Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiVerse
Johannes 21:1 Johannes 21:2 Johannes 21:3 Johannes 21:4 Johannes 21:5 Johannes 21:6 Johannes 21:7 Johannes 21:8 Johannes 21:9 Johannes 21:10 Johannes 21:11 Johannes 21:12 Johannes 21:13 Johannes 21:14 Johannes 21:15 Johannes 21:16 Johannes 21:17 Johannes 21:18 Johannes 21:19 Johannes 21:20 Johannes 21:21 Johannes 21:22 Johannes 21:23 Johannes 21:24 Johannes 21:25



Johannes 21:16 – “Simon, zoon van Jonas, hebt gij Mij lief?”
Context en achtergrond
Deze passage komt uit Johannes’ wederopstanding-ontmoetingen aan het meer van Tiberias. Na de herrezen Christus’ verschijning aan de leerlingen wordt Petrus aangesproken in een dialoog die dienstdoet als heroriëntatie op zijn toekomst als hoeder van de gemeente. De herhaalde vraag en het werkwoord “hoeden” wijst op een roeping tot leiding, zorg, en tucht waarover Paulus later in de brieven meer uitspraken doet.
Interpretatieve notities
Kernpunten uit klassieke commentaren
Uit de gezaghebbende stemmen van oudsher:
Matthew Henry benadrukt dat ware liefde ons drijft tot dienstbetoon aan Christus en Zijn volk, en dat Peters zulk liefdesgezag uit liefde opnam in zijn toekomstige bediening. Albert Barnes beklemtoont dat de vraag en het antwoord de continuïteit van de relatie tonen: de Heer kent het hart en bevestigt het met does het goddelijke roepen tot zorg. Adam Clarke wijst erop dat het woord “hoeden” zowel zorg als leiding impliceert, inclusief waakzaamheid tegen dwaaltochten en het bevorderen van een gezonde prediking en gemeenschap.
Samenvattend: de vraag naar liefde is de beoordeling van het hart; het antwoord bevestigt die liefde; de taak “hoeden” geeft richting aan de bediening van Petrus als pastorale herder.
Korte thema’s
Verwijzingen naar verwante passages
1) Johannes 10:14–15 – Het beeld van de Goede Herder die zijn schapen kent en voor ze zorgt; zo wordt Peters hoeder van de gemeente in lijn met Christus’ eigen werk.
2) Lucas 22:31–32 – Lukas’ verslag van Petrus’ verzoek om te versterken; benadrukt de noodzaak van bemoediging en volharding in de taak.
3) Efeziërs 4:11–13 – Het laden van functionarissen in de gemeente tot opbouw van het lichaam van Christus; liefdevolle zorg als doel van geestelijke volwassenheid.
Praktische toepassing
Wanneer geloofsgemeenschap Christus liefhebt, wordt zorg voor elkaar vanzelfsprekend: eerbiedige aandacht voor elkaar, waarschuwing tegen dwaling, en een pastorale inzet om te bemoedigen en te voeden in het geloof. Laat liefde de drijvende kracht zijn achter elke dienst en elke stap van leiding nemen.