Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
Deuteronomium 1 Deuteronomium 2 Deuteronomium 3 Deuteronomium 4 Deuteronomium 5 Deuteronomium 6 Deuteronomium 7 Deuteronomium 8 Deuteronomium 9 Deuteronomium 10 Deuteronomium 11 Deuteronomium 12 Deuteronomium 13 Deuteronomium 14 Deuteronomium 15 Deuteronomium 16 Deuteronomium 17 Deuteronomium 18 Deuteronomium 19 Deuteronomium 20 Deuteronomium 21 Deuteronomium 22 Deuteronomium 23 Deuteronomium 24 Deuteronomium 25 Deuteronomium 26 Deuteronomium 27 Deuteronomium 28 Deuteronomium 29 Deuteronomium 30 Deuteronomium 31 Deuteronomium 32 Deuteronomium 33 Deuteronomium 34Verse
Deuteronomium 9:1 Deuteronomium 9:2 Deuteronomium 9:3 Deuteronomium 9:4 Deuteronomium 9:5 Deuteronomium 9:6 Deuteronomium 9:7 Deuteronomium 9:8 Deuteronomium 9:9 Deuteronomium 9:10 Deuteronomium 9:11 Deuteronomium 9:12 Deuteronomium 9:13 Deuteronomium 9:14 Deuteronomium 9:15 Deuteronomium 9:16 Deuteronomium 9:17 Deuteronomium 9:18 Deuteronomium 9:19 Deuteronomium 9:20 Deuteronomium 9:21 Deuteronomium 9:22 Deuteronomium 9:23 Deuteronomium 9:24 Deuteronomium 9:25 Deuteronomium 9:26 Deuteronomium 9:27 Deuteronomium 9:28 Deuteronomium 9:29



Deuteronomium 9:5 (NLD) – Context en betekenis
In Deuteronomium 9 herhaalt Mozes het grid van Israël’s onderwerp: God schenkt het land niet vanwege de onberispelijke rechtvaardigheid van het volk, maar vanwege de goddeloosheid van de volken die daar tevoren woonden en omdat God Zijn woord aan de patriarchen Abraham, Isaak en Jakob heeft gezworen. Het vers leert ons dat Gods gunst vaak draait om Zijn smeekbede tot trouw aan Zijn belofte, en niet primair om menselijke merit. Het volk wordt herinnerd aan de noodzaak om nederig te blijven voor een heilig God die orde en straf handhaaft.
Kernbetekenis
Het centrale punt is dat het de HEERE is die bepaalt wanneer en waarom Israël het land mag innemen. Niet vanwege eigen gerechtigheid, maar vanwege Gods eigen besluit en de afrekening met de zonden van de volken. Dit voorkomt dat het volk zichzelf als moreel superieur afschildert en herinnert hen eraan dat Gods zegeningen bestaan uit trouw aan Zijn woord en aan Zijn verbond.
Drie hoofdthema's
• Genesis 12:3 en Genesis 15:18–21: Gods belofte aan Abraham inclusief erfdeel en zegeningen, afhankelijk van Zijn woord, niet van menselijke gerechtigheid.
• Joshua 21:43–45 en Psalm 105:8–11: God vervult Zijn beloften aan Israël ondanks periodes van ontrouw; zijn woord blijft standvastig.
• Psalm 106:45 en Hosea 2:19–20: Gods trouw aan Zijn verbond oogst vergeving voor Zijn volk wanneer zij tot Hem terugkeren.
Praktische toepassing
Voor gelovigen vandaag betekent deze passage dat Gods zegeningen niet aankomen door trots of eigen verdienste, maar door te leven onder Zijn woord en verbond. Er blijft een waarschuwend spoor: goddeloosheid wordt uiteindelijk veroordeeld, terwijl geloof en gehoorzaamheid in de context van Gods belofte vrede en zekerheid brengen.
Korte samenvatting
Deuteronomium 9:5 benadrukt dat de Israëlieten het land niet innemen wegens hun eigen gerechtigheid, maar omdat God Zijn woord aan de patriarchen heeft gezworen en omdat Hij de volken die daar zijn goddeloos hebben gemaakt, veroordeelt. Het szab de zijde van Gods trouw en de noodzaak van nederige gehoorzaamheid aan Zijn woord.
Uit Matthew Henry: “God doet het voor Zijn Naam en Zijn ere, niet door onze verdiensten.”
Uit Albert Barnes: “De zegening is een soevereine daad van God, die geen basis vindt in menselijke gerechtigheid.”
Uit Adam Clarke: “God’s belofte aan de vaders is de grond waarop Hij de knechten in Kanāan brengt, niet onze eigen merit.”
Cross-referenties: Genesis 12:3 – Gods zegen verbonden met Zijn woord aan Abram; Joshua 21:43–45 – de vervulling van Gods belofte ondanks menselijke gebreken; Psalm 105:8–11 – herinnering aan de blijvende verbondsverbinding.