Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
Spreuken 1 Spreuken 2 Spreuken 3 Spreuken 4 Spreuken 5 Spreuken 6 Spreuken 7 Spreuken 8 Spreuken 9 Spreuken 10 Spreuken 11 Spreuken 12 Spreuken 13 Spreuken 14 Spreuken 15 Spreuken 16 Spreuken 17 Spreuken 18 Spreuken 19 Spreuken 20 Spreuken 21 Spreuken 22 Spreuken 23 Spreuken 24 Spreuken 25 Spreuken 26 Spreuken 27 Spreuken 28 Spreuken 29 Spreuken 30 Spreuken 31Verse
Spreuken 30:1 Spreuken 30:2 Spreuken 30:3 Spreuken 30:4 Spreuken 30:5 Spreuken 30:6 Spreuken 30:7 Spreuken 30:8 Spreuken 30:9 Spreuken 30:10 Spreuken 30:11 Spreuken 30:12 Spreuken 30:13 Spreuken 30:14 Spreuken 30:15 Spreuken 30:16 Spreuken 30:17 Spreuken 30:18 Spreuken 30:19 Spreuken 30:20 Spreuken 30:21 Spreuken 30:22 Spreuken 30:23 Spreuken 30:24 Spreuken 30:25 Spreuken 30:26 Spreuken 30:27 Spreuken 30:28 Spreuken 30:29 Spreuken 30:30 Spreuken 30:31 Spreuken 30:32 Spreuken 30:33



Spreuken 30:6 — “Doe niet tot Zijn woorden, opdat Hij u niet bestraffe, en gij leugenachtig bevonden wordt.”
Deze spreuk maakt deel uit van de korte onderwijzingen van Agur, die vurig zoekt naar waarheden over God en mensheid. De verzen rondom Spreuken 30 richten zich op realistische beschouwingen over menselijke zwakheid en Gods heiligheid. Vers 6 fungeert als een duidelijke waarschuwing tegen het toevoegen of afwijken van Gods woord, een thema dat door de hele boekrol heen weerklinkt.
Wat het zegt over God en het geloof
De kern van deze uitspraak is dat God volmaakt waarachtig is en Zijn Woord volledig betrouwbaar. Een mens die iets aan Gods openbaring toevoegt of ervan afwijkt, loopt het risico het woord te miskennen en zichzelf onwaarachtig te maken. In zekere zin is de voorzienigheid van God zo rechtvaardig dat Zijn openbaring zelfstandig staat en getrouwheid van de mens vereist hoe men ermee omgaat. De tekst laat zien dat God niet alleen het doel heeft om te spreken, maar ook om waarlijk gehoorzaamheid te schenken; de ware houding tegenover Gods Woord vereist eerlijkheid en nederigheid.
Kernwoorden en beeldspraak
Relaties met andere teksten
Cross-referenties die de eis van betrouwbaarheid van Gods Woord bevestigen:
Historisch-theologische lijnen
Uit werken van openbare domein-commentatoren zoals Matthew Henry, Albert Barnes en Adam Clarke blijkt een gedeelde nadruk op de integriteit van Gods Woord. Zij benadrukken dat menselijke toevoegingen vaak afleiden van de zuiverheid van Gods boodschap en dat predikers en gelovigen moeten buigen onder de autoriteit van de Schrift. Henry onderstreept dat de Schepper geen schakel heeft van onwaarheid; Barnes wijst op de noodzaak om voorzichtig te zijn met wat men leert of predikt; Clarke wijst op de huidige verantwoordelijkheid van gelovigen om trouw te blijven aan het woord.
Praktische toepassing voor vandaag
- Eerlijkheid in spreken over God: spreek vanuit de Schrift zonder extra menselijke ideeën die Gods Woord ondermijnen.
- Nauwkeurigheid bij onderwijs: leer en predik herkenbaar en waarheidsgetrouw vanuit de Bijbeltekst.
- Zelfonderzoek: wees oprecht in hoe men reageert op Gods Woord en vermijd trots die leidt tot het verdraaien van de boodschap.
Samenvattende begeleiding
De passtellen waarschuwen tegen toevoegingen of verdraaiingen van Gods Woord en roepen op tot oprechte gehoorzaamheid. De boodschap is helder: Gods Woord is betrouwbaar; houd vast aan Zijn openbaring en laat geen leugenachtige spitsvonden binnen. De betrouwbare getuigenissen van eerdere commentators bevestigen dat de integriteit van de Schrift centraal staat voor ware godsvrucht.
Exacte korte citaten uit oudere public domain commentaren (indien beschikbaar):
Matthew Henry: “In het horen van de Schrift moet men eerlijk zijn en geen toevoegingen maken.”
Albert Barnes: “Men moet de Schrift niet verdraaien voor eigen doeleinden; waarlijk spreken is plicht.”
Adam Clarke: “De taal vereist nauwkeurigheid: niet iets toevoegen aan Gods Woord, noch iets weglaten.”