genesis 37 Genesis 38 Genesis 39 Genesis 40 Genesis 41 Genesis 42 Genesis 43 Genesis 44 Genesis 45 Genesis 46 Genesis 47 Genesis 48 Genesis 49 Genesis 50Verse
Genesis 4:1 Genesis 4:2 Genesis 4:3 Genesis 4:4 Genesis 4:5 Genesis 4:6 Genesis 4:7 Genesis 4:8 Genesis 4:9 Genesis 4:10 Genesis 4:11 Genesis 4:12 Genesis 4:13 Genesis 4:14 Genesis 4:15 Genesis 4:16 Genesis 4:17 Genesis 4:18 Genesis 4:19 Genesis 4:20 Genesis 4:21 Genesis 4:22 Genesis 4:23 Genesis 4:24 Genesis 4:25 Genesis 4:26



Genesis 4:6 — De Heere tot Kain: Waarom zijt gij ontstoken?
Directe betekenis: God vraagt Kain waarom hij boos is en zijn gelaat somber is, als aanzet tot zelfkennis en bekering. Het accent ligt niet op straf, maar op de noodzaak van innerlijke hartstoestand en verantwoordiging voor de verkeerde emoties die leiden tot daad.
Context en achtergrond: Dit vers volgt het mislukte offer van Kaïn en de zegen die God schenkt aan Abel en zijn offer. Kaïn’ s boosheid en neerstaande gelaatsuitdrukking wijzen op een verstoord innerlijk leven. God neemt de kwestie serieus, omdat woede het menselijk hart kan ontregelen en uiteindelijk tot zonde kan leiden.
Interpretatieve aantekeningen:
Thematische samenvatting:
Cross-referenties en uitleg:
Vergelijkende inzichten uit oude commentators:
Matthew Henry stelt dat Gods vraag geen zege op Kaïn is, maar een dringend gericht tot zelfonderzoek en genade, opdat Kaïn tot inkeer zou komen. Albert Barnes benadrukt dat Gods openbare vraag de mens uitdaagt tot zelfbekering en dat boosheid vaak voortkomt uit ongehoorzaamheid. Adam Clarke wijst erop dat de toon van God genadig en onderwijzend blijft, zelfs wanneer hij de mens confronteert met de oorzaak van zijn fout.
Kernles en praktische toepassing: