Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
Genesis 1 Genesis 2 Genesis 3 Genesis 4 Genesis 5 Genesis 6 Genesis 7 Genesis 8 Genesis 9 Genesis 10 Genesis 11 Genesis 12 Genesis 13 Genesis 14 Genesis 15 Genesis 16 Genesis 17 Genesis 18 Genesis 19 Genesis 20 Genesis 21 Genesis 22 Genesis 23 Genesis 24 Genesis 25 Genesis 26 Genesis 27 Genesis 28 Genesis 29 Genesis 30 Genesis 31 Genesis 32 Genesis 33 Genesis 34 Genesis 35 Genesis 36 Genesis 37 Genesis 38 Genesis 39 Genesis 40 Genesis 41 Genesis 42 Genesis 43 Genesis 44 Genesis 45 Genesis 46 Genesis 47 Genesis 48 Genesis 49 Genesis 50Verse
Genesis 4:1 Genesis 4:2 Genesis 4:3 Genesis 4:4 Genesis 4:5 Genesis 4:6 Genesis 4:7 Genesis 4:8 Genesis 4:9 Genesis 4:10 Genesis 4:11 Genesis 4:12 Genesis 4:13 Genesis 4:14 Genesis 4:15 Genesis 4:16 Genesis 4:17 Genesis 4:18 Genesis 4:19 Genesis 4:20 Genesis 4:21 Genesis 4:22 Genesis 4:23 Genesis 4:24 Genesis 4:25 Genesis 4:26



Genesis 4:17 — Samenvatting van betekenis
Kain heeft een zoon Henoch verwekt bij zijn vrouw, en naar diens naam van de stad genoemd die hij bouwde. Het vers legt vast hoe menselijke voortzetting en stedelijke initiatief hand in hand gaan sinds de eerste Nachkommen van Adam en Eva, maar ook roept het vragen op over cultuurontwikkeling en de oorsprong van steden.
Contextueel achtergrond
Genesis 4 situeert de eerste familielijn na de zondeval. Kain, de landbouwer, brengt een zoon voort en bouwt een stad, wat een teken lijkt van toenemende menselijke activiteit en stabiliteit na de ervaringen van het land en de vruchten. Henoch wordt hier niet uitsluitend als mens voorgesteld, maar als geboorteteken van een plan—een stad vernoemd naar zijn zoon, wat wijst op een familie-erfenis en een poging tot orde en beschaving in een gegroeide samenleving.
Interpretatieve waarnemingen
Thematische richting
– De menselijke neiging tot werken, ordenen en steden maken. – De betekenis van namen als herinnering aan gezinslijnen. – De spanning tussen creatie-ambitie en toezicht van God in het scheppingsverhaal.
Verweven passages en korte uitleg
Kerncitaten van vroege commentatoren (korte verwijzingen)
Matthew Henry: Een korte opmerking over de menselijke neiging tot steden als uiting van werk en maatschappij, niet noodzakelijk van verlossing. “The devil upon a shoulder” is niet letterlijk tekst, maar de verklaring verwijst naar de menselijke bedoelingen bij het bouwen. (Let op: exacte korte citaten uit Henry, Barnes of Clarke kunnen kort genoemd worden als referenties maar niet als lange quotes.)
Kruisverwijzingen
Toelichting bij kruisverwijzingen: De eerste twee verwijzingen tonen hoe dit hoofdstuk de groei van menselijke samenleving inzet, terwijl de derde hint naar een bredere theologische visie op wat bouwen betekent: vooruitgang in menselijke activiteit kan passend worden ingezet tot eer van God, of misbruikt worden als uiting van eigen trots.
Praktische noodzaak
Het vers nodigt uit tot reflectie over ons eigen werk en onze ambities: bouwen we iets wat onze gemeenschap dient en eert God, of streven we naar menselijke trots en autonomie? Het is een oproep om wijsheid te zoeken bij het vormgeven van gemeenschappen—in aandacht voor rechtvaardigheid, ziekenzorg en waarheidslievende verhoudingen binnen familie en maatschappij.