Ezechiël 23:21 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers

Alzo hebt gij weder opgehaald de schandelijke daad uwer jeugd, als die van Egypte uw tepelen betastten, vanwege de borsten uwer jeugd.

Vorige vers
« Ezechiël 23:20
Volgende vers
Ezechiël 23:22 »

Ezechiël 23:21 Bijbelcommentaar bij dit vers

Ezechiël 23:21 – Context en kernbetekenis

Het tweede hoofdstuk van deze parabelachtige passage draait om de verbeelding van ontrouw en schandaal in Israël, die zich afspeelt in een marionettenwereld van symbolen. In dit vers wordt gesproken over de terugkeer van een schandelijke daad uit de jeugd, en de vergelijking met de betrekkingen van Egypte. De profeet gebruikt deze beeldspraak om te laten zien hoe het volk telkens weer toelaat dat afgoderij en zondige invloeden hun leven bepalen, alsof men zich door vroegere wense­lijkheden en buitenlandse invloed laat leiden.

God ziet niet alleen de uiterlijke zonden, maar ook de herhaalde neiging van het volk om te wankelen telkens wanneer er verleiding is. De tekst wijst op een morele ernst: het volk herinnert zichzelf aan jeugdige schandelijkheden en herhaalt ze onder het mom van aantrekkelijkheid of macht. Gods rechtvaardigheid gaat hand in hand met Zijn barmhartige teweegbrenging: Hij laat de consequenties zien van afwijken van Zijn geboden, zodat het volk weer naar Hem terugkeert. Dit is geen mompelaar van wraakzucht, maar een weigh-in van gerechtigheid die waarschuwt en onderwijst.

  • Weder opgehaald de schandelijke daad: een terugkeer naar oud zondig gedrag, alsof men het opnieuw omarmt. Het beeld dient om te tonen dat afdwalen niet tijdelijk is, maar een patroon kan worden.
  • de schandelijke daad uwer jeugd: verwijst naar een vroegere periode van ongehoorzaamheid aan God, figuurlijk verbonden met afgoderij en immorele praktijken.
  • Egypte ... tepelen betasten: Egypte fungeert als symbool van wereldlijke invloeden en afhankelijkheid van vreemde machten. Het aanraken van tepels wijst op een sensueel en afhankelijkheidssignaal, een cultuur van verleidingen en ondeugdelijke begeerten.

- Hooglied en Ezechiël 16 gebruiken vergelijkbare taal om Israëls ontrouw te beschrijven en Gods verlangen naar zuiverheid. Hosea toont eveneens hoe Israël zich maar blijft wankelen tussen trouw en ontrouw.

In psychologisch opzicht reflecteert de boodschap op een innerlijk proces van bekering: erkennen dat men verstrikt is geraakt in verleidingen en weer terugkeren naar de betrouwbare zij van God.

Het vers roept op tot waakzaamheid tegen terugkerende zonde en het overnemen van buitenwereldse normen als goddelijke waarheden. Het spoort aan tot zuivering van invloeden die ons denken en handelen bepalen. God roept op tot heiliging en trouw, ondanks verleidingen uit de maatschappij, media of valse zekerheid. Gemeente en individuele gelovige worden aangemoedigd om bewuste keuzes te maken die gericht zijn op Gods orde en eer.

“Schandelijke daad”: aanduiding voor zondige handelingen en praktijken die choqueer en beledigen. “Jeugd”: vroegere staat van ongehoorzaamheid die gevoelig blijft voor herhaling. “Egypte”: beeld voor wereldlijk oordeel en afhankelijkheid van andere machten in plaats van vertrouwen op God.

Matthew Henry bekreunt over de terugkeer van oude zonden en ziet het als een waarschuwing dat men niet terugvalt in het vertrouwde maar gezonder en heiligheidsgericht moet wandelen. Albert Barnes benadrukt dat dit beeld niet duidt op wraak, maar op rechtvaardige goddelijke correctie zodat het volk zich bekeert. Adam Clarke wijst op de ernst van Israël's afdwalen en beluistert dat God orde en tucht handhaaft om zondige patronen te doorbreken.

1) Hosea 11:7–9 – Gods tucht en liefde in het uiteengerissen van het volk uit dwaling; toelichting op hoeGods rechtvaardigheid samengaat met barmhartigheid. Kernpunt: God zoekt terugkeer, niet verantwoording in blijvende zonde.

2) Hosea 2:14–16 – beeld van verwijding en uiteindelijke vernieuwing; hoe God de drijfveren van Israël onderbreekt om herstel mogelijk te maken. Kernpunt: ware vernieuwing vereist dat men afstand doet van afgodendienst.

3) Ezechiël 16:59–63 – herhaalde tekenen van ontrouw en uiteindelijke vergeving wanneer bekering komt; bemoediging voor hoop dat God genade schenkt ondanks vroegere zonden. Kernpunt: God is gerechtig, maar vol van genade voor wie zich bekeren.

*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.

Ezechiël 23:21 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten

Voor dit Bijbelgedeelte zijn nog geen afbeeldingen met kruisverwijzingen beschikbaar.

NLD Kies een Bijbelboek