Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
Spreuken 1 Spreuken 2 Spreuken 3 Spreuken 4 Spreuken 5 Spreuken 6 Spreuken 7 Spreuken 8 Spreuken 9 Spreuken 10 Spreuken 11 Spreuken 12 Spreuken 13 Spreuken 14 Spreuken 15 Spreuken 16 Spreuken 17 Spreuken 18 Spreuken 19 Spreuken 20 Spreuken 21 Spreuken 22 Spreuken 23 Spreuken 24 Spreuken 25 Spreuken 26 Spreuken 27 Spreuken 28 Spreuken 29 Spreuken 30 Spreuken 31Verse
Spreuken 25:1 Spreuken 25:2 Spreuken 25:3 Spreuken 25:4 Spreuken 25:5 Spreuken 25:6 Spreuken 25:7 Spreuken 25:8 Spreuken 25:9 Spreuken 25:10 Spreuken 25:11 Spreuken 25:12 Spreuken 25:13 Spreuken 25:14 Spreuken 25:15 Spreuken 25:16 Spreuken 25:17 Spreuken 25:18 Spreuken 25:19 Spreuken 25:20 Spreuken 25:21 Spreuken 25:22 Spreuken 25:23 Spreuken 25:24 Spreuken 25:25 Spreuken 25:26 Spreuken 25:27 Spreuken 25:28



Spreuken 25:16 (NLD)
Wanneer de spreuk zegt: “Hebt gij honig gevonden, eet dat u genoeg is; opdat gij misschien daarvan niet zat wordt, en dien uitspuwt,” ligt de nadruk op gematigdheid en waakzaamheid tegen overdaad. De spreuk behoort tot de onderwijswaarschuwingen die het volk wijzen op juiste maat en zelfbeheersing in alledaagse dingen, zelfs in zegeningen zoals voedsel.
Het onmiddellijke kader
Dit vers spreekt uit de poëtische verzameling korte aforismen die praktische wijsheid geven voor het dagelijks leven. Honing was in de Oud-Testamentische cultuur een voorname zoetigheid en bron van energie; het woord wijst naar iets kostbaars en aangenaams. De waarschuwing is duidelijk: eet naar behoefte, zodat je niet verzadigd raakt tot besluiteloosheid of gebrek aan dankbaarheid.
Wat zegt het over God en geloof
Het vers legt de menselijke neiging tot overdaad naast Gods goddelijke orde. God geeft zegeningen voor onderhoud en vreugde, maar Hij roept tot matiging en aandacht voor afhankelijkheid van Hem. Het is in lijn met de bredere Bijbelboodschap: dankbare, sobere houding tegenover de gaven, en geen aanbidding van overvloed als doel op zich. De Schrift presenteert vaak matigheid als een vrucht van vertrouwen in God als de bron van al het goede.
Belangrijke woorden en beeldspraak
Honig vertegenwoordigt zoetigheid en genoeg, het element van bevrediging. “Zat worden” duidt op een gevoel van vulling, mogelijk tot luiheid of onverschilligheid. De oproep is om te genieten met mate en te vermijden dat voedsel—een noodzakelijke zegen—een middel wordt tot verslaving of verwaarlozing van heiliging en dienstbaarheid.
Verbindingen met andere Bijbelpassages
- Vergelijk 1 Timoteüs 6:6-8: materiële genoegdoening moet gepaard gaan met grote voorzichtigheid en tevredenheid. Een les in schuldbewuste tevredenheid, niet in hebzucht.
- Spreuken 16:19 en Spreuken 25:27: fijngevoeligheid in eten en wijn, waarschuwing tegen hoogmoed en overmatige eerbied voor vreugdevolle genoegdoening.
- Filippenzen 4:11-12: leert te leven in gebrek en overvloed, met waarheid dat tevredenheid bij Christus is.
Toepassing voor vandaag
Samenvattende uitleg
Het bijbelse advies is helder: als je honig hebt gevonden, geniet ervan tot je genoeg hebt, maar laat gemakszucht je niet verlammen of je toewijding aan God verminderen. De wijsheid spoort aan tot een rustige, dankbare houding—een leven waarin zegeningen ontvangen worden tot eer van God en tot zegen voor anderen.
Quotaties van oudere commentatoren (indien gebruikt): Matthew Henry benadrukt dat matigheid een doorsnee onder de zonden is en dat overmatige vreugde in de zondige genietingen ons vanGod kunnen weghouden; Adam Clarke wijst op de noodzaak van gematigdheid om uitspuwt van excessief genieten te voorkomen; Albert Barnes onderstreept dat men de zegeningen van God moet gebruiken tot eer van God en niet tot eigen verlagen of verleiding tot zonde.