Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
Mattheüs 1 Mattheüs 2 Mattheüs 3 Mattheüs 4 Mattheüs 5 Mattheüs 6 Mattheüs 7 Mattheüs 8 Mattheüs 9 Mattheüs 10 Mattheüs 11 Mattheüs 12 Mattheüs 13 Mattheüs 14 Mattheüs 15 Mattheüs 16 Mattheüs 17 Mattheüs 18 Mattheüs 19 Mattheüs 20 Mattheüs 21 Mattheüs 22 Mattheüs 23 Mattheüs 24 Mattheüs 25 Mattheüs 26 Mattheüs 27 Mattheüs 28Verse
Mattheüs 12:1 Mattheüs 12:2 Mattheüs 12:3 Mattheüs 12:4 Mattheüs 12:5 Mattheüs 12:6 Mattheüs 12:7 Mattheüs 12:8 Mattheüs 12:9 Mattheüs 12:10 Mattheüs 12:11 Mattheüs 12:12 Mattheüs 12:13 Mattheüs 12:14 Mattheüs 12:15 Mattheüs 12:16 Mattheüs 12:17 Mattheüs 12:18 Mattheüs 12:19 Mattheüs 12:20 Mattheüs 12:21 Mattheüs 12:22 Mattheüs 12:23 Mattheüs 12:24 Mattheüs 12:25 Mattheüs 12:26 Mattheüs 12:27 Mattheüs 12:28 Mattheüs 12:29 Mattheüs 12:30 Mattheüs 12:31 Mattheüs 12:32 Mattheüs 12:33 Mattheüs 12:34 Mattheüs 12:35 Mattheüs 12:36 Mattheüs 12:37 Mattheüs 12:38 Mattheüs 12:39 Mattheüs 12:40 Mattheüs 12:41 Mattheüs 12:42 Mattheüs 12:43 Mattheüs 12:44 Mattheüs 12:45 Mattheüs 12:46 Mattheüs 12:47 Mattheüs 12:48 Mattheüs 12:49 Mattheüs 12:50



Christelijk waarborg: een verdeeld rijk
De kerngedachte van Mattheüs 12:26 is dat het uitsluiten van demonische machten niet zonder logische consequenties kan gebeuren als die machten uit één en dezelfde legioen bestaan. Jezus toont hier een logisch bezwaar tegen de beschuldiging dat Hij door demonen te verdrijven uit de practische realiteit van het koninkrijk van Satan zou komen. Als Hij Satan uitwerpt door toedoen van Satan, staat het rijk van Satan tegen zichzelf verdeeld en kan het bestaan niet duurzaam zijn. Dit onderstreept de echtheid en integriteit van Jezus’ goddelijke macht.
Voorafgaand aan deze uitspraak wordt Jezus geconfronteerd met beschuldigingen dat Hij door demonen werkt. Zijn reactie is voornamelijk logica-georiënteerd: een ruziënde satan kan zijn eigen heerschappij ondermijnen. Dit verheldert het echte doel van Zijn genezingen en bevrijdingen, die juist getuigen van de aardse en hemelse tegenhanger van het duister.
Theologische betekenis: wat zegt het ons
In deze verhandeling ligt een anticipatie op de verdediging tegen valse interpretaties van Zijn macht. Jezus laat zien dat ware bevrijding en genezing geen dienst is van verdeeldheid, maar van rechtschapenheid en orde. Het duidt op de instelling van de vergelding: als Hij door satan werkt, ondermijnt Hij niet alleen Satan’s rijk, maar bevestigt Hij ten volle Zijn macht over de machten der duisternis.
Verbindingen met andere Schriftplaatsen
Toelichting bij de verbindingen: de eerste verwijst naar de uiteindelijke overwinning van Christus die demonische machten ondermijnt; de tweede waarschuwt tegen misleidende beelden van kracht; de derde biedt een vergelijkbare redelijke disputatie die in Markus wordt uitgewerkt.
Vragen ter bezinning
Samenvatting en aansluiting
Het vers presenteert een helder criterium: ware macht van God zal nooit leiden tot verdeeldheid in het kwaad. Jezus' woordgebruik doet geen beroep op blinde geloofsacceptatie, maar op een zakelijk, logische redenering waarmee Hij de weerstand tegen Zijn werk blootlegt. Deze passage bevestigt de integriteit van Zijn koninkrijk en roept op tot herijking van wat als echte kracht wordt gezien.
Kerncitaten uit oudere commentaartradities (uit public domain)
Matthew Henry en Adam Clarke benadrukken beiden dat de beschuldiging van Beëlzebub een dwaasheid is, omdat het aantoont dat de duivel zichzelf overweldigt wanneer hij tegen zichzelf werkt. Albert Barnes wijst op de logische tegenstelling die zichtbaar wordt wanneer macht tegen macht botst, en de uitkomst is dat het duister uiteindelijk verzwakt en moet wijken voor het licht.