Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiVerse
Jakobus 2:1 Jakobus 2:2 Jakobus 2:3 Jakobus 2:4 Jakobus 2:5 Jakobus 2:6 Jakobus 2:7 Jakobus 2:8 Jakobus 2:9 Jakobus 2:10 Jakobus 2:11 Jakobus 2:12 Jakobus 2:13 Jakobus 2:14 Jakobus 2:15 Jakobus 2:16 Jakobus 2:17 Jakobus 2:18 Jakobus 2:19 Jakobus 2:20 Jakobus 2:21 Jakobus 2:22 Jakobus 2:23 Jakobus 2:24 Jakobus 2:25 Jakobus 2:26



Jakobus 2:9 (NLD): Wat het betekent wanneer men iemand wegens vooroordeel benadeelt
Het veroordelen of behandelen van iemand op grond van uiterlijk of status, terwijl men die persoon juist moet behandelen als een gelijke en onpartijdig handelen, is zonde en maakt iemand schuldig tegenover de wet als overtreders.
Jakobus schrijft aan gelovigen die worstelen met vooroordelen binnen de gemeenschap. De wet die hij bedoelt is de algemene eis van de wet van Christus: liefhebben zoals Christus liefheeft. Vooroordelen ondermijnen die liefde en brengen onrecht en verdeeldheid in de gemeente. Het vers past in de bredere thema’s van Jakobus over geloof dat in werken tot uitdrukking komt en over het veroordelen van anderen moet worden vermeden.
Het letterlijk aannemen van “den persoon” verwijst naar bias op basis van uiterlijk, rijkdom, afkomst of status. Jakobus wijst eraan dat zulk een selectie geen rechtvaardig oordeel is, maar een overtreding van de geboden eerlijkheid en naastenliefde. De zonde ligt in het vooroordeel zelf en in de consequentie ervan: Gods wet vereist onpartijdig handelen en liefde zonder onderscheid.
Verwante passages en korte uitleg:
Zachte maar duidelijke toepassing: Beoordeel mensen niet op uiterlijke verschijning of status, maar op de kenmerken van het geloof dat in Christus tot uitwerking komt: liefde, eerbied, eerlijkheid en gelijkwaardigheid. In elke interactie geldt: laten we niemand benadelen om wat iemand wel of niet bezit of wie iemand is.
Overige verwijzingen en korte notities: Uit de classic commentatoren kan men lezen dat Matthew Henry en Adam Clarke benadrukken dat discriminatie tegen de gerechtigheid van Gods wet ingaat; Barnes onderstreept dat ziedaar de ernst van het veroordelen van mensen zonder rechtvaardig oordeel. Die inzichten benadrukken dat een levende geloofspraktijk onpartijdigheid vereist.
Samenvatting: Jakobus 2:9 waarschuwt tegen het nemen van een persoon op basis van buitenkant of sociale status. Zulk gedrag is zonde en maakt men schuldig onder de wet. Een waar geloof laat zich zien in eerlijke, onpartijdige en liefdevolle behandeling van iedereen.