Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
2 Kronieken 1 2 Kronieken 2 2 Kronieken 3 2 Kronieken 4 2 Kronieken 5 2 Kronieken 6 2 Kronieken 7 2 Kronieken 8 2 Kronieken 9 2 Kronieken 10 2 Kronieken 11 2 Kronieken 12 2 Kronieken 13 2 Kronieken 14 2 Kronieken 15 2 Kronieken 16 2 Kronieken 17 2 Kronieken 18 2 Kronieken 19 2 Kronieken 20 2 Kronieken 21 2 Kronieken 22 2 Kronieken 23 2 Kronieken 24 2 Kronieken 25 2 Kronieken 26 2 Kronieken 27 2 Kronieken 28 2 Kronieken 29 2 Kronieken 30 2 Kronieken 31 2 Kronieken 32 2 Kronieken 33 2 Kronieken 34 2 Kronieken 35 2 Kronieken 36Verse
2 Kronieken 26:1 2 Kronieken 26:2 2 Kronieken 26:3 2 Kronieken 26:4 2 Kronieken 26:5 2 Kronieken 26:6 2 Kronieken 26:7 2 Kronieken 26:8 2 Kronieken 26:9 2 Kronieken 26:10 2 Kronieken 26:11 2 Kronieken 26:12 2 Kronieken 26:13 2 Kronieken 26:14 2 Kronieken 26:15 2 Kronieken 26:16 2 Kronieken 26:17 2 Kronieken 26:18 2 Kronieken 26:19 2 Kronieken 26:20 2 Kronieken 26:21 2 Kronieken 26:22 2 Kronieken 26:23



2 Kronieken 26:15 in focus: “Hij maakte ook te Jeruzalem kunstige werken… zo ging zijn naam tot verre toe uit, want hij werd wonderlijk geholpen, totdat hij sterk was.”
Kerninterpretatie: De tekst viert Uzzia’s militaire vernieuwingen en technologische verbeelding: hij laat kunstig gemetselde torens en oren van vernieuwing bouwen, uitgerust met boogschutters en grotendeels met stenen gewelven. De nadruk ligt op hoe Gods zegen en de menselijke bekwaamheid samenkomen om koninklijk macht en veiligheid te vergroten, totdat kracht zijn hart verblindt en afhankelijkheid van God afneemt.
Literair kader
In 2 Kronieken 26 geldt Uzzia’s regering als een periode van grote uitbreiding en modernisering. De beschrijving van “kunstige werken” en de “bedenking van kunstige werkmeesters” refereert aan ingenieuze ambachtslieden en strategische fortificaties. Het verslag wijst op een moedige, maar ook menselijk falen: de voorspoed die volgt op Gods bijstand kan bij een mens een gevoel van eigen macht oproepen. De zinset: “zo ging zijn naam tot verre toe uit” markeert hoe reputatie wortel schiet in decreten, buitenschone ereschommelingen en militaire successen.
Theologische inzet
Het tekstgedeelte roepen herinnert aan Gods zegen als drijvende kracht achter menselijke bekwaamheid. Uzzia wordt genoemd als “wonderlijk geholpen” — een uitdrukking die Gods betrokkenheid onderstreept. Dit is een moment om te zien hoe de goddelijke voorziening werkt in de menselijke arbeid, en hoe trots of onafhankelijkheid de grens overgaat wanneer de Heer niet langer erkend wordt als Bron van kracht. De balans ligt in het erkennen van de bron van succes: God schenkt gelegenheid en bekwaamheid; menselijke arbeid moet verantwoording tonen door trouw aan de Heer.
Cross-referenties
Toelichting bij de koppelingen: Beide passages onderstrepen dat menselijke kracht niet uit zichzelf komt maar uit God’s zegen. Het eerste linkt direct aan de persoonlijke relatie van Uzzia met God; het tweede verbindt economische of militaire voorspoed met dankzegging aan de Schepper.
Reflectievragen
Conclusie
De passage toont hoe vooruitgang in het koninkrijk van God vaak gepaard gaat met menselijke vindingrijkheid en goddelijke zegen. Uzzia’s erkenning van God als bron van kracht is cruciaal; verlies daarvan leidt tot verzwakking. De tekst nodigt uit tot dankbaarheid voor gaven en waakzaamheid om God centraal te houden in alle plannen en werkzaamheden.
Historisch-tekstuele noot (handvatten)
In de lijn van Bijbelcommentaren uit Joodse en kerkelijke tradities (zoals Matthew Henry, Albert Barnes en Adam Clarke) wordt benadrukt dat menselijke successen altijd onderhevig zijn aan Gods alziende hand. Een kort citaat uit deze stemmen kan helpen bij de interpretatie, zonder de oorspronkelijke tekst te overstemmen: “God geeft kracht aan zijn volk” (algemene strekking van de passages). Exacte korte quotes uit genoemde commentatoren zijn beperkt tot publiek domein.