Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiNahum 3:6 Uitleg van het Bijbelvers
Nahum 3:6 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers
En Ik zal verfoeilijke dingen op u werpen, en u tot schande maken, en Ik zal u als een spiegel stellen.
Nahum 3:6 Bijbelcommentaar bij dit vers
*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.
Nahum 3:6 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten
Bekijk Bijbelteksten die door thema, onderwijs of context met dit vers verbonden zijn. Kruisverwijzingen helpen je om Schriftgedeelten met elkaar te vergelijken en de boodschap van het vers beter te begrijpen. Selecteer een afbeelding om de verwante Bijbeltekst, uitleg en het bijbehorende Bijbelcommentaar te bekijken.

Maleachi 2:9 (NLD) »
Daarom heb Ik ook u verachtelijk en onwaard gemaakt voor het ganse volk, dewijl gij Mijn wegen niet houdt, maar het aangezicht aanneemt in de wet.

Jeremia 51:37 (NLD) »
En Babel zal worden tot steen hopen, een woning der draken, een ontzetting en aanfluiting, dat er geen inwoner zij.

Nahum 3:6 (NLD) – “En Ik zal verfoeilijke dingen op u werpen, en u tot schande maken, en Ik zal u als een spiegel stellen.”
Setting: Nahum spreekt over Ninevé als de stad die door haar geweld en onrecht God heeft beledigd. In dit vers kondigt God aan dat Hij Nineve zal openbaren in haar eigen verschrikking: Hij zal verfoeilijke dingen op haar werpen en haar tot schande maken, zodat zij als een spiegel voor de wereld staat. Het beeld van een spiegel wijst op een onthullende confrontatie met zichzelf: wat Ninevé ooit aanrichtte, zal haar eigen boemerang worden.
Het vers legt de soberheid van Gods gerechtigheid bloot. God is niet passief in het aangezicht van onrecht; Hij ziet, oordeelt en handelt doelbewust. Door Ninevé te activeren met schande en verontwaardiging toont God Zijn heiligheid en Zijn onwankelbare trouw aan Zijn woord. De uitdrukking “verfoeilijke dingen op u werpen” schetst een oplettende goddelijke reënie: wat als verachtelijk en verwerpelijk wordt gezien door de schepping, zal ook voor Ninevé zichtbaar en ondraaglijk worden. Tegelijk laat de spiegel zo’n schok van realiteit zien voor de beul en voor de mensheid: zonde wordt nooit ongestraft verborgen gehouden; ze komt altijd aan het licht.
- Jesaja 54:14-15 spreekt over veiligheid door gerechtigheid en de werking van tegenstand tegen de ziel die zich tegen God opwerpt; een soort van confrontatie die tot erkennen van de waarheid leidt.
- Psalm 51:5–6 benadrukt dat zonde van nature in de mens aanwezig is en dat God verlangt dat het hart verzoend wordt; herkenning van schuld is het begin van genezing.
- Openbaring 3:19 laat zien dat goddelijke tuchtiging bedoeld is om te brengen tot bekering en om te bepalen wat werkelijk waarde heeft voor God.
De boodschap herinnert dat God zonde niet ignorabel laat. In ons tijdperk van relatieve moraliteit kan dit vers ons bevestigen dat ware gerechtigheid vereist dat zonde gezien en aangepakt wordt. Gods belofte van openbaarmaking kan in ons leven ook betekenen dat Hij onze harttoestand onderzoekt en ons roept tot bekering, zodat wij niet voor onszelf een “spiegel” worden van verontwaardiging maar van hoop—als mensen die weten dat vergeving mogelijk is door genade in Christus. Laat dit vers ons aansporen tot een oprechte zelfonderzoek en tot een leven dat in overeenstemming is met Gods heiligheid.
Adam Clarke wijst erop dat God’s tuchtiging vaak gericht is op zuivering en rechtvaardiging, zodat de mens ten laatste in Hem vertrouwen leert hebben. Matthew Henry onderstreept dat Gods ogen geen onrecht laten ongestraft; de veroordeling werkt uiteindelijk tot vernieuwing in vroom hart.
Cross-referenties: Jesaja 1:18 (reinigen van zonden); Psalm 79:9 (redding door schuldvergeving); Openbaring 16:14 (toenemende openbare openbaring van zonde en gerechtigheid).