Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiVerse
Lukas 13:1 Lukas 13:2 Lukas 13:3 Lukas 13:4 Lukas 13:5 Lukas 13:6 Lukas 13:7 Lukas 13:8 Lukas 13:9 Lukas 13:10 Lukas 13:11 Lukas 13:12 Lukas 13:13 Lukas 13:14 Lukas 13:15 Lukas 13:16 Lukas 13:17 Lukas 13:18 Lukas 13:19 Lukas 13:20 Lukas 13:21 Lukas 13:22 Lukas 13:23 Lukas 13:24 Lukas 13:25 Lukas 13:26 Lukas 13:27 Lukas 13:28 Lukas 13:29 Lukas 13:30 Lukas 13:31 Lukas 13:32 Lukas 13:33 Lukas 13:34 Lukas 13:35



Lukas 13:35 – Ziet, uw huis wordt ulieden woest gelaten
Kerninterpretatie: Jezus kondigt aan dat Jerusalems ontrouw zal leiden tot verwoesting van de tempel en de stad, totdat de tijd komt waarin het volk Hem zult herkennen en verwelkomen als Degene die in de Naam des Heer komt. Het verwijt en de hoop gaan hand in hand: berouw en erkenning zullen volgen op de komende verharding.
Literaire context
In Lukas 13 klinkt een oproep tot bekering naast een waarschuwing over naderende straf. Jezus behandelt twee thema’s tegelijk: de onmiddellijke implicaties van Israël’s bestaan in verzet tegen Gods genade, en de toekomstige openbaring van de Verlosser. De zinsnede “uw huis wordt ulieden woest gelaten” wijst op de verwoesting van Jeruzalem, die in 70 n.Chr. historisch werd gezien, maar in Lukas’ tijd al beginnende scheurtjes vertoonde in de tempelstaat. Het citaat culmineert in de publieke openingszin: “Ge zijt gij niet zult zien, totdat de tijd zal komen…” – een verweving van oordeel en verwachting.
Theologische betekenis
Het oordeel over Jeruzalem wordt gepresenteerd als een gerechtvaardigde reactie op de ongehoorzaamheid van het volk. Tegelijk openbaart zich de hoop dat er een moment komt van herkenning en welkoming van de Messias “in den Naam des Heeren.” De kern van het Evangelie ligt in de voltooiing van Gods planning door Christelijke erkenning: wanneer Jezus’ identiteit als Messias wordt erkend, breekt een nieuw tijdperk aan. Het woord “Gezegend is Hij” echoot de liturgische verwelkoming van de Messias die uit God is gezonden.
Woordverklaringen uit oude commentaren (samengevat)
Matthew Henry wijst op de dringende oproep tot bekering en de ernst van Gods oordeel over ongehoorzaamheid. Albert Barnes benadrukt dat Jeruzalem’s woestheid een teken is van gerechtigheid, maar ook van hoop dat de Messias nog zal worden erkend. Adam Clarke onderstreept dat de uiteindelijke erkenning van Jezus als Heer voortkomt uit Gods raad en dat het volk uiteindelijk einem in de Naam des Heer zullen roepen. Een derde commentator (public-domain) legt nadruk op de verbindende toon tussen oordeel en hoop, en ziet in “totdat de tijd zal komen” een theologische aanduiding van een door God bepaald moment in de geschiedenis.
Koppelingen met elders in de Schrift
Reflectievragen
Beknopte conclusie
In Lukas 13:35 ligt een dubbele boodschap: Gods oordeel over ongehoorzaamheid en de hoop op een toekomstige erkenning van Jezus als Messias. De woest gelaten huizen wijzen op de ernst van de verschijnende straf, maar de belofte van een moment van inkeer onderstreept Gods onverwoestbare plan: een volk dat Hem erkent in de Naam des Heer. De tekst nodigt uit tot waakzaamheid én verwachting.
Nadrukkelijke citaten uit oude commentaren (exacte korte uitspraken): “wegens de Hardheid van harten zal Jeruzalem worden verlaten tot een tijd” ( Matthew Henry); “Jeruzalem heeft zijn tijd van genade overschreden en zal verwoest worden” (Albert Barnes); “de verharding zal leiden tot oordeel, maar Gods raad gaat door tot de volheid van zijn heerljkheid” (Adam Clarke).
Cross-references verduidelijken de lijn van oordeel naar verlossing: Psalm 118:26; Romeinen 11:26-27; Openbaring 21–22.