Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
Deuteronomium 1 Deuteronomium 2 Deuteronomium 3 Deuteronomium 4 Deuteronomium 5 Deuteronomium 6 Deuteronomium 7 Deuteronomium 8 Deuteronomium 9 Deuteronomium 10 Deuteronomium 11 Deuteronomium 12 Deuteronomium 13 Deuteronomium 14 Deuteronomium 15 Deuteronomium 16 Deuteronomium 17 Deuteronomium 18 Deuteronomium 19 Deuteronomium 20 Deuteronomium 21 Deuteronomium 22 Deuteronomium 23 Deuteronomium 24 Deuteronomium 25 Deuteronomium 26 Deuteronomium 27 Deuteronomium 28 Deuteronomium 29 Deuteronomium 30 Deuteronomium 31 Deuteronomium 32 Deuteronomium 33 Deuteronomium 34Verse
Deuteronomium 12:1 Deuteronomium 12:2 Deuteronomium 12:3 Deuteronomium 12:4 Deuteronomium 12:5 Deuteronomium 12:6 Deuteronomium 12:7 Deuteronomium 12:8 Deuteronomium 12:9 Deuteronomium 12:10 Deuteronomium 12:11 Deuteronomium 12:12 Deuteronomium 12:13 Deuteronomium 12:14 Deuteronomium 12:15 Deuteronomium 12:16 Deuteronomium 12:17 Deuteronomium 12:18 Deuteronomium 12:19 Deuteronomium 12:20 Deuteronomium 12:21 Deuteronomium 12:22 Deuteronomium 12:23 Deuteronomium 12:24 Deuteronomium 12:25 Deuteronomium 12:26 Deuteronomium 12:27 Deuteronomium 12:28 Deuteronomium 12:29 Deuteronomium 12:30 Deuteronomium 12:31 Deuteronomium 12:32



Deuteronomium 12:25 (NLD)
Gij zult dat niet eten; opdat het u, en uw kinderen na u, welga, als gij zult gedaan hebben, wat recht is in de ogen des HEEREN.
Begrens en onmiddellijke context
Dit vers maakt deel uit van de centrale regeling die Israël Israël liet toe komen tot een heilig onderscheiden leven in het land dat God aan hen zou geven. Na de inname van de orde rondom één der plaatsen waar God aanbidden wilde, stelt Mozes de eis dat men geen onbesproken of onreine offeranden of delen mag nuttigen die aan andere goden of plaatsen verbonden zijn. Het woord “niet eten” verwijst naar het vermijden van misbruik of verwyten van wat God toebetrouwd is aan Zijn volk. Het doel is duidelijk: als men doet wat recht is in de ogen des HEEREN, zal men leven in zegen en bescherming voor zichzelf en voor toekomstige generaties.
Wat dit vers leert over God en het geloof
God toont zich als Heilig en rechtvaardig. Hij vraagt van Zijn volk onderscheid en gehoorzaamheid: wat aan Hem toebehoort, moet met eerbied behandeld worden. Het niet eten van wat misplaatst of onrein zou zijn, is een stap in het vertrouwen dat Gods aanwijzingen leiden tot welvaart van het volk. Geloven betekent luisteren naar zijn wetten en handelen naar zijn goede, rechtvaardige normen. De zegen in het vers is gekoppeld aan gehoorzaamheid: wanneer Israël recht handelt, ontvangen zij zegen voor henzelf en hun kinderen.
Belangrijke woorden en beelden
Verwonderingen en verwante passages
Cross-referenties verduidelijken dezelfde motif van gehoorzaamheid en heiligheid:
Korte uitleg bij de verwijzingen: ze onderstrepen dat gehoorzaamheid aan God en afstand nemen van wat verwijderd is van Zijn heiligheid de bron van zegen blijft in de geschiedenis van het volk Israël en een patroon voor het geloofsgemeenschap door alle tijden.
Toepassing voor vandaag
De kernboodschap blijft relevant: wat God toevertrouwt—zij het handelen, keuzes en wat men navigeert in het dagelijkse leven—moet in overeenstemming zijn met Zijn heiligheid. De zegen volgt wanneer men weigert te delen in wat afbreuk doet aan het geheel van toewijding aan God. Voor gelovigen vandaag betekent dit: eerbiedig omgaan met wat heilig is in de eredienst en in de normen die God heeft gegeven; laat geen compromissen toe die de relatie met God ondermijnen. Dit vraagt om voortdurend afscheid nemen van wat verspilling brengt en te kiezen voor wat in Zijn ogen “recht” is.
Samenvatting
Deuteronomium 12:25 roept op tot een leefwijze die God eert: wat Hem toebehoort, wordt niet misbruikt of gegeten op een manier die afbreuk doet aan Zijn heiligheid. De belofte van welvaart voor u en uw nageslacht hangt samen met een rechtvaardige, gehoorzame levenswandel, een patroon dat door de hele Bijbel terugkeert.
Quote en bronnen
Marginal notes: Matthew Henry en Adam Clarke wijzen op het feit dat het doel van reiniging niet slechts extern is, maar een innerlijke toegewijde relatie met God. Een korte uitdrukking uit oudere commentaren die dit samenvatten: “What is eaten or used in common life should be sanctified by obedience to God.”