Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
Exodus 1 Exodus 2 Exodus 3 Exodus 4 Exodus 5 Exodus 6 Exodus 7 Exodus 8 Exodus 9 Exodus 10 Exodus 11 Exodus 12 Exodus 13 Exodus 14 Exodus 15 Exodus 16 Exodus 17 Exodus 18 Exodus 19 Exodus 20 Exodus 21 Exodus 22 Exodus 23 Exodus 24 Exodus 25 Exodus 26 Exodus 27 Exodus 28 Exodus 29 Exodus 30 Exodus 31 Exodus 32 Exodus 33 Exodus 34 Exodus 35 Exodus 36 Exodus 37 Exodus 38 Exodus 39 Exodus 40Verse
Exodus 6:1 Exodus 6:2 Exodus 6:3 Exodus 6:4 Exodus 6:5 Exodus 6:6 Exodus 6:7 Exodus 6:8 Exodus 6:9 Exodus 6:10 Exodus 6:11 Exodus 6:12 Exodus 6:13 Exodus 6:14 Exodus 6:15 Exodus 6:16 Exodus 6:17 Exodus 6:18 Exodus 6:19 Exodus 6:20 Exodus 6:21 Exodus 6:22 Exodus 6:23 Exodus 6:24 Exodus 6:25 Exodus 6:26 Exodus 6:27 Exodus 6:28 Exodus 6:29 Exodus 6:30



Betekenis in één zin
Exodus 6:16 noemt de zonen van Levi, terwijl 6:17 specificeert dat de zonen van Gerson Libni en Simei zijn, ingedeeld naar hun familiale huizen.
Achtergrond en context
In Exodus 6 geeft Mozes een herhaling van de genealogieën en de afstamming van de stammen, voorafgaand aan de bevrijding uit Egypte. De Leviïeten worden onderverdeeld in drie zonen: Gersom, Koath en Merari, met hun respectieve kinderen en huisgezinnen. Exodus 6:16–17 legt uit wie de nakomelingen van Gersom zijn: Libni en Simei, met verwijzing naar hun huisgezinnen. Deze opsomming dient ordelijkheid en erfelijke afbakening te tonen, zodat de liturgische en familiale taken in latere jaren duidelijk toe te kennen zijn. Hoewel deze details in veel lezingen als feitelijke genealogieën kunnen lijken, geven ze ook inzicht in hoe God orde en structuur in Zijn volk stelt.
Interpretatieve opmerkingen
Kernpunten
Gerelateerde passages en korte toelichting
Exodus 6:16–20 toont vergelijkbare indelingen van Levi's zonen en hun familiehoofden, wat een patroon van toewijzing en dienst weerspiegelt. Numeri 3–4 gaat dieper in op de Levietische dienst en de indeling per klank en familie; zo wordt de praktische uitvoering van de eredienst in de woestijn zichtbaar. Psalm 68:28 en 132:10–12 verwijzen symbolisch naar de zegenende nalatenschap van God over Zijn volk en de orde in de eredienst, wat aansluit bij het principe van toewijzing en nageslacht in Exodus.
Praktische conclusie
Uit deze korte genealogische noot leren we dat God orde en doelgerichtheid zoekt in Zijn volk. Heilige dienstverlening vraagt om duidelijke lijnen van verantwoordelijkheid, ook als de namen van zonen en grootouders opgetekend staan. De les is dat ieder lid, hoe klein ook in de geschiedenis, deel heeft aan de gezamenlijke roeping en dat trouw aan afkomst en taak een gemeenschap sterk houdt.