Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
Mattheüs 1 Mattheüs 2 Mattheüs 3 Mattheüs 4 Mattheüs 5 Mattheüs 6 Mattheüs 7 Mattheüs 8 Mattheüs 9 Mattheüs 10 Mattheüs 11 Mattheüs 12 Mattheüs 13 Mattheüs 14 Mattheüs 15 Mattheüs 16 Mattheüs 17 Mattheüs 18 Mattheüs 19 Mattheüs 20 Mattheüs 21 Mattheüs 22 Mattheüs 23 Mattheüs 24 Mattheüs 25 Mattheüs 26 Mattheüs 27 Mattheüs 28Verse
Mattheüs 7:1 Mattheüs 7:2 Mattheüs 7:3 Mattheüs 7:4 Mattheüs 7:5 Mattheüs 7:6 Mattheüs 7:7 Mattheüs 7:8 Mattheüs 7:9 Mattheüs 7:10 Mattheüs 7:11 Mattheüs 7:12 Mattheüs 7:13 Mattheüs 7:14 Mattheüs 7:15 Mattheüs 7:16 Mattheüs 7:17 Mattheüs 7:18 Mattheüs 7:19 Mattheüs 7:20 Mattheüs 7:21 Mattheüs 7:22 Mattheüs 7:23 Mattheüs 7:24 Mattheüs 7:25 Mattheüs 7:26 Mattheüs 7:27 Mattheüs 7:28 Mattheüs 7:29
Mattheüs 7:10 – "En zo hij hem om een vis zou bidden, die hem een slang zal geven?"
Het vers volgt direct op Jezus’ oproep tot goede geestelijke discernering: wie zo’n verzoek om brood vraag, ontvangt wat men nodig heeft; wie om vis vraagt, ontvangt niet wat slecht is, maar iets veelnessers. In deze spreekwoorden gebruikt Jezus een analogie uit het alledaagse leven: een vader die zijn zoon om voedsel vraagt, gaat er niet op uit om hem te misleiden of kwaad te doen.
Wat deze uitspraak onthult over God en geloof
Het beeld laat zien dat God luisteren en geven naar ware verzoeken met goed volhartigheid is. De tegenstelling in de zinsnede – iemand die om een vis vraagt en een slang ontvangt – wijst op het feit dat God geen kwaad zulks geeft aan degenen die Hem vrezen. Het gaat om de betrouwbaarheid van Gods zorg en de intentie achter bidden: het wezen van het goede tegenover het schijnbaar onschuldige, maar misleidende bedriegerij van het kwaad.
Belangrijke woorden en beelden verduidelijkt
Verbinding met verwante passages
Cross-references voor verdieping:
Toelichting: Jezus benadrukt hier niet dat zodanige gaven altijd letterlijk zullen zijn, maar dat de mensheid op God mag vertrouwen als de volmaakte gever. De logica is: wie goed vraagt, ontvangt wat hen bijzonder ten goede strekt.
Aanwijzingen uit de oude commentarenten
Samenvattend beeld uit bekende tussentie: De verzen laten zien dat bedrieglijke of kwaadaardige aanbiedingen niet uit de goddelijke bron komen. Elders wijzen de meestuursvakgen naar Gods bereidwillige eengave aan hen die Hem zoeken, zoals door Matthew Henry en Adam Clarke worden benadrukt: gods genade en voorzienigheid zijn betrouwbaar voor diegenen die op Hem vertrouwen.
Praktische toepassing voor vandaag
Kernwoord: God als goede Gever; menselijke afhankelijkheid; fiducie in Gods zorg.
Noot over citaten: Exacte korte uitspraken uit Matthew Henry, Albert Barnes of Adam Clarke zijn niet prominent in deze samenvatting opgenomen. Wel zijn elementen uit hun benadering verwerkt: Gods voorsienigheid, waakzaamheid tegen bedrog, en het vertrouwen op Gods zegen bij oprechte verzoeken.