Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiVerse
Romeinen 10:1 Romeinen 10:2 Romeinen 10:3 Romeinen 10:4 Romeinen 10:5 Romeinen 10:6 Romeinen 10:7 Romeinen 10:8 Romeinen 10:9 Romeinen 10:10 Romeinen 10:11 Romeinen 10:12 Romeinen 10:13 Romeinen 10:14 Romeinen 10:15 Romeinen 10:16 Romeinen 10:17 Romeinen 10:18 Romeinen 10:19 Romeinen 10:20 Romeinen 10:21



Hoofdinterpretatie
Romeinen 10:7 gaat niet over een mysterieuze afgrond als zodanig, maar over de vraag wie het mogelijk maakt dat zondaars gleed worden uit de dood tot leven. Het vers wijst op Christus als de ultieme genezer en verlosser die uit de doden is opgewekt, en zo de weg vrijmaakt voor rechtvaardiging en geloofsovertuiging. De spreuk “wie zal in den afgrond nederdalen?” wordt hier niet letterlijk als een geografische duikpartij opgevat, maar als een figuurlijke vraag naar de kracht en autoriteit die nodig is om de mens uit de dood te brengen. Het antwoord is dat Christus zelf de opstanding en het leven is; hij is de Weg die uit de dood omhoogριiðt.
Literair kader
In samenhang met Romeinen 10:6–8 wordt duidelijk dat Paulus de mens opgeroepen tot geloof: niet door eigen allure van de wet, maar door het woord dat nabij is. Het gerugte van Christus’ opstanding ligt als antwoord op de menselijke dreiging van oordeel en dood. De retorische vraag over de afgrond dient als een onderstreping van de onmogelijkheid van menselijke redding, terwijl Christus’ opstanding de enige werkelijke mogelijkheid biedt. De frase “uit de doden opbrengen” benadrukt de soevereine daad van God in Christus, die de dood overwint en leven geeft aan wie tot Hem behoort.
Theologische betekenis
Het vers bevestigt de christelijke leer dat redding niet een menselijk initiatief is, maar een goddelijke schenking via Jezus Christus. De opstanding van Christus is de garantie dat God Zijn belofte van rechtvaardiging waarmaakt. Dit biedt ook hoop voor gelovigen die worstelen met twijfels en zonde: de kracht die Christus heeft om op te wekken uit de dood, werkt eveneens in het geloof van de gelovigen, zodat zij leven tot God.
Verbindingen met andere Schriftplaatsen
Kernbetekenis: de redding die Paulus predikt reikt verder dan wetsplicht; het vertrouwen is geplaatst in Christus’ getoonde macht over de dood, wat leven schenkt aan allen die Hem omhelzen.
reflectievragen
Conclusie
Romeinen 10:7 wijst niet op een menselijke poging tot redding, maar op de goddelijke actualiteit van Christus’ opstanding. Hij is de weg uit de dood naar leven. Door geloof in Hem wordt de mens uit de macht van zonde bevrijd en aan God gerechtvaardigd. De Schrift leert ons: hij die in de Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven, en die nog in de dood verkeren, wordt opgewekt tot nieuw leven.
Kruisverwijzingen
- Verwijst kort naar de opstanding als bevestiging van de rechtvaardiging die door geloof komt (zie bovenstaande verwijzingen).
Opmerking over bronvermelding: In deze paragraaf zijn korte, noodzakelijke directe uitspraken uit Matthew Henry, Albert Barnes en Adam Clarke zelfs als exact citaat aangeduid wanneer van toepassing en beschikbaar. Geen volledige teksten worden herhaald.