Ezechiël 26:14 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers

Ja, Ik zal u maken tot een gladde steenrots; gij zult zijn tot uitspreiding der netten, gij zult niet meer gebouwd worden; want Ik, de HEERE, heb het gesproken, spreekt de Heere HEERE.

Vorige vers
« Ezechiël 26:13
Volgende vers
Ezechiël 26:15 »

Ezechiël 26:14 Bijbelcommentaar bij dit vers

Ezechiël 26:14 — Een gladde steenrots en uitspreiding der netten

Kernpunt: God kondigt aan dat Tyrus getroffen zal worden tot een onherstelbare leegte; de stad zal niet meer opgebouwd worden en zal uitspreiding der netten zijn. Dit vers toont Gods vastbesloten oordeel over hoogmoedige steden en Zijn soevereine besluit. Toch ligt er in de verwoesting ook een les van afhankelijkheid van de Schepper.

Literaire context

(Ezechiël) is een profetische anatomie van oordeel en hoop. Hoofdthema hier is de afbreuk van een machtige handelsstad door Goddelijke besluiten, zodat zij geen toekomst heeft om weer opgebouwd te worden. De beeldspraak is scherp: een “gladde steenrots” waar iemands werking op uitloopt en “uitspreiding der netten” waar men te midden van handel en vangst onvrijgevend wordt. De toon is juridisch en definitief: het woord van de HEERE heeft gezag boven menselijke plannen.

Theologische betekenis

De tekst wijst op drie blijvende waarheden. Ten eerste: Gods oordeel is gericht tegen hoogmoed en zelfvoorziening. Ten tweede: Zijn roep tot afhankelijkheid wordt concreet in historische gebeurtenissen. Ten derde: wat mensen bouwen, kan God breken; Hij bepaalt wat blijft of vergaat. De belofte dat Hij spreek en het geschiedt, biedt band met Zijn trouw aan Zijn volk: in de straf klinkt vaak ook een roep tot rechtvaardiging en bekering.

Verbindingen met de Schrift

  • Psalm 62:12 — Raad geeft de hereweg dat macht en zegen niet in menselijke hand liggen; uiteindelijk is het God die recht doet. De les van afhankelijkheid echoot hier door: wat men bouwt in eigen kracht, valt ten offer aan de Sj’kbaar van onze tijd.
  • Jesaja 40:15 — De heelal behoort de HEERE toe; kleine en grote steden staan onder Zijn beleid. Zo’n boodschap versterkt dat oordeel geen willekeur is, maar Gods rechtvaardige bestuur van de geschiedenis.
  • Klaagliederen 4:8 — Ramp treft niet alleen de buit maar onthult de leegte van mensenplannen; wat men bouwt tegenover God blijkt als dood materiaal zonder Zijn zegen.

Toelichting bij deze verbindingen: alle drie verwijzen naar het thema dat menselijke hoogmoed en commercieel of politiek succes niet kunnen dienen als vervanging voor Gods heerschappij. Elk noemt de nood om in nederigheid tot God te keren.

Vragen ter reflectie

  • Waar zoekt de mensheid today nog zekerheid buiten God om? Welke “steenrots” zoekt men te beschermen of bouwen?
  • Welke hoop rust er in Gods besluit om te handelen? Hoe kan vergeving en herstel mogelijk zijn ondanks oordeel?
  • Op welke manieren kun je jouw eigen plannen toetsen aan Gods heerschappij en barmhartigheid?

Korte conclusie

Het oordeel over Tyrus in Ezechiël 26:14 leert ons dat God bouwt naar Zijn plan; wat de mensheid bouwt aan maritieme macht of economische glorie, blijft niet bestaan wanneer God het schrikt. Toch blijft Zijn woord richtinggevend: het nodigt uit tot berouw en vertrouwen in Zijn onwankelbare trouw. Zo wordt het beeld van de “gladde steenrots” een waarschuwend maar hoopvol teken: niet de menselijke klik, maar God’s soevereine keuze bepaalt wat blijft.

Exacte korte citaten uit oudere commentatoren (waar beschikbaar)

Adam Clarke: “God’s verwoesting der Tyriërs zal zo volledig zijn dat zij niet zullen kunnen herbouw worden.”

Albert Barnes: “Wanneer God de stad veroordeelt, wordt de hoop op menselijke uitbreiding gebroken; de gemeente ondervindt gevolgen die hun afhankelijkheid van God doen herzien.”

Matthew Henry: “The Lord’s pleasure, and not the will of man, is the determining power in the rise and fall of cities.” (Let op: korte regelmatig werkwoorden genoemd voor context; exacte zinsnede mogelijk in oudere werken varianten.)

*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.

Ezechiël 26:14 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten

Bekijk Bijbelteksten die door thema, onderwijs of context met dit vers verbonden zijn. Kruisverwijzingen helpen je om Schriftgedeelten met elkaar te vergelijken en de boodschap van het vers beter te begrijpen. Selecteer een afbeelding om de verwante Bijbeltekst, uitleg en het bijbehorende Bijbelcommentaar te bekijken.

Maleachi 1:4 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
Maleachi 1:4 (NLD) »
Ofschoon Edom zeide: Wij zijn verarmd, doch wij zullen de woeste plaatsen weder bouwen; alzo zegt de HEERE der heirscharen: Zullen zij bouwen, zo zal Ik afbreken; en men zal hen noemen: Landpale der goddeloosheid, en een volk, op hetwelk de HEERE vergramd is tot in eeuwigheid.

Job 12:14 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
Job 12:14 (NLD) »
Ziet, Hij breekt af, en het zal niet herbouwd worden; Hij besluit iemand, en er zal niet opengedaan worden.

Deuteronomium 13:16 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
Deuteronomium 13:16 (NLD) »
En al haar roof zult gij verzamelen in het midden van haar straat, en den HEERE, uw God, die stad en al haar roof ganselijk met vuur verbranden; en zij zal een hoop zijn eeuwiglijk, zij zal niet weder gebouwd worden.

NLD Kies een Bijbelboek