Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
Spreuken 1 Spreuken 2 Spreuken 3 Spreuken 4 Spreuken 5 Spreuken 6 Spreuken 7 Spreuken 8 Spreuken 9 Spreuken 10 Spreuken 11 Spreuken 12 Spreuken 13 Spreuken 14 Spreuken 15 Spreuken 16 Spreuken 17 Spreuken 18 Spreuken 19 Spreuken 20 Spreuken 21 Spreuken 22 Spreuken 23 Spreuken 24 Spreuken 25 Spreuken 26 Spreuken 27 Spreuken 28 Spreuken 29 Spreuken 30 Spreuken 31Verse
Spreuken 11:1 Spreuken 11:2 Spreuken 11:3 Spreuken 11:4 Spreuken 11:5 Spreuken 11:6 Spreuken 11:7 Spreuken 11:8 Spreuken 11:9 Spreuken 11:10 Spreuken 11:11 Spreuken 11:12 Spreuken 11:13 Spreuken 11:14 Spreuken 11:15 Spreuken 11:16 Spreuken 11:17 Spreuken 11:18 Spreuken 11:19 Spreuken 11:20 Spreuken 11:21 Spreuken 11:22 Spreuken 11:23 Spreuken 11:24 Spreuken 11:25 Spreuken 11:26 Spreuken 11:27 Spreuken 11:28 Spreuken 11:29 Spreuken 11:30 Spreuken 11:31



Spreuken 11:26 (NLD): Wat men opkoopt voor eigen gewin, wordt vaak een vloek voor het volk
Dit vers raakt een kernthema van de Wijshesprong: de waarschuwing tegen hebzucht en oneerlijke handel, en de morele consequenties voor de gemeenschap wanneer iemand koren inhoudt. Het ademt het principe uit dat wat men bewust onthoudt of misbruikt ten opzichte van anderen, uiteindelijk een schade toebrengt aan het ganze volk. In het Hebreeuws en in de oude Israëlietische samenleving was de landbouw de hoeksteen van welvaart en verantwoording jegens een gemeenschap. Wanneer iemand het koren inhoudt, doet hij niet alleen oneer aan een medebevlieger van betrouwbare handel, maar ondermijnt hij ook de voedselvoorziening en de economische stabiliteit van de wijk.
Thema en oorspronkelijke context
Het vers maakt deel uit van een verzameling plichtsregels die Salomo in Spreuken opstelde om praktische wijsheid te bieden voor een rechtvaardig en welvarend gemeenschapsleven. Het woordbeeld “koren inhoudt” wijst op slechte praktijken in de markt: bewust leven van anderen’ arbeid door thuiskomst van voorraad. De boodschap is geen abstracte veroordeling van rijkdom, maar een roep tot eerlijkheid en zorg voor de armen. Een verkoper die uit eigen voordeel de lading of verkoopaantallen beperkt, schaadt niet alleen de directe koper, maar de hele markt en uiteindelijk de reputatie van de gemeenschap als geheel.
Hoofdgedachte
Wie koren inhoudt, dient het volk te vloeken; maar zegening zal zijn over het hoofd des verkopers. Het betreft een morele wet: onrechtvaardig handelen in zaken brengt schade over de samenleving. Gods orde vereist recht en vrij verkeer van goederen, zodat de zwakkeren niet onder de druk van misbruik leiden. De spreuk vertolkt het principe dat waar eerlijke handel en vrijgevigheid ontbreken, de zegen van God wegtrekt en de gemeenschap getroffen wordt door tekort en wantrouwen.
Bijbelse thema’s en samenhang
- Rechtvaardigheid in handel: eerlijkheid levert gemeenschapsgroei en vertrouwen op. Vertrouwen in handelsbetrekkingen versterkt harmonie en stabiliteit.
- Zorg voor de armen: als de aanwezige voorraad correct wordt verdeeld, heeft de gehele samenleving voordeel en is er minder armoede of honger.
- Getrouwheid en zegen: eerlijk handelen leidt tot zegen, terwijl ongezond egoïsme de gemeenschap schaadt.
Kernende cross-referenties
Toelichting: Levert de spreuk een morele les voor de handel en benadrukt de bredere noodzaak van openbare rechtvaardigheid. De andere passages onderstrepen dat eerlijke behandeling van werkers en klanten fundamenten zijn van Gods koninkrijk op aarde.
Toepassing en devotie
Overweeg in jouw dagelijks leven waar je eerlijkheid en zorg voor de medemens mogelijk tekortschiet. Als handelaar, dienstverlener of consument, vraag jezelf af: breng ik iemand in een benarde positie door eigen gewin? Bid om integriteit en laat zegeningen vloeien naar anderen; zo wordt gemeenschap opgebouwd en hervult Gods zegen de korenhoop.
Kernpunten op een rij
Verantwoorde verwijzingen
Deze verzen vormen een echo van wijsheid uit Spreuken 22:16 en 28:8, waar het soms gaat om de balans tussen rijkdom en rechtvaardigheid in de samenleving. Daarnaast geven de genoemde cross-referenties richting een bredere bijbelse ethiek: rechtvaardigheid in arbeid, zorg voor de armen en waakzaamheid tegen hebzucht.
Samenvatting: Spreuken 11:26 leert dat eerlijk handelen in handel en handelingsbereidheid om te delen geen louter persoonlijke deugd is, maar een sociale plicht die de gemeenschap beschermt en Gods zegen opent.