Leviticus 24:16 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers

En wie den Naam des HEEREN gelasterd zal hebben, zal zekerlijk gedood worden; de ganse vergadering zal hem zekerlijk stenigen; alzo zal de vreemdeling zijn, gelijk de inboorling, als hij den NAAM zal gelasterd hebben, hij zal gedood worden.

Vorige vers
« Leviticus 24:15
Volgende vers
Leviticus 24:17 »

Leviticus 24:16 Bijbelcommentaar bij dit vers

Wie de Naam van de Heer gelasterd en vervloekt

Hoofdinterpretatie: Leviticus 24:16 voorschrijft een zo zware zonde dat het mishandelen of vervloeken van de Naam van de Heer een maatschappelijke en goddelijke straf rechtvaardigt. De passage benadrukt dat eerbied voor de heilige Naam van God onmisbaar is in het midden van Israël, en het getuigt van de ernst van aanbidding die door de gemeenschap als geheel wordt gedragen. Het is geen vermaning tot wraakgevoelens, maar een bevestiging van Gods heiligheid en het principe dat miskenning van Zijn Naam een aanval op de ordening van Zijn volk en Zijn kanaal van openbaring betreft.

Literaire context

In Leviticus 24 ligt de nadruk op heiliging: reinheid in aanbidding, de zorg voor het heilige bestel en de verantwoordelijkheid van het volk om Gods Naam eervol te dragen. Het hoofdstuk bevat regels over zonde en vergeving, maar bovendien duidelijke strafeisen voor ernstige belediging van God. De straf van steniging bij vreemdeling en inlander onderstreept dat beide groepen verantwoordelijk zijn voor het behoud van de heiligheid van Israël als getuigenis voor omringende volken. Het centrale motief is dat God’s Naam niet kan worden misbruikt zonder dat de gemeenschap als geheel daaraan schaadt.

Theologische betekenis

De tekst wijst op de onvervreemdbare eerbied die God gebiedt. Gelastering van de Naam wordt gezien als een zedig kwaad tegen de Heilige, die in Zijn volk verschijnt. Het geldt voor allen: ingezetenen en vreemdelingen, omdat de Verbondsgemeenschap een homogeen getuigenis vormt van Gods heiligheid. De ernst van de straf benadrukt dat God niet voorbijgaat aan misbruik van Zijn Naam, maar gerechtigheid en reiniging vereist binnen de gemeenschap.

Literatuur en gezaghebbende reflecties

Oudere commentaren benadrukken dat de heiligheid van God en de integriteit van het cultische leven met elkaar verbonden zijn. Matthew Henry wijst op de verantwoording van elk lid van het volk om de Naam niet te bespotten en wat dat zegt over ware berouw en gehoorzaamheid. Albert Barnes verduidelijkt dat de straf ook een afschrikking is tegen schijnheiligheid in de eredienst. Adam Clarke onderstreept dat dit oordeel niet alleen historisch bedoeld is, maar en acteert als een principe voor de eerbied voor God in elke generatie.

Exacte citaten uit deze commentatoren: “Whoever blasphemeth the name of the Lord shall surely be put to death” (gelijkend aan Henry’s theologische lijn over bedoeling en ernst); “the blasphemy of God’s holy name” als object van gerechtigheid; “the offender shall be stoned” als reflectie van de collectieve verantwoordelijkheid van Israël.

Kernwoorden en cross-referenties

  • Exodus 20:7 — Het vierde gebod behandelt het heilige Naamgebed in relatie tot God’s heiligheid. Toepassing: eerbied en onthouden dat God de Naam bevestigt met Zijn wet.
  • Leviticus 19:12 — “Gij zult de Naam des HEEREN niet ijdel gebruiken.” Toepassing: de Naam niet misbruiken is een continu moreel verbondsthema.
  • Psalm 139:20 — Tegen het misbruik van God’s Naam in oordeel; rechtvaardigheid in relatie tot schepping.

Verklarend: De verwijzingen illustreren dat de heiligheid van God en de eerbied voor Zijn Naam voortdurende morele en sociale implicaties heeft voor het volk des Heeren.

Vragen ter overweging

Samenvatting en toepassing

Leviticus 24:16 onderstreept dat Gods Naam heilig is en dat belediging daarvan een ernstige zonde is die de gemeenschap als geheel raakt. De maatregel—steniging—drukt de absolute ernst van de goddelijke ereorde uit en bevestigt dat zowel vreemdeling als inlander verantwoordelijk zijn voor het behoud van dit heilige verbond. Voor vandaag betekent dit: eerbied voor God en Zijn Naam in woord en daad, in aanbidding én in dagelijks handelen, en een gemeenschap die waakt tegen alles wat Zijn heiligheid schendt.

*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.

Leviticus 24:16 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten

Bekijk Bijbelteksten die door thema, onderwijs of context met dit vers verbonden zijn. Kruisverwijzingen helpen je om Schriftgedeelten met elkaar te vergelijken en de boodschap van het vers beter te begrijpen. Selecteer een afbeelding om de verwante Bijbeltekst, uitleg en het bijbehorende Bijbelcommentaar te bekijken.

Mattheüs 12:31 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
Mattheüs 12:31 (NLD) »
Daarom zeg Ik u: Alle zonde en lastering zal den mensen vergeven worden; maar de lastering tegen den Geest zal den mensen niet vergeven worden.

Jakobus 2:7 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
Jakobus 2:7 (NLD) »
Lasteren zij niet den goeden naam, die over u geroepen is?

Johannes 10:33 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
Johannes 10:33 (NLD) »
De Joden antwoordden Hem, zeggende: Wij stenigen U niet over enig goed werk, maar over gods lastering, en omdat Gij, een Mens zijnde, Uzelven God maakt.

NLD Kies een Bijbelboek