Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiJoël 3:1 Uitleg van het Bijbelvers
Joël 3:1 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers
Want ziet, in die dagen en te dier tijd, als Ik de gevangenis van Juda en Jeruzalem zal wenden;
Joël 3:1 Bijbelcommentaar bij dit vers
*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.
Joël 3:1 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten
Bekijk Bijbelteksten die door thema, onderwijs of context met dit vers verbonden zijn. Kruisverwijzingen helpen je om Schriftgedeelten met elkaar te vergelijken en de boodschap van het vers beter te begrijpen. Selecteer een afbeelding om de verwante Bijbeltekst, uitleg en het bijbehorende Bijbelcommentaar te bekijken.

Zefanja 3:19 (NLD) »
Ziet, Ik zal te dien tijde al uw verdrukkers verdoen; en Ik zal de hinkenden behoeden, en de uitgestotenen verzamelen; en Ik zal ze stellen tot een lof, en tot een naam, in het ganse land, waar zij beschaamd zijn geweest.

Jeremia 30:3 (NLD) »
Want zie, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik de gevangenis van Mijn volk, Israel en Juda, wenden zal, zegt de HEERE; en Ik zal hen wederbrengen in het land, dat Ik hun vaderen gegeven heb, en zij zullen het erfelijk bezitten.

Amos 9:14 (NLD) »
En Ik zal de gevangenis van Mijn volk Israel wenden, en zij zullen de verwoeste steden herbouwen en bewonen, en wijngaarden planten, en derzelver wijn drinken; en zij zullen hoven maken, en derzelver vrucht eten.
Joël 3:1 – In die dagen en te die tijd
Contextueel kader
Joël werkt met een oproep tot bekering in een periode van verdrukking en onrust. Het vers uit een waarschuwingstekst leidt naar een beloftevolle ommekeer: God ziet het lijden van Juda en Jeruzalem, maar Hij heeft voor hen een toekomst met herstel. De afbeelding van een “wending” of ombuiging geeft aan dat de gang van gebeurtenissen niet onverbiddelijk blijft, maar dat God ingrijpt in menselijk handelen en geschiedenis.
Interpretatieve notities
Thematische samenvatting
Verwonderlijke verwantschappen
Toelichting: De genoemde passages illustreren hoe bevrijding vaak zowel een concrete terugkeer naar het land als een innerlijke omvorming onder God impliceert.
Historisch-psychologische inbreng
De oproep tot ommekeer vraagt om menselijk berouw en vertrouwen. Gelovigen worden uitgedaagd om de hoop vast te houden in een tijd van tekorten en onzekerheden, omdat God de macht heeft om door hoopvolle wendingen te werken.
Praktische toepassing
Laat dit vers ons aansporen tot vertrouwen in Gods goede plannen, ook wanneer het heden donker is. Verwacht dat God wegen opent waar er geen is, en richt je leven op ware toewijding tot Hem, zodat je persoonlijke en gemeenschappelijke verlossing zichtbaar kan worden.
Opmerkingen over historische stemmen: In de klassieke publieke domeincommentaar wordt Joël 3:1 als aanduiding gezien van Gods soevereine keuze om zijn volk te herstellen. Matthew Henry beschouwt het herstel als een teken van Gods genade; Albert Barnes wijst erop dat God’s “wandelen” in de vrijheid van Juda en Jeruzalem een terugkeer naar eerbied en dienstbaarheid impliceert; Adam Clarke benadrukt dat dit een besluit van God is, geen menselijke prestatie, en dat het toekomstige vervulling omvat in goddelijke tijd.
Exacte quotes uit oudere commentaren (indien aanwezig): “In die dagen en te dier tijd—wanneer Ik de gevangenis van Juda en Jeruzalem wenden”—klankconstrueert Henry als een belofte van herstelling, Barnes als een terugkeer naar God en Clarke als een goddelijke ommekeer in het leven van het volk.