Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiZacharia 11:5 Uitleg van het Bijbelvers
Zacharia 11:5 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers
Welker bezitters hen doden, en houden het voor geen schuld; en een ieder dergenen, die ze verkopen, zegt: Geloofd zij de HEERE, dat ik rijk geworden ben! en niemand van degenen, die ze weiden, verschoont ze.
Zacharia 11:5 Bijbelcommentaar bij dit vers
*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.
Zacharia 11:5 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten
Bekijk Bijbelteksten die door thema, onderwijs of context met dit vers verbonden zijn. Kruisverwijzingen helpen je om Schriftgedeelten met elkaar te vergelijken en de boodschap van het vers beter te begrijpen. Selecteer een afbeelding om de verwante Bijbeltekst, uitleg en het bijbehorende Bijbelcommentaar te bekijken.

Jeremia 50:7 (NLD) »
Allen, die hen vonden, aten hen op, en hun wederpartijders zeiden: Wij zullen geen schuld hebben; daarom dat zij gezondigd hebben tegen den HEERE, in de woning der gerechtigheid, ja, tegen den HEERE, de Verwachting hunner vaderen.

Hosea 12:8 (NLD) »
(12:9) Nog zegt Efraim: Evenwel ben ik rijk geworden, ik heb mij groot goed verkregen; in al mijn arbeid zullen zij mij geen ongerechtigheid vinden, die zonde zij.

1 Timotheüs 6:5 (NLD) »
Verkeerde krakelingen van mensen, die een verdorven verstand hebben, en van de waarheid beroofd zijn, menende, dat de godzaligheid een gewin zij. Wijk af van dezulken.
Zacharia 11:5 (NLD): Over het terecht maken van bezitsdragers
Klinkt uit deze kort beschrijving een waarschuwing tegen onrecht en corruptie: bezitters die hun werkelijke aansprakelijkheid negeren, roepen hun eigen schuld toe en vinden geen ware verantwoording. Zacharia 11 beschrijft een periode van symbolisch harsen en afstoten van het kaalslaggezag van de herder, met bedoeling om onrecht af te schudden en de mensen bij God terug te brengen. Verse 5 legt de nadruk op de houding van kooplieden en hun minachting voor morele verantwoordelijkheid: ze doden naar eigen goeddunken, zien geen schuld, en de mensen die ze verkopen roepen dat ze rijk zijn geworden.
Vers in context
In Zacharia 11 wordt gepraat over twee stukken van het volk: de herder die de kudde bewijst en de boeven die het volk uitbuiten. Het beeld van “hen doden” wijst op een systeem van uitbuiting en exploitatie, waarbij leiders en arbiters de armen schaden voor eigen voordeel. De reactie van de slachtoffers — “Geloofd zij de HEERE, dat ik rijk geworden ben!” — is ironisch: rijkdom wordt gezien als bewijs van succes, terwijl het in werkelijkheid moreel bankroet weerspiegelt. De textuur van het hoofdstuk laat zien dat God niet zwijgt over onrecht; Hij zal rechttonen en Een nieuw pad van hoop openen door het afbreken van corrupte praktijken.
Kernles
Vergelijkingen met andere passages
- In Amos 2:6-7 en Jesaja 56-57 wordt hetzelfde thema van onrecht en corruptie aan de kaak gesteld: rijkdom vertaalt zich niet altijd in rechtvaardigheid, maar kan juist wijzen op afvalligheid van God.
- Jezus’ waarschuwing in Lukas 16:14-15, waarin de voorbeschikking van de mensen die “rijk zijn in deze wereld” wordt bekroond door God als arrogant en onrechtvaardig, echoot de spanning tussen materiële voorspoed en morele vermeerdering.
Toepassing voor vandaag
Wie opereert in systemen van handel en leiderschap, wordt geroepen tot integriteit: eerlijke markten, bescherming van zwakken, en transparantie in financiële transacties. Rijkdom mag geen dekking zijn voor het onrecht dat anderen schaadt. Voor de individuele gelovige betekent dit: vraag waar jouw eigen financiële hebzucht en macht uiting geven aan gerechtigheid of aan het schaden van anderen. God ziet elke daad die in het licht van geschonden tovorde wordt gepleegd.
Kruisverwijzingen
- Amos 8:6: De uitbuiting van de armen als integrale schuld van het volk. Benadrukt dat economische onrecht Gods oordeel oproept.
- Lukas 12:15: Waarschuwing over de hartelijke vergoding van rijkdom, en oproep tot waakzaamheid tegen hebzucht.
Samenvatting
Zacharia 11:5 stelt dat degenen die anderen uitbuiten en hun fouten verhullen, “rijk” kunnen lijken maar in Gods ogen schuldig blijven. De passage roept op tot reflectie: ware rijkdom is gehoorzaamheid en rechtvaardig handelen, niet het vermogen om te misbruiken. De lering reikt door in de geest van gerechtigheid en verantwoording naar een houding die God en de naaste eerlijk behandelt.
Opmerking over bronnen: Voor dit gedeelte zijn algemene interpretaties en thema’s uit klassieke commentaren gebruikt, waaronder passender inzichten uit publieke domein-bronnen zoals Matthew Henry, Albert Barnes en Adam Clarke, geïncorporeerd in een samenhangende uitleg. Specifieke korte uitspraken uit deze commentatoren zijn niet apart aangehaald; wel is hun brede lijn van waakzaamheid tegen onrecht en de nadruk op vernieuwing van het hart meegenomen in de synthese.