Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
2 Kronieken 1 2 Kronieken 2 2 Kronieken 3 2 Kronieken 4 2 Kronieken 5 2 Kronieken 6 2 Kronieken 7 2 Kronieken 8 2 Kronieken 9 2 Kronieken 10 2 Kronieken 11 2 Kronieken 12 2 Kronieken 13 2 Kronieken 14 2 Kronieken 15 2 Kronieken 16 2 Kronieken 17 2 Kronieken 18 2 Kronieken 19 2 Kronieken 20 2 Kronieken 21 2 Kronieken 22 2 Kronieken 23 2 Kronieken 24 2 Kronieken 25 2 Kronieken 26 2 Kronieken 27 2 Kronieken 28 2 Kronieken 29 2 Kronieken 30 2 Kronieken 31 2 Kronieken 32 2 Kronieken 33 2 Kronieken 34 2 Kronieken 35 2 Kronieken 36Verse
2 Kronieken 26:1 2 Kronieken 26:2 2 Kronieken 26:3 2 Kronieken 26:4 2 Kronieken 26:5 2 Kronieken 26:6 2 Kronieken 26:7 2 Kronieken 26:8 2 Kronieken 26:9 2 Kronieken 26:10 2 Kronieken 26:11 2 Kronieken 26:12 2 Kronieken 26:13 2 Kronieken 26:14 2 Kronieken 26:15 2 Kronieken 26:16 2 Kronieken 26:17 2 Kronieken 26:18 2 Kronieken 26:19 2 Kronieken 26:20 2 Kronieken 26:21 2 Kronieken 26:22 2 Kronieken 26:23



Hoofdinterpretatieve punt
In 2 Kronieken 26:10 wordt Amazia's betrokkenheid bij landbouwwerktuigen en infrastructuur benadrukt als uiting van zijn welvaart en toewijding aan een georganiseerde staat. De tekst laat zien hoe rijkdom en beheer van het land de kenmerkende kenmerken van zijn heerschappij bepalen: hij bouwt torens in de woestijn, graaft putten voor vee, en bevordert agrarische arbeid overal, waardoor hij een stabiele economische basis schept voor zijn koninkrijk.
Literair kader en context
Het vers situeren zich in het hoofdstuk over Amazias regeerperiode, waar koning Amazias (Azarja) bekendstaat om naroostelijke expansie en binnenlandse ontwikkeling. De opsomming van bouwwerkzaamheden: torens in de woestijn, putten voor vee, akkerbouw en wijngaarden op bergen en vruchtbare velden, dient als een samenvattende weergave van zijn algemene beleid: veiligheid, voedselvoorziening en economische versterking. Deze passage volgt een patroon: verantwoording van bezittingen en inspanningen op gebieden die de macht en stabiliteit van het rijk vergroten.
Theologische betekenis
De tekst wijst op de zorgvuldige ordening van Gods zegeningen: vruchtbare velden en vee als tekenen van gezag en voorspoed. De conclusie dat hij “een liefhebber van den land bouw is” laat zien dat wijs bestuur wordt gemeten aan de mate waarin men arbeid en middelen inzet voor het welzijn van het volk. Psalm 78 en Spreuken spreken ook over arbeid, teelt en verantwoordelijkheid als een deel van meegroeien met Gods zegeningen. Het vers roept op tot nederige erkenning dat welvaart gepaard gaat met plicht tot rentmeesterschap.
Historische en cross-referenties
Vragen voor persoonlijk reflectie
Kernconclusie
Het vers schildert Amazia als een vorst die inzet op praktische voorzieningen en landbouw als fundament van zijn rijk. Het onderstreept een bijbels getrouwere bestuur waar welvaart gepaard gaat met toewijding aan het land en het welzijn van mensen, onder leiding van Goddelijke zegen en orde.
Korte brug naar andere verzen
Verklaring van landbouwwerk en infrastructuur vinden we ook in bredere koninklijke rapporten, waar voorspoed en veiligheid nauw verweven zijn met wijs bestuur en gehoorzaamheid aan God.
Verwijzingen
Kijk ook naar 1 Koningen 4–5 voor koninklijke administratie, en naar Deuteronomium 6:11 en Spreuken 24:33‑34 voor verbonden thema’s van welvaart, arbeid en verantwoord rentmeesterschap.
Exacte uitlatingen van eerdere commentatoren in deze paragraaf: Matthew Henry: “...”. Albert Barnes: “...”. Adam Clarke: “...”.