Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiEzra 9:6 Uitleg van het Bijbelvers
Ezra 9:6 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers
En ik zeide: Mijn God, ik ben beschaamd en schaamrood, om mijn aangezicht tot U op te heffen, mijn God; want onze ongerechtigheden zijn vermenigvuldigd tot boven ons hoofd, en onze schuld is groot geworden tot aan den hemel.
Ezra 9:6 Bijbelcommentaar bij dit vers
*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.
Ezra 9:6 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten
Bekijk Bijbelteksten die door thema, onderwijs of context met dit vers verbonden zijn. Kruisverwijzingen helpen je om Schriftgedeelten met elkaar te vergelijken en de boodschap van het vers beter te begrijpen. Selecteer een afbeelding om de verwante Bijbeltekst, uitleg en het bijbehorende Bijbelcommentaar te bekijken.

Psalmen 38:4 (NLD) »
(38:5) Want mijn ongerechtigheden gaan over mijn hoofd; als een zware last zijn zij mij te zwaar geworden.

Openbaring 18:5 (NLD) »
Want haar zonden zijn de ene op de andere gevolgd tot den hemel toe, en God is harer ongerechtigheden gedachtig geworden.

2 Kronieken 28:9 (NLD) »
Aldaar nu was een profeet des HEEREN, wiens naam was Oded; die ging uit, het heir tegen, dat naar Samaria kwam, en zeide tot hen: Ziet, door de grimmigheid des HEEREN, des Gods uwer vaderen, over Juda, heeft Hij hen in uw hand gegeven, en gij hebt hen doodgeslagen in toornigheid, die tot aan den hemel raakt.
Ezra 9:6 - Een bescheiden bekeringstekst
Ezra uit zich in diepe besef van schuld en schaamt zich voor het gezicht van God vanwege de ongerechtigheden van het volk; hij erkent dat de schuld zo groot is dat zij de grenzen van menselijke hoop tasten en tot aan de hemel reikt.
Achtergrond en context
Ezra 9 plaatst ons in de periode na de terugkeer uit Babylonische ballingschap. De priesters en Levieten hebben zich aan de tempeldienst hersteld, maar het volk blijkt nog altijd verstrikt in afgoderij en ongehoorzaamheid. Ezra, als priester en instrument van Gods terugkeerplan, ontvangt bericht over deze ongerechtigheden en offert direct een innerlijk gebed van berouw en nederigheid. Het vers toont een collectieve erkenning: “onze ongerechtigheden” en “onze schuld”.
Interpretatieve observaties
Kernpunten in kort
Gerelateerde passages en korte uitleg
Aanwijzing voor het heden
Zoals Ezra erkent het volk zijn afhankelijkheid van Gods genade, zo worden gelovigen aangemoedigd om in elke sinvolle gemeenschap onze geestelijke gebreken te erkennen en naar zuivering te zoeken door berouw en gehoorzaamheid. Het gaat niet om zelfverontschuldiging, maar om de reiniging van het hart door God’s genade.
Voorgestelde korte citaat uit klassieke commentaren (exacte korte passages): “Onze ongerechtigheden zijn vermenigvuldigd tot boven ons hoofd” (Ezra 9:6; weergegeven in de vertaling). In deze periode benadrukte Matthew Henry het persoonlijk en collectief berouw als voorwaarde voor herstelling van de gemeenschap; Albert Barnes wijst op de ernst van zonde die het volk dichter bij straf en slavernij brengt; Adam Clarke benadrukt de noodzaak van vernedering en smeking om God’s gunst te herwinnen.
Eindconclusie
Ezra 9:6 biedt een krachtig voorbeeld van nederigheid voor de ziel: de erkenning van schuld, het besef dat zonde de relatie met God schaadt en de hoop die ligt in Gods vergeving. Het is een oproep tot innerlijk gebed dat leidt tot zuivering en hernieuwde toewijding aan de eredienst.