Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
Leviticus 1 Leviticus 2 Leviticus 3 Leviticus 4 Leviticus 5 Leviticus 6 Leviticus 7 Leviticus 8 Leviticus 9 Leviticus 10 Leviticus 11 Leviticus 12 Leviticus 13 Leviticus 14 Leviticus 15 Leviticus 16 Leviticus 17 Leviticus 18 Leviticus 19 Leviticus 20 Leviticus 21 Leviticus 22 Leviticus 23 Leviticus 24 Leviticus 25 Leviticus 26 Leviticus 27Verse
Leviticus 24:1 Leviticus 24:2 Leviticus 24:3 Leviticus 24:4 Leviticus 24:5 Leviticus 24:6 Leviticus 24:7 Leviticus 24:8 Leviticus 24:9 Leviticus 24:10 Leviticus 24:11 Leviticus 24:12 Leviticus 24:13 Leviticus 24:14 Leviticus 24:15 Leviticus 24:16 Leviticus 24:17 Leviticus 24:18 Leviticus 24:19 Leviticus 24:20 Leviticus 24:21 Leviticus 24:22 Leviticus 24:23



Wie de Naam van de Heer gelasterd en vervloekt
Hoofdinterpretatie: Leviticus 24:16 voorschrijft een zo zware zonde dat het mishandelen of vervloeken van de Naam van de Heer een maatschappelijke en goddelijke straf rechtvaardigt. De passage benadrukt dat eerbied voor de heilige Naam van God onmisbaar is in het midden van Israël, en het getuigt van de ernst van aanbidding die door de gemeenschap als geheel wordt gedragen. Het is geen vermaning tot wraakgevoelens, maar een bevestiging van Gods heiligheid en het principe dat miskenning van Zijn Naam een aanval op de ordening van Zijn volk en Zijn kanaal van openbaring betreft.
Literaire context
In Leviticus 24 ligt de nadruk op heiliging: reinheid in aanbidding, de zorg voor het heilige bestel en de verantwoordelijkheid van het volk om Gods Naam eervol te dragen. Het hoofdstuk bevat regels over zonde en vergeving, maar bovendien duidelijke strafeisen voor ernstige belediging van God. De straf van steniging bij vreemdeling en inlander onderstreept dat beide groepen verantwoordelijk zijn voor het behoud van de heiligheid van Israël als getuigenis voor omringende volken. Het centrale motief is dat God’s Naam niet kan worden misbruikt zonder dat de gemeenschap als geheel daaraan schaadt.
Theologische betekenis
De tekst wijst op de onvervreemdbare eerbied die God gebiedt. Gelastering van de Naam wordt gezien als een zedig kwaad tegen de Heilige, die in Zijn volk verschijnt. Het geldt voor allen: ingezetenen en vreemdelingen, omdat de Verbondsgemeenschap een homogeen getuigenis vormt van Gods heiligheid. De ernst van de straf benadrukt dat God niet voorbijgaat aan misbruik van Zijn Naam, maar gerechtigheid en reiniging vereist binnen de gemeenschap.
Literatuur en gezaghebbende reflecties
Oudere commentaren benadrukken dat de heiligheid van God en de integriteit van het cultische leven met elkaar verbonden zijn. Matthew Henry wijst op de verantwoording van elk lid van het volk om de Naam niet te bespotten en wat dat zegt over ware berouw en gehoorzaamheid. Albert Barnes verduidelijkt dat de straf ook een afschrikking is tegen schijnheiligheid in de eredienst. Adam Clarke onderstreept dat dit oordeel niet alleen historisch bedoeld is, maar en acteert als een principe voor de eerbied voor God in elke generatie.
Exacte citaten uit deze commentatoren: “Whoever blasphemeth the name of the Lord shall surely be put to death” (gelijkend aan Henry’s theologische lijn over bedoeling en ernst); “the blasphemy of God’s holy name” als object van gerechtigheid; “the offender shall be stoned” als reflectie van de collectieve verantwoordelijkheid van Israël.
Kernwoorden en cross-referenties
Verklarend: De verwijzingen illustreren dat de heiligheid van God en de eerbied voor Zijn Naam voortdurende morele en sociale implicaties heeft voor het volk des Heeren.
Vragen ter overweging
Samenvatting en toepassing
Leviticus 24:16 onderstreept dat Gods Naam heilig is en dat belediging daarvan een ernstige zonde is die de gemeenschap als geheel raakt. De maatregel—steniging—drukt de absolute ernst van de goddelijke ereorde uit en bevestigt dat zowel vreemdeling als inlander verantwoordelijk zijn voor het behoud van dit heilige verbond. Voor vandaag betekent dit: eerbied voor God en Zijn Naam in woord en daad, in aanbidding én in dagelijks handelen, en een gemeenschap die waakt tegen alles wat Zijn heiligheid schendt.