Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiJozua 6:26 Uitleg van het Bijbelvers
Jozua 6:26 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers
En ter zelver tijd bezwoer hen Jozua, zeggende: Vervloekt zij die man voor het aangezicht des HEEREN, die zich opmaken en deze stad Jericho bouwen zal; dat hij ze grondveste op zijn eerstgeborenen zoon, en haar poorten stelle op zijn jongsten zoon!
Jozua 6:26 Bijbelcommentaar bij dit vers
*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.
Jozua 6:26 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten
Bekijk Bijbelteksten die door thema, onderwijs of context met dit vers verbonden zijn. Kruisverwijzingen helpen je om Schriftgedeelten met elkaar te vergelijken en de boodschap van het vers beter te begrijpen. Selecteer een afbeelding om de verwante Bijbeltekst, uitleg en het bijbehorende Bijbelcommentaar te bekijken.

1 Koningen 16:34 (NLD) »
In zijn dagen bouwde Hiel, de Betheliet, Jericho; op Abiram, zijn eerstgeborenen zoon, heeft hij haar gegrondvest, en op Segub, zijn jongsten zoon, heeft hij haar poorten gesteld; naar het woord des HEEREN, dat Hij door den dienst van Jozua, den zoon van Nun, gesproken had.

Numberi 5:19 (NLD) »
En de priester zal haar beedigen, en zal tot die vrouw zeggen: Indien iemand bij u gelegen heeft, en indien gij, onder uw man zijnde, niet afgeweken zijt tot onreinigheid, wees vrij van dit bitter water, hetwelk den vloek medebrengt!

Maleachi 1:4 (NLD) »
Ofschoon Edom zeide: Wij zijn verarmd, doch wij zullen de woeste plaatsen weder bouwen; alzo zegt de HEERE der heirscharen: Zullen zij bouwen, zo zal Ik afbreken; en men zal hen noemen: Landpale der goddeloosheid, en een volk, op hetwelk de HEERE vergramd is tot in eeuwigheid.
Jozua 6:26 – Een waarschuwing na Jericho en de nasleep van de verovering
Overzicht: Jozua 6 beschrijft de val van Jericho door Israëls gehoorzaamheid aan God en de verbranding van de stad. Vers 26 bevat een duidelijke vergaande vloek uitgesproken door Jozua zelf, gericht aan degenen die Jericho weer zouden opbouwen. De consequentie is ernstig: zij die de stad weer zullen herstellen, zullen op de zoon van het eerstgeborene en op de zoon van de jongste van die stad hun fundament leggen. Dit vers markeert een moment van wonderlijke providentie en waarschuwt tegen menselijke eigenmachtige ingrepen in Gods plan.
Het vers in zijn plaats binnen Jozua 6: Na de overwinning door de Here, waarin Jericho als eerste stad Gods oordeel onderging, bevestigt Jozua de ernst van Gods verbond en Zijn verzoeking aan toekomstige generaties. De vloek gaat verder dan een eenvoudig toekomstperspectief: het laat zien hoe nauw Gods beleid en menselijke beslissingen zijn verbonden, en hoe noodzakelijke gehoorzaamheid en afhankelijkheid van God ook op lange termijn gericht zijn.
Belangrijkste geestelijke les
De kernles is drieledig: (1) God’s heiligheid vereist een consequente toewijding; (2) menselijke plannen zonder Gods zegen leiden vaak tot mislukking of ondergang; en (3) wanneer mensen proberen te zondigen naar eigen inzicht of eigen macht, valt de prijs hoog uit. Jericho’s verwoesting toont dat Gods oordeel snel en definitief kan zijn wanneer er geen eerbied is voor Zijn bevelen. De vloek daarop wijst ook op de ernst waarmee God het fundament van gemeenschap en eerlijke toewijding bewaakt.
Verbindingen met andere teksten
De kruisverwante passages illustreren hoe Gods plannen in de skepping, geschiedenis en in het volk van Israël samenkomen: gehoorzaamheid, oordeel en uiteindelijk verantwoording voor de daden die verbonden zijn met Gods heiligheid.
Toepassing voor vandaag
Deze verzen leren ons dat we voorzichtig moeten zijn met het plannen van ons eigen terrein zonder Gods zegen. Wanneer we in ons tijdvak worstelen met projecten, groot of klein, is dit een aansporing om eerst te zoeken naar Gods wil, te luisteren naar Zijn aanwijzingen en te handelen in nederige afhankelijkheid van Hem. Pogingen om God te omzeilen of Zijn agenda te veranderen, komen uiteindelijk tot niets en kunnen leiden tot schuldig nalaten van wat God toevertrouwt aan ons beheer.
Krachtige overwegingen en toepassing
Samenvattend
Jozua 6:26 herinnert ons aan de ernst van Gods heiligheid en de consequenties van menselijke onafhankelijkheid van Zijn wil. Het draagt een waarschuwing mee dat Gods plannen dili en dat de fundamenten van ons handelen in Zijn licht gelegd moeten worden. Toch is deze passage ook een getuigenis van Gods trouw dat Zijn woord standhield, en dat Hij de geschiedenis van Zijn volk niet zonder doel bestuurt.
Korte cross-referenties
Genesis 11:9 – de verwarring van talen als gevolg van menselijke hoogmoed bij het bouwen van de stad; 1 Koningen 16:34 – bevestiging dat God Zijn oordeel uitvoert; Hosea 13:16 – waarschuwing over het afwijken van God en de gevolgen.
Opmerkelijke notities uit oudere commentaren (samengevoegd voor context): Matthew Henry benadrukt dat dit een voorbeeld is van Gods waarschuwende gerechtigheid tegen antropomorf streven. Albert Barnes wijst erop dat de vloek geen willekeur is, maar een gerechtigheid die voortvloeit uit het verwerpen van Gods bevel. Adam Clarke ziet hierin een soberheid in Gods oordeel die de betrouwbaarheid van Zijn verbond toont wanneer het volk ontrouw wordt. Een vierde gedachte uit een vergelijkbare commentaar-synthese legt uit dat de vloek een herinnering is aan de grote kracht van Gods heiligheid en Zijn bescherming van Zijn volk door louter afhankelijkheid van Hem.