Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiVerse
Markus 15:1 Markus 15:2 Markus 15:3 Markus 15:4 Markus 15:5 Markus 15:6 Markus 15:7 Markus 15:8 Markus 15:9 Markus 15:10 Markus 15:11 Markus 15:12 Markus 15:13 Markus 15:14 Markus 15:15 Markus 15:16 Markus 15:17 Markus 15:18 Markus 15:19 Markus 15:20 Markus 15:21 Markus 15:22 Markus 15:23 Markus 15:24 Markus 15:25 Markus 15:26 Markus 15:27 Markus 15:28 Markus 15:29 Markus 15:30 Markus 15:31 Markus 15:32 Markus 15:33 Markus 15:34 Markus 15:35 Markus 15:36 Markus 15:37 Markus 15:38 Markus 15:39 Markus 15:40 Markus 15:41 Markus 15:42 Markus 15:43 Markus 15:44 Markus 15:45 Markus 15:46 Markus 15:47



En het voorhangsel des tempels scheurde in tweeen, van boven tot beneden
In Markus 15:38 wordt beschreven dat het voorhangsel van de tempel in tweeën scheurde, van boven naar beneden. Dit signaal markeert een dramatische verandering: van een systeem waarbij Gods heiligheid strikt beperkt lijkt en dwalingen gevreesd kunnen worden, naar een openheid tot Gods tegenwoordigheid voor alle mensen, dankzij het offer van Christus. Het scheuren leert ons dat de weg tot God nu vrijelijk is, niet door menselijke arbeid maar door Zijn eigen initiatief en de kracht van het kruis.
Markus beschrijft de laatste dagen van Jezus’ aardse bediening. Het voorhangsel, een doek tussen het Heilige en het Allerheiligste in de tempel, symboliseerde de scheiding tussen God en de mens door zonde. Bij de stervenis van Christus wordt deze scheiding tijdelijk opgeheven in vertolking van de voltooide redding. Dit moment echoot in de retoriek van de evangeliën: waar wetten en offers ooit nodig bleken, is nu de uitnodiging tot gemeenschap met God beschikbaar gemaakt door Christus’ offer en opstanding.
- Het van boven naar beneden scheuren benadrukt dat de verandering van God uitgaat: God zelf doet het, niet mensen. Dit onderstreept de overvloedige genade die door Christus’ kloof en de volbrachte verzoening mogelijk wordt. Matthew Henry ziet dit als een aanwijzing dat het wegvallen van scheidsmuren tussen God en getuigenis van de gelovigen in het Nieuwe Verbond is.
De scheur dient als teken van toegang: de heiligheid van God hoeft niet langer afgewacht te worden; het is gepaard gegaan met de vernieuwing van de relatie tussen God en mens. Albert Barnes wijst erop dat dit ook de vernieuwing van de tempelgedachte impliceert: niet een gebouw, maar het lichaam van Christus en zijn geestelijke tempel bieden toegang tot Gods aanwezigheid.
Adam Clarke ziet hierin een bevestiging van de verlossing door het atonement; het scheuren toont dat de bewondering van de goddelijke heiligheid in het licht van het volbrachte offer hersteld is, waardoor gelovigen direct toegang krijgen tot de troon van genade.
Kernpunten
Relevante passages
Hebreeën 10:19-20 beschrijft de toegang die door het bloed van Jezus mogelijk is; dit helpt te begrijpen dat het scheuren van het voorhangsel niet slechts een gebeurtenis in de tempel was, maar een impliciete verschuiving naar persoonlijke gemeenschap met God. Wijst op de weg die door het offer is geopend.
Efeziërs 2:14-18 spreekt van vrede en toegang tot de Vader door een Zoon; dit benadrukt dat de scheur van het voorhangsel een illustratie is van wat Christus heeft gerealiseerd voor de gelovigen. Verbinding van jood en heiden door één Heer.
Praktische toepassing
Laat dit moment ons leren om de nabijheid van God te zoeken in het geloof in Christus. Onze aanbidding en gebed mogen voortaan rechtstreeks tot God gericht zijn, niet door een menselijk middel, maar door de volbrachte verzoening. Leef in de vrijheid van Gods aanwezigheid en in de gemeenschap met andere gelovigen, met dank aan het volbrachte werk van Christus.
Bronvermelding voor citaten
Uit interpretaties van oudere publieke domein-commentaren: Matthew Henry, Albert Barnes, en Adam Clarke zijn gebruikt om richting te geven aan de gedachten rondom deze passage. Enkele korte directe verwijzingen uit hun werken zijn opgenomen waar relevant.