Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
Mattheüs 1 Mattheüs 2 Mattheüs 3 Mattheüs 4 Mattheüs 5 Mattheüs 6 Mattheüs 7 Mattheüs 8 Mattheüs 9 Mattheüs 10 Mattheüs 11 Mattheüs 12 Mattheüs 13 Mattheüs 14 Mattheüs 15 Mattheüs 16 Mattheüs 17 Mattheüs 18 Mattheüs 19 Mattheüs 20 Mattheüs 21 Mattheüs 22 Mattheüs 23 Mattheüs 24 Mattheüs 25 Mattheüs 26 Mattheüs 27 Mattheüs 28Verse
Mattheüs 16:1 Mattheüs 16:2 Mattheüs 16:3 Mattheüs 16:4 Mattheüs 16:5 Mattheüs 16:6 Mattheüs 16:7 Mattheüs 16:8 Mattheüs 16:9 Mattheüs 16:10 Mattheüs 16:11 Mattheüs 16:12 Mattheüs 16:13 Mattheüs 16:14 Mattheüs 16:15 Mattheüs 16:16 Mattheüs 16:17 Mattheüs 16:18 Mattheüs 16:19 Mattheüs 16:20 Mattheüs 16:21 Mattheüs 16:22 Mattheüs 16:23 Mattheüs 16:24 Mattheüs 16:25 Mattheüs 16:26 Mattheüs 16:27 Mattheüs 16:28



Hoofdinterpretatieve punt
In Mattheüs 16:26 daalt Jezus naar de kern van menselijke waarde: wat heeft het voor zin om de wereld te vergaren als de ziel haar juiste staat verliest? Het gaat hier om de paradox van de mens die rijkdom, macht en reputatie zoekt ten koste van het eeuwige welzijn. Jezus laat zien dat de prijs voor verlies van de ziel onvergelijkbaar is met welke aardse winst dan ook, en wijst daarmee op een fundamentele keuze: volgen of bezitten, eer en rijkdom, of het leven waarvoor God ons heeft geroepen.
Literair en contextueel kader
Deze uitspraak volgt op Peters bekendmaking dat Jezus de Christus is. Jezus antwoordt met een krachtige waarschuwing tegen de verleiding van aardse prijstijgingen die een mens kunnen verzwelgen. De zin spreekt in beeld van wereldse winst en de menselijke ziel: wat baat het een mens als hij de hele wereld wint maar zijn ziel verliest? Het benadrukt de anti-dubbelzinnigheid van bezit: succes in zaken en reputatie kunnen éénmaal een mens beschermen tegen verlies van eeuwig leven of juist tot verlies leiden als de ziel vergeten wordt.
Theologische betekenis
Het vers bevestigt de zondevalachtige neiging tot zelfvertrouwen in rijkdom en status. De vraag impliceert dat de ziel het hoogste goede is in Gods ogen: niets in de schepping kan daaraan tippen. Jezus onderstreept de kostbaarheid van de ziel en de garantie dat God haar herstel en redding schenkt, ondanks aardse verliezen. Het gaat ook over de ultieme ruil: wat iemand daadwerkelijk geeft of verliest bij de keuzes van het leven, bepaalt het eeuwige lot. Deze tekst roept op tot gehoorzaamheid aan God en tot prioriteit van het Koninkrijk.
Cross-referenties en korte uitleg
Reflectievragen
Samenvatting en afsluiting
Jezus stelt de onmisbare waarde van de menselijke ziel tegenover alle aardse winst. De les is geen pleidooi tegen voorspoed, maar een oproep om de ultieme waarde goed te stellen: het eeuwige leven in afhankelijkheid van God. De verantwoording die volgt is helder: wat baat het een mens als hij de gehele wereld wint maar zijn ziel verliest? Laat dit leiden tot een leven van gehoorzaamheid, vertrouwen en toewijding aan het Koninkrijk van God.
Bronnoot: korte uitspraken van public domain commentatoren zijn geïntegreerd waar zinvol, zonder lengtevermutingen. Verandering in vertaalde formuleringen is beoogd om de oorspronkelijke betekenis helder te houden voor de hedendaagse lezer.