Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiVerse
Romeinen 6:1 Romeinen 6:2 Romeinen 6:3 Romeinen 6:4 Romeinen 6:5 Romeinen 6:6 Romeinen 6:7 Romeinen 6:8 Romeinen 6:9 Romeinen 6:10 Romeinen 6:11 Romeinen 6:12 Romeinen 6:13 Romeinen 6:14 Romeinen 6:15 Romeinen 6:16 Romeinen 6:17 Romeinen 6:18 Romeinen 6:19 Romeinen 6:20 Romeinen 6:21 Romeinen 6:22 Romeinen 6:23



Romeinen 6:10 — Een korte samenvatting van betekenis
De Schrift zegt: Hij is gestorven, dat is Hij der zonde eenmaal gestorven; en Hij leeft, dat leeft Hij Gode. De heerlijkheid van deze woorden ligt in de eenheid van zijn sterven en opstanding: Christus heeft de zonde definitief en volkomen overwonnen door zijn dood, en leeft nu om God te dienen en de gelovigen in het geloof te ondersteunen.
Achtergrond en richting
Paulus schrijft aan gelovigen die zichzelf als gestorven aan de zonde maar levende voor God beschouwen. Door een symbolische taal laat hij zien dat Jezus’ dood de straf en macht van de zonde heeft gebroken, en zijn opstanding bevestigt dat het leven van de gelovige geworteld is in God. Dit vers markeert het tweede deel van een gedachtegang: de gelovige is niet meer onder de macht van de zonde, maar leeft tot God in Christus.
Interpretatieve inzichten
- De dubbele beweging: sterven aan zonde (wegnemen van schuld en macht) en leven tot God (nieuw leven, toewijding).
- De definitieve aard van Christus’ offer: de term “eenmaal gestorven” benadrukt dat Zijn dood volmaakt werkte wat de zonden eisten; er is geen herhaalde offers nodig.
- Leven in God als doel: het gehoorzaame leven dat volgt op de verlossing vloeit voort uit de relatie met God die in Christus tot stand is gebracht.
Kernachtige gedachten (korte samenvatting)
Vergelijkbare gedachten uit oude commentaren
Matthew Henry benadrukt dat Christus’ sterven de zonde heeft konkurs gemaakt en Zijn opstanding de garantie is van onze opstanding. Albert Barnes wijst op de overgang van de wet naar genade: de gelovige sterft aan de zinloosheid van de zonde en leeft tot God. Adam Clarke wijst op de werkelijke verzoening: de dood van Christus drukt de straf uit die zonden verdienen, terwijl Zijn leven tot God de loyale relatie bevestigd. Een tweede commentaarstein, die in dezelfde lijn aansluit, ziet in het “leven tot God” een voortdurend hangen aan Christus door geloof, hoop en liefde.
Cross-referenties en korte uitleg
- Rom. 8:10-11: De geestelijke levendmaking die voortvloeit uit Christus’ leven in ons; de vrucht van Zijn opstanding werkt in ons vandaag.
- Kol. 2:12: Gelijk met Christus in zijn doop en opstanding, verbonden met Zijn sterven aan de zonde.
- 1 Cor. 15:22-23: De opstanding van Christus als eerste en de hoop op onze eigen opstanding als gevolg daarvan.
Praktische toepassing
Laat de verzoening van Christus’ sterven en Zijn opstanding jouw dagelijkse leven sturen: sterven aan wat verstrikt en zelfzuchtig is, en leven voor God in dankbaar geloof en gehoorzaamheid. Leef niet meer vanuit schuld, maar vanuit de vreugde van de opstandingswerkelijkheid.