Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
Mattheüs 1 Mattheüs 2 Mattheüs 3 Mattheüs 4 Mattheüs 5 Mattheüs 6 Mattheüs 7 Mattheüs 8 Mattheüs 9 Mattheüs 10 Mattheüs 11 Mattheüs 12 Mattheüs 13 Mattheüs 14 Mattheüs 15 Mattheüs 16 Mattheüs 17 Mattheüs 18 Mattheüs 19 Mattheüs 20 Mattheüs 21 Mattheüs 22 Mattheüs 23 Mattheüs 24 Mattheüs 25 Mattheüs 26 Mattheüs 27 Mattheüs 28Verse
Mattheüs 4:1 Mattheüs 4:2 Mattheüs 4:3 Mattheüs 4:4 Mattheüs 4:5 Mattheüs 4:6 Mattheüs 4:7 Mattheüs 4:8 Mattheüs 4:9 Mattheüs 4:10 Mattheüs 4:11 Mattheüs 4:12 Mattheüs 4:13 Mattheüs 4:14 Mattheüs 4:15 Mattheüs 4:16 Mattheüs 4:17 Mattheüs 4:18 Mattheüs 4:19 Mattheüs 4:20 Mattheüs 4:21 Mattheüs 4:22 Mattheüs 4:23 Mattheüs 4:24 Mattheüs 4:25



In het licht van de Schrift: "De mens zal bij brood alleen niet leven"
Hoofdinterpretatieve punt: Jezus antwoordt op verleiding met een beroep op Gods woord: de mens leeft niet van brood alleen, maar van elk woord dat uit de mond van God komt. De kernbetrokkenheid is dat leven en gehoorzaamheid verder reiken dan materiële behoefte; onderliggende roepen om vertrouwen en toewijding aan God zelf.
Literair en contextueel kader
Mattheüs 4 volgt het Doopverhaal en de duivelverleiding in de woestijn. De drie verzoekingen testen Jezus’ toewijding: bevelen, sprekend tegen zichzelf, en vertrouwen op God of op eigen voorziening. Hier is de focus op de eerste verzoeking: de relatie tussen lichamelijke honger en geestelijk vertrouwen. De woorden echoën uit de Joodse traditie en verwijzen naar Deuteronomium 8:3, waar God zegt dat Hij Zijn volk heeft geleid in de woestijn om hen te vernouwen en te leren dat „niet brood alleen zal de mens leven, maar aller woord dat uit de mond des Heren komt” (parafrase). Jezus antwoordt met een Schriftwoord dat de prioriteit van God en Zijn woord bevestigt boven materiële bevrediging.
Theologische betekenis
Deze uitspraak legt de nadruk op drie theologische thema’s:
In de verzoenende zin van het Evangelie verdwijnt de tegenstelling tussen materiële en geestelijke honger niet, maar wordt duidelijk dat ware vervulling uit afstemming met Gods wil voortkomt. De constitutie van het Koninkrijk spreekt door dit woord: gehoorzaamheid aan God is prioriteit, zelfs als het leven tijdelijk op de proef wordt gesteld.
Verbindingen met andere Schriftgedeelten
Kernachtige cross-referenties en hun korte uitleg:
Reflectievragen
Samenvatting en conclusie
Jezus’ antwoord in Mattheüs 4:4 onderstreept een diep vertrouwen: het leven van de mens is geworteld in Gods woord, boven de onmiddellijke bevrediging van honger. Het citaat uit de Tora bevestigt dat God als bron en orientatie dient te dienen; afhankelijkheid van God en zijn boodschap is de ware voeding die het geloof voedt en richting geeft. In de bredere Bijbelse lijn zien we dat levenskracht uit de verhouding met God voortkomt en dat dit woord een dagelijks kompas blijft in een wereld vol verlangens.
Toelichting op exacte citaten: Er worden geen volledige verzen geciteerd uit Matthew Henry, Albert Barnes of Adam Clarke, maar hun inzichten worden geïntegreerd als betrouwbare pietitische reflecties over de betekenis van dit vers. Vermelde parapressen verwijzen naar hun bredere commentaartraditie over deze ton en context.
Andere overdenkingen: Deuteronomium 8:3, Psalm 119:105, Johannes 6:35.