Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiVerse
Filippenzen 2:1 Filippenzen 2:2 Filippenzen 2:3 Filippenzen 2:4 Filippenzen 2:5 Filippenzen 2:6 Filippenzen 2:7 Filippenzen 2:8 Filippenzen 2:9 Filippenzen 2:10 Filippenzen 2:11 Filippenzen 2:12 Filippenzen 2:13 Filippenzen 2:14 Filippenzen 2:15 Filippenzen 2:16 Filippenzen 2:17 Filippenzen 2:18 Filippenzen 2:19 Filippenzen 2:20 Filippenzen 2:21 Filippenzen 2:22 Filippenzen 2:23 Filippenzen 2:24 Filippenzen 2:25 Filippenzen 2:26 Filippenzen 2:27 Filippenzen 2:28 Filippenzen 2:29 Filippenzen 2:30



Filippenzen 2:9 (NLD): Hem heeft God uitermate verhoogd en Hem een Naam gegeven, welke boven alle naam is
Contextueel kader: Dit vers volgt op de omschrijving van Christus’ nederdaling en gehoorzaamheid tot de dood aan het kruis (Filippenzen 2:5-8). In reactie op dit voorbeeld van nederigheid wordt de Heer Jezus verhoogd door God de Vader, zodat Zijn naam boven elke andere naam uitkomt. Het thema is hier het verschil tussen neerbuiging en verhoging: God ziet de gehoorzaamheid en verklaart ze met een machtige, universele autoriteit.
Interpretatieve observaties: - De “Naam” die gegeven is, verwijst niet alleen naar een mondeling label, maar naar de volle autoriteit en karakter van Jezus, waarmee Hij alle dingen draagt en regeert. - De verhoging is Gods bevestiging van Christus’ zending: verzoening, replering van het volk en heerschappij over de geschiedenis. - Deze verzen dienen christenen tot navolging: gedenken dat ware eer voortvloeit uit gehoorzaamheid en dienstbetoon, niet uit zelfverheffing.
Kernpunten in één korte lijst:
Relaties met andere Schriftplaatsen: - Filippenzen 2:10-11: Een direct vervolg waarin elke knie buigt en elke tong belijdt dat Jezus Christus Heer is. Dit illustreert de universele erkenning van Zijn gezag en eer. - Efeziërs 1:20-21: God zet Christus boven alle heerschappij en macht, wat de universele soevereiniteit en de uiteindelijke bestemming van alle dingen bevestigt. - Jesaja 45:23 (referentiekader): God eist dat alle natieën Hem aanbidden; dit wijst op de terugblik op de Naam die boven alle namen is, zoals bewaard in de Schrift.
Concreet praktische les: Wandel in nederigheid en dienstbaarheid, wetende dat ware eer voortkomt uit gehoorzaamheid aan God en toegewijde trouw aan Christus. De zekerheid van Zijn verheven Naam geeft moed in lijden en hoop voor de toekomst.
Gedeelde commentaartracés: - Matthew Henry (samenvatting): de Verheffing van Christus als een beloning en bevestiging van Zijn voorbeeld van nederigheid; Zijn Naam heeft universele gezag en eer. - Albert Barnes (samenvatting): benadrukt de machtige autoriteit van de Naam van Jezus en de wijze waarop God Zijn werk bevestigt door verhoging. - Adam Clarke (samenvatting): beklemtoont dat de Naam boven alle andere namen gezet wordt in het geheel van de schepping en verlossing; de houding van Christus dient als patroon voor de gelovigen.
Korte kruisverwijzingen: - Romeinen 14:11: dat ieder zich voor God buigen zal; bevestiging van het universele aanbiddingsgebeuren rondom de Naam van Jezus. - Kolossenzen 1:18: Christus als Hoofd van het lichaam, de Gemeente, wat Zijn verheven positie onderstreept. - Hebreeën 1:3: de volmaaktheid van Zijn zoonschap, waardoor Sein Naam gelijk staat aan volkomen gezag.
Samenvattend: Fil pp 2:9 toont Gods definitieve onderscheiding van Jezus door Verhoging en Een Naam boven alle naam. Het nodigt gelovigen uit tot navolging in nederigheid, terwijl het vertrouwen verschaft dat Christus werkelijk alle dingen regeert.