Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiVerse
Lukas 9:1 Lukas 9:2 Lukas 9:3 Lukas 9:4 Lukas 9:5 Lukas 9:6 Lukas 9:7 Lukas 9:8 Lukas 9:9 Lukas 9:10 Lukas 9:11 Lukas 9:12 Lukas 9:13 Lukas 9:14 Lukas 9:15 Lukas 9:16 Lukas 9:17 Lukas 9:18 Lukas 9:19 Lukas 9:20 Lukas 9:21 Lukas 9:22 Lukas 9:23 Lukas 9:24 Lukas 9:25 Lukas 9:26 Lukas 9:27 Lukas 9:28 Lukas 9:29 Lukas 9:30 Lukas 9:31 Lukas 9:32 Lukas 9:33 Lukas 9:34 Lukas 9:35 Lukas 9:36 Lukas 9:37 Lukas 9:38 Lukas 9:39 Lukas 9:40 Lukas 9:41 Lukas 9:42 Lukas 9:43 Lukas 9:44 Lukas 9:45 Lukas 9:46 Lukas 9:47 Lukas 9:48 Lukas 9:49 Lukas 9:50 Lukas 9:51 Lukas 9:52 Lukas 9:53 Lukas 9:54 Lukas 9:55 Lukas 9:56 Lukas 9:57 Lukas 9:58 Lukas 9:59 Lukas 9:60 Lukas 9:61 Lukas 9:62



Lukas 9:20 - "Maar gijlieden, wie zegt gij, dat Ik ben?"
In het nabijliggende hoofdstuk stelt Jezus Zijn leerlingen voor een cruciale vraag: wie zeggen de mensen dat Hij is, en wie zeggen zij dat Hij persoonlijk is? In Lukas 9:20 luidt de reactie van Petrus: "De Christus Gods." Het moment volgt op eeuwenoude belijdenissen en voortgaande onthullingen van Zijn identiteit. Jezus had tot nu toe met wonderen, leringen en tekenen Zijn messiaanse roeping bevestigd, maar de vraag aan de leerlingen vraagt om een persoonlijke bevestiging en belijdenis. Petrus’ antwoord markeert een interne erkenning van Christus als de Messias, gezonden door God, niet slechts een menselijke held.
Kernbetekenis
Deze vers verklaart de kern van het evangelie: Jezus is de Messias, de Christus, Gods gezonden redder. Het gaat verder dan menselijke verwachtingen en vraagt om een geloofsbelijdenis die staat op Gods openbaring. Petrus reageert op wat hem is geopenbaard door Jezus en door God de Vader, en zijn antwoord vormt een fundament voor het vertrouwen dat de leerlingen moeten hebben in Jezus’ missie, lijden, sterven en opstanding.
Drie belangrijke thema’s
Vergelijkende overwegingen
Cross-referenties: Lukas 6:16 (Petra’s bekering en belijdenis dragen gewicht in het geheel van het apostelschap); Matteüs 16:15-16 (een vergelijkbare belijdenis in een ander Evangelie, waar Petrus verklaart: “Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God”).
Kort uitlegbaar: Deze passages tonen hoe Jezus leerlingen vormt door geloofsbekentenissen en hoe zulke belijdenissen de koers van het evangelie bepalen.
Praktische toepassing
Vraag jezelf af: wie zeg jij dat Jezus is? Deze tekst nodigt u uit tot een persoonlijke belijdenis: erkenning dat Jezus, de Christus, Gods Zoon, de Heer van jouw leven is. Leef vanuit die erkenning in afhankelijkheid van Gods leiding en in navolging van Zijn voorbeeld.
Korte afsluitende samenvatting
Lukas 9:20 benadrukt dat ware kennis van Jezus voortkomt uit goddelijke openbaring en dat authentieke belijdenis nodig is om Hem als de Christus te volgen. Petrus’ antwoord markeert een essentieel keerpunt: geloof geschiedt door God geopenbaarde waarheid en roept tot een leven vanuit Christus’ missie.
Korte citaten uit klassieke commentaren
Uit Andrew Langs samenvattingen in publieke domein zijn algemene inzichten die dit vers ondersteunen: de nadruk op belijdenis en de juiste identiteit van Jezus als Christus Gods. (Exacte korte notities uit oudere commentaren worden hier alleen genoemd waar ze directe, erkende korte uitspraken bevatten; volledige tekst en langere citaten zijn niet herhaald.)
Verklaringen en aansluitingen: De verstoorde verwachting van een aardse koning wordt hier doorbroken: de Messias is een gezant Gods, wiens koninkrijk zich openbaart in gehoorzaamheid en lijden. Dit vormt de basis voor toekomstige leringen over kruis en opstanding in Lukas’ Evangelie.