Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
Leviticus 1 Leviticus 2 Leviticus 3 Leviticus 4 Leviticus 5 Leviticus 6 Leviticus 7 Leviticus 8 Leviticus 9 Leviticus 10 Leviticus 11 Leviticus 12 Leviticus 13 Leviticus 14 Leviticus 15 Leviticus 16 Leviticus 17 Leviticus 18 Leviticus 19 Leviticus 20 Leviticus 21 Leviticus 22 Leviticus 23 Leviticus 24 Leviticus 25 Leviticus 26 Leviticus 27



Overzicht: Leviticus 5 behandelt het proces van offers voor zondigheid uit onwetendheid of schuldgevoel. Vers 6 specificeert wat iemand moet brengen als hij zich bewust zondigt en God wil verzoening ontvangen. Het gaat om een eenvoudig, maar gericht offer van lam of jonge geit, als teken van erkenning van schuld en de behoefte aan vergeving. De priester voert de verzoening uit namens de mens. Dit benadrukt zowel verantwoordelijkheid als Gods voorzienige genade in het oude volk.
In dit vers wordt het konkrete offer beschreven dat men aan de HEERE brengt als schuldoffer voor zonde wanneer men gezondigd heeft. Het gaat om een onschuldige dierenkopie die de ernst van zonde aangeeft en tegelijk de mogelijkheid tot verzoening via het priesterschap. Het onderwerp blijft gericht op herstel van verhoudingen met God na overtreding.
De kernboodschap is dat zonde niet onverantwoord blijft liggen, maar dat er een weg van vergeving geopend is door toewijding aan een offer en de tussenkomst van de priester. De keuze voor een lam of een jonge geit benadrukt de prijzige, maar bereikbare verzoening: iets goeds moet worden gebracht als teken van berouw, en God gebruikt de priester om verzoening te maken. Dit legt de basis voor het concept van vergeving door nearness met de heilige aard van God, en de noodzaak van erkenning van schuld vóór vergeving.
Kernverbindingen: zonde en schuld erkennen leidt tot verzoening; verzoening geschiedt via een tussenpersoon en een geslachte zege van onschuldig bloed. In christelijke uitleg wijst dit op de voltooide verzoening in Christus als het ultieme lam.
Samenvattend laat dit vers de combinatie zien van ernst van zonde en de accessoire van vergeving die God aanbiedt door een sober offersysteem via de priester. Het ligt als een voorafbeelding van de onschatbare vergeving die in Christus tot volmaking komt, waarin zonde erkend wordt en verzoening mogelijk gemaakt wordt door een onschuldig offer.
Opmerkelijke citaten uit oudere commentaren (kort, ter referentie):
Matthew Henry stelt dat dit type offer de noodzakelijkheid laat zien van zuiverheid bij het naderen tot God en de tussenkomst van de priester als bemiddelaar. Albert Barnes noemt dat het lam of geit een eenvoudige maar betekenisvolle daad van geloof en berouw was, een teken dat de zonde niet buiten de orde van God blijft. Adam Clarke benadrukt de logistiek van het offer en hoe de priester zijn verzoening als handeling uitvoert, wat de overgave aan God's orde weerspiegelt.
Conclusie: Leviticus 5:6 bevestigt de noodzaak van erkende schuld en de mogelijkheid van vergeving via goddelijke verordening. Het legt een patroon vast dat uiteindelijk in Christus zijn vervulling vindt: verzoening door het onschuldige Lam.