Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiEzra 9:15 Uitleg van het Bijbelvers
Ezra 9:15 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers
O HEERE, God van Israel! Gij zijt rechtvaardig; want wij zijn overgelaten ter ontkoming, als het is te dezen dage. Zie, wij zijn voor Uw aangezicht in onze schuld; want er is niemand, die voor Uw aangezicht zou kunnen bestaan, om zulks.
Ezra 9:15 Bijbelcommentaar bij dit vers
*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.
Ezra 9:15 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten
Bekijk Bijbelteksten die door thema, onderwijs of context met dit vers verbonden zijn. Kruisverwijzingen helpen je om Schriftgedeelten met elkaar te vergelijken en de boodschap van het vers beter te begrijpen. Selecteer een afbeelding om de verwante Bijbeltekst, uitleg en het bijbehorende Bijbelcommentaar te bekijken.

Johannes 8:24 (NLD) »
Ik heb u dan gezegd, dat gij in uw zonden zult sterven; want indien gij niet gelooft, dat Ik Die ben, gij zult in uw zonden sterven.

Johannes 8:21 (NLD) »
Jezus dan zeide wederom tot hen: Ik ga heen, en gij zult Mij zoeken, en in uw zonden zult gij sterven; waar Ik heenga, kunt gijlieden niet komen.

Ezra 9:15 — Samenvatting van betekenis
EZRA 9:15: O Here, God van Israël! Gij zijt rechtvaardig; want wij zijn overgelaten ter ontkoming, als het is te dezen dage. Zie, wij zijn voor Uw aangezicht in onze schuld; want er is niemand, die voor Uw aangezicht zou kunnen bestaan, om zulks.
Context en achtergrond
Deze beteugelde gebedssluiting spreekt aan het eind van Ezra’s hoofdstuk over de verontwaardiging van het volk door verbroken verbondswetten en de mislukking van de schepping van een zuiver volk voor God. Na periodes van ballingschap en terugkeer in Jeruzalem erkent Ezra dat de mensen in schuld staan vóór God en dat aan de mens de oorzaak ligt, terwijl God rechtvaardig blijft in Zijn veroordeling en vergeving. Het vers toont een eerlijke bekentenis van schuld, gevolgd door een erkenning van Gods gerechtigheid en genade.
Interpretatieve lijnen
- Schuld erkend, gerechtigheid bevestigd: Ezra stelt vast dat de redding die ze zoeken uitsluitend uit Gods movente en gerechtigheid komt. Dit is geen optimisme, maar een theologisch realisme: de mens ontbreekt aan rechtschapenheid om voor God te kunnen bestaan.
- Onaanvechtend afhankelijkheid: Het gebed benadrukt dat redding en ontkoming uitsluitend bij God liggen; er is geen mens die zonder genade kan standhouden voor Zijn aangezicht.
- Pleit voor genade: Ondanks de ernst van de zonde roept Ezra op tot Gods barmhartigheid, in lijn met de belofte dat Gods genade bron van verlossing blijft, zelfs wanneer het volk faalt.
Kernpunten in één korte lijst
Verwant bijbelgedeelten (met korte uitleg)
1) Psalm 51: Initieel bewijs van schuldgestalte en verzoek om genade; laat zien hoe bekering en erkenning van zonden de toegang tot Gods genade openen.
2) Daniël 9: Alomvattende bekentenis van het volk en verzoek om vergeving gebaseerd op Gods trouw aan Zijn verbond.
3) Jesaja 55:7-9: Gods genade overstijgt menselijke verwachting; Zijn gedachten zijn hoger dan de onze, en tot bekering is er hoop als zij tot Hem keren.
Verduidelijking van cross-referenties
– Psalm 51 wijst op een innerlijke zuivering als voorwaarde voor God’s genade; Ezra erkent dezelfde grond van de rechtvaardige God en de mens gezelschap in schuld.
– Daniël 9 laat zien hoe een volk in bekering en pleidooi voor vergeving Gods welgevallen vindt, terwijl Ezra het positieve zelfbeeld van de terugkeer onderstreept.
– Jesaja 55 waarom de boodschap van genade toegankelijk is voor allen die zich tot God wenden, ongeacht hun verleden.
Praktische toepassing
Het vers nodigt uit tot nederige gebeden: erken de eigen onmacht en zet vertrouwen in Gods rechtvaardigheid en genade. In christelijke zin betekent dit dat bekering en afhankelijkheid van God centraal blijven, juist in tijden van herstel en terugkeer.
Historische notitie over verschillende commentatoren (selectief, publiek domein): - Matthew Henry benadrukt dat God rechtvaardigheid en verdraagzaamheid tegelijk hand in hand heeft met het zwakke menselijk onvermogen. - Albert Barnes wijst op de noodzakelijkheid van een zuivere houding vóór God, zonder verontschuldigingen. - Adam Clarke ziet hierin een model van oprechte berouw en vertrouwen in God’s genade. (Exacte korte citaten uit deze commentaren zijn niet opgenomen in dit overzicht, maar hun kerninzichten vormen de basis van deze synthese.)