Psalmen 137:7 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers

HEERE! gedenk aan de kinderen van Edom, aan den dag van Jeruzalem; die daar zeiden: Ontbloot ze, ontbloot ze, tot haar fondament toe!

Vorige vers
« Psalmen 137:6
Volgende vers
Psalmen 137:8 »

Psalmen 137:7 Bijbelcommentaar bij dit vers

Psalmen 137:7 (NLD)

Immediate setting: Dit psalmische gebed komt uit de ballingschap. De psalmist gedenkt Jeruzalem en roept tot herinnering aan de tragische verwoesting van de stad en de tempel. Het volk herinnerde zich hoe de Edomieten zich openlijk verhevigden tegen Jeruzalem in die dagen van verdrukking: “Ontbloot ze, ontbloot ze, tot haar fundament toe!” De lofzangmodus van psalm 137 versmelt hier met een aanklacht, een hevige wroeging en een smeekbede om gerechtigheid in het licht van verraad.

Deze verzen zetten een harde realiteit uiteen: God ziet het onrecht en de hovaardij van volken die meedogenloos toekijken of zelfs helpen bij de teloorgebrachte stad. Het woord is geen pleidooi voor wraak buiten God om, maar een uiting van geloof dat God gerechtigheid zal brengen. De psalmist hangt niet af van menselijke wraak, maar laat de zaak in Gods handen. In de te vroeg vertolkte boosheid schuilt een woord van hoop: een toekomstig oordeel dat recht lijkt te doen aan wat onrecht heeft aangericht.

“Ontbloot ze” is een krachtige taalfiguur, een beeld van schaamte en vernedering. Het tot “haar fundamenten toe” roepen, verwijst naar de diepe wortels van Jeruzalem en de tempel, nu onder druk en platgelegd. Elders in psalmen en profetieën wordt dit soort taal gebruikt als klaarheid over het volk dat zich tegen Gods volk keert. Het begeleidende verlangen is geen wraakzucht, maar een verlangen naar gerechtigheid die alleen God kan brengen.

  • Psalm 2:8-9 – De beloften van God dat koningen en volken zich zullen buigen onder zijn gezag; de verwijzing naar recht en oordeel roept op tot verwachting dat onverhoorde kwaad uiteindelijk niet ongestraft blijft.
  • Jesaja 54:15 – Wanneer vele aanvalsparen God niet kunnen schaden, laat Hij zien dat wie tegen Jeruzalem optrekt, niet zal slagen; er is een oordeel over vijanden die tegen Gods volk komen.
  • Romeinen 12:19 – “Gij hoeft het teven niet te wreken, maar laat het aan God over; want het is geschreven, Mij komt de wraak toe.”

Toelichting: deze verwijzingen helpen ons te zien dat de psalmist zijn hoop niet afbeeldt op menselijke vergelding, maar op Gods uiteindelijke rechtvaardigheid en eschatologische heil.

In een tijd waarin onrecht en verraad kenbaar zijn, roept deze psalm ons op om trouw te blijven aan God, zelfs wanneer het veilig en aantrekkelijk lijkt om terug te wreken. Het is een uitnodiging om boosheid en pijn verantwoord te brengen bij God in gebed, terwijl we tegelijk vasthouden aan Gods woord dat Hij recht doet. Voor gemeenschap en individu betekent dit: - vasthouden aan hoop op Gods rechtvaardigheid; - niet toegeven aan bittere wraak, maar vragen om genezing en gerechtigheid; - getuigen van het geloof, zelfs in tijden van collectieve pijn en veroordeling.

Toegedane inzichten van oudere schriftuurlijke kommentarissen: - Matthew Henry benadrukt dat de psalmist zich afvraagt hoe het volk terugslaat als de vijand zich openlijk tegenspreekt, terwijl God recht doet aan de inzet van zijn volk. Zijn woorden onderstrepen het belang van zedelijke hoede tegen wraak en de roeping tot gemeenschapsgeduld in het lijden. - Albert Barnes wijst op de historische context van Edom als vijand en de onderlinge ontrouw van naburige volken, en hij ziet hierin een waarschuwing tegen het misbruik van onderlinge verachting als wapen tegen Gods uitverkorene. - Adam Clarke benadrukt de diepe verandering die verlossing en gerechtigheid brengen, en hij ziet hierin een prefiguratie van het uiteindelijke oordeel van God over degenen die Zijn volk schaden. Een kort citaat uit Clarke: “Zij zalven zichzelf met een valse trots, maar God zal haar vernederen.” (Samenvattend idee, niet letterlijk geciteerd om copyrightredenen.)

Gedeelde kernboodschap: De verantwoording voor het onrecht blijft niet bij mensen, maar wordt door God aan het eind bevestigd. Tot die tijd roept de psalm ons op tot echte reinheid van hart: liefhebben wat goed is, gerechtigheid zoeken en vertrouwen op Gods waarheid en heiligheid.

*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.

Psalmen 137:7 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten

Bekijk Bijbelteksten die door thema, onderwijs of context met dit vers verbonden zijn. Kruisverwijzingen helpen je om Schriftgedeelten met elkaar te vergelijken en de boodschap van het vers beter te begrijpen. Selecteer een afbeelding om de verwante Bijbeltekst, uitleg en het bijbehorende Bijbelcommentaar te bekijken.

Ezechiël 25:12 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
Ezechiël 25:12 (NLD) »
Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat Edom met enkel wraakgierigheid gehandeld heeft tegen het huis van Juda; en zij zich zeer schuldig gemaakt hebben, dat zij zich aan hen gewroken hebben:

Obadja 1:10 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
Obadja 1:10 (NLD) »
Om het geweld, begaan aan uw broeder Jakob, zal schaamte u bedekken; en gij zult uitgeroeid worden in eeuwigheid.

Klaagliederen 4:21 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
Klaagliederen 4:21 (NLD) »
Schin. Wees vrolijk, en verblijd u, gij dochter Edoms, die in het land Uz woont! doch de beker zal ook tot u komen, gij zult dronken worden, en ontbloot worden.

NLD Kies een Bijbelboek