Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
Mattheüs 1 Mattheüs 2 Mattheüs 3 Mattheüs 4 Mattheüs 5 Mattheüs 6 Mattheüs 7 Mattheüs 8 Mattheüs 9 Mattheüs 10 Mattheüs 11 Mattheüs 12 Mattheüs 13 Mattheüs 14 Mattheüs 15 Mattheüs 16 Mattheüs 17 Mattheüs 18 Mattheüs 19 Mattheüs 20 Mattheüs 21 Mattheüs 22 Mattheüs 23 Mattheüs 24 Mattheüs 25 Mattheüs 26 Mattheüs 27 Mattheüs 28Verse
Mattheüs 22:1 Mattheüs 22:2 Mattheüs 22:3 Mattheüs 22:4 Mattheüs 22:5 Mattheüs 22:6 Mattheüs 22:7 Mattheüs 22:8 Mattheüs 22:9 Mattheüs 22:10 Mattheüs 22:11 Mattheüs 22:12 Mattheüs 22:13 Mattheüs 22:14 Mattheüs 22:15 Mattheüs 22:16 Mattheüs 22:17 Mattheüs 22:18 Mattheüs 22:19 Mattheüs 22:20 Mattheüs 22:21 Mattheüs 22:22 Mattheüs 22:23 Mattheüs 22:24 Mattheüs 22:25 Mattheüs 22:26 Mattheüs 22:27 Mattheüs 22:28 Mattheüs 22:29 Mattheüs 22:30 Mattheüs 22:31 Mattheüs 22:32 Mattheüs 22:33 Mattheüs 22:34 Mattheüs 22:35 Mattheüs 22:36 Mattheüs 22:37 Mattheüs 22:38 Mattheüs 22:39 Mattheüs 22:40 Mattheüs 22:41 Mattheüs 22:42 Mattheüs 22:43 Mattheüs 22:44 Mattheüs 22:45 Mattheüs 22:46
Het vraagstuk van de opstanding: wiens echtgenote zal zij zijn?
In de opstanding; wiens vrouw zal zij wezen van die zeven, want zij hebben ze allen gehad? Mattheüs 22:28
Het centrale punt van dit vers is de vraag die de Schrift aanjes aan de farizeeën voorlegt: bij de opstanding zullen mensen in een andere staat leven, en de menselijke familieverbanden uit dit leven dienen dan op een hogere orde te worden verstaan. Jezus corrigeert niet de duur van liefde of trouw, maar benadrukt dat in de opstanding men niet meer onder de beperktheden van dit bestaan zal leven. Liefde en trouw blijven, maar onder andere regels van bestaan en relatie.
Literaire context
In Matteüs 22 vangt de toon van Jezus’ gesprek aan met een wedloop van vragen: de farizeeën trachten hem te vangen met een casus, maar Jezus draait de vraag tot een leer over het koninkrijk van God. Het vers volgt de parabel van de zeven broers en de vrouw (als hypothetisch voorbeeld) en dient als vervolg van de discussie over het bestaan na de opstanding. De structuur laat zien dat de opstanding geen herschikking is van aardse ferenties, maar een transitie naar een nieuwe orde van dingen waarin aardse familiebanden plaatsmaken voor goddelijke relaties.
Theologische betekenis
De vraag illustreert dat de aardse familieverhoudingen hun betekenis in dit leven hebben. In de opstanding zullen mensen in een onbekommerde, directe relatie tot God en elkaar hebben, maar niet volgens de regels van tijd en erfopvolging zoals nu. Dit onderstreept dat het eeuwige leven gericht is op gemeenschap met God en op transcedente relaties die voorbij menselijke grenzen gaan. Jezus’ antwoord laat zien dat de opstanding een realiteit is waarin de beperkingen van het huidige leven worden opgeheven, zodat mensen in een vernieuwde orde permanent en volkomen leven vriendschap en liefde hebben.
Verbindende bijbelse lijnen
- Markus 12:25; Lucas 20:34-36: de opstanding verschilt van de huidige generatie; zij zullen niet sterven. De relatie tussen mens en God krijgt een onverwoestbare, hemelse vorm.
- 1 Korintiërs 15:42-44: de opstanding gebeurt in een geestelijke, onvergankelijke staat. Duidt aan dat lichaam en relaties een transitie ondergaan.
- Openbaring 21:3-4: de tijd zal komen waarin tranen en dood voorbijgaan; de gemeenschap met God geeft een volledig nieuw bestaan.
Kernpunten en vragen voor bezinning
Korte commentaar van klassieke commentatoren
Alexander Maclaren (samenvattend): de casus toont de onmogelijkheid om aards recht te vangen in eeuwig leven; de opstanding schenkt een hogere wet van liefde.
Matthew Henry (uitdrukkelijk citaat): “In die opstanding zullen zij niet meer sterven; … de gemeenten van God zullen alle tijd samen blijven.”
Albert Barnes (samenvattend): de vraag toont dat opstanding niet kan worden begrepen door aardse verhoudingen; het leven is gericht op God en zijn koninkrijk.
Adam Clarke (samenvattend): de opstanding brengt ons uit de complexiteit van menselijke huwelijken naar de eenvoud van de eeuwige gemeenschap met Christus.
Korte conclusie
De vraag van de farizeeën anticipeert op de werkelijkheid van de opstanding: de relatie met God en de gemeenschap onderling krijgt een volkomen nieuwe antecedente in Gods eeuwige koninkrijk. Jezus leert dat God de menselijke orde transformeert, zodat ware thuis- en liefdesrelaties in een onvergankelijk bestaan hun voltooide gestalte krijgen.
Kort samengevat
In de opstanding zullen aardse huwelijken en erfopvolginge een hogere, goddelijke orde krijgen. De kern is niet wie iemand zal zijn in een specifieke relatie, maar wie men zal aanbidden en in welke vrijheid men zal leven voor God en elkaars welzijn.