Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiEzra 7:14 Uitleg van het Bijbelvers
Ezra 7:14 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers
Dewijl gij van voor den koning en zijn zeven raadsheren gezonden zijt, om onderzoek te doen in Judea, en te Jeruzalem, naar de wet uws Gods, die in uw hand is;
Ezra 7:14 Bijbelcommentaar bij dit vers
*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.
Ezra 7:14 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten
Bekijk Bijbelteksten die door thema, onderwijs of context met dit vers verbonden zijn. Kruisverwijzingen helpen je om Schriftgedeelten met elkaar te vergelijken en de boodschap van het vers beter te begrijpen. Selecteer een afbeelding om de verwante Bijbeltekst, uitleg en het bijbehorende Bijbelcommentaar te bekijken.

Esther 1:14 (NLD) »
De naasten nu bij hem waren Carsena, Sethar, Admatha, Tharsis, Meres, Marsena, Memuchan, zeven vorsten der Perzen en der Meden, die het aangezicht des konings zagen, die vooraan zaten in het koninkrijk),

Deuteronomium 17:18 (NLD) »
Voorts zal het geschieden, als hij op den stoel zijns koninkrijks zal zitten, zo zal hij zich een dubbel van deze wet afschrijven in een boek, uit hetgeen voor het aangezicht der Levietische priesteren is;

Ezra 6:12 (NLD) »
De God nu, die Zijn Naam aldaar heeft doen wonen, werpe ter neder alle koningen en volken, die hun hand zullen uitstrekken, om te veranderen en te verderven dit huis Gods, dat te Jeruzalem is. Ik, Darius, heb het bevel gegeven, dat het spoediglijk gedaan worde.
Ezra 7:14 — Betekenis en context
Deze vers uitlegt waarom Ezra is gezonden door de koning en zijn raadsheren: hij is gestuurd om onderzoek te doen in Judea en Jeruzalem naar de wet van God, die in zijn hand is. In korte zin: Ezra is aangesteld als godsdienstig en wetgevend inspecteur om te controleren of de herbouw van de tempel en de terugkeer van het volk conform Gods geboden verloopt.
Contextueel kader
Ezra 7 volgt de terugkeer van een groep Joden onder leiding van Ezra, met de bedoeling de wet van God te onderrichten en te handhaven in Jeruzalem. De koning Artaxerxes geeft Ezra vrij met brieven en commissies. Deze passage benadrukt dat Ezra niet uit eigen beweging handelt, maar met mandaat van de koning en diens zeven raadsheren, wat de autoriteit en legitimiteit van zijn taak versterkt.
Interpretatieve opmerkingen
Kernpunten in korte vorm
Verbindingen met andere passages
Drie relevante verwijzingen met korte toelichting:
Beperkt praktische conclusie
Voor nu: wanneer goddelijke voorschriften centraal staan in bestuur, geldt dat toezicht en zorgvuldige naleving centraal staan. Gewissen bindt en bestuurlijk handelen tegelijk, zodat God’s orde in het publieke leven zichtbaar wordt.
Historisch-kernachtige notities
In lijn met oudeCOMMENTARIELE tradities wordt Ezra vaak gezien als voorbeeld van bekering en toewijding aan de wet. Multidisciplinair inzicht uit publieke bijbelcommentaren (Matthew Henry, Albert Barnes, Adam Clarke) benadrukt dat Ezra’s opdracht zowel vertrouwen in God als praktische verantwoordelijkheid vereist.
Toelichting op eventuele citaten uit bekende commentatoren (nadrukkelijk beperkt):
Uit Adam Clarke: beschrijft Ezra als „een priester en schrijver van de wetten” in dienst van God en koning. Uit Matthew Henry: de nadruk op goddelijke autoriteit en hervorming in het volk. Uit Albert Barnes: verweeft de koninklijke mandaat met goddelijke opdracht als basis voor retentie en toetsing van de wet.
Cross-referenties (verkort): Nehemia 8:1-3; Deuteronomium 17:18-20; Ezra 9:11-12 — elk toont een terugkerende thema van schriftelijk onderwijs, goddelijke wet en maatschappelijke ordening.