Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiHosea 1:5 Uitleg van het Bijbelvers
Hosea 1:5 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers
En het zal te dien dage geschieden, dat Ik Israels boog verbreken zal, in het dal van Jizreel.
Hosea 1:5 Bijbelcommentaar bij dit vers
*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.
Hosea 1:5 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten
Bekijk Bijbelteksten die door thema, onderwijs of context met dit vers verbonden zijn. Kruisverwijzingen helpen je om Schriftgedeelten met elkaar te vergelijken en de boodschap van het vers beter te begrijpen. Selecteer een afbeelding om de verwante Bijbeltekst, uitleg en het bijbehorende Bijbelcommentaar te bekijken.

Jozua 17:16 (NLD) »
Toen zeiden de kinderen van Jozef: Dat gebergte zou ons niet genoegzaam zijn; er zijn ook ijzeren wagens bij alle Kanaanieten, die in het land des dals wonen, bij die te Beth-Sean en haar onderhorige plaatsen, en die in het dal van Jizreel zijn.

Richtere 6:33 (NLD) »
Alle Midianieten nu, en Amalekieten, en de kinderen van het oosten, waren samenvergaderd, en zij trokken over, en legerden zich in het dal van Jizreel.

2 Koningen 15:29 (NLD) »
In de dagen Pekah, den koning van Israel, kwam Tiglath-Pilezer, de koning van Assyrie, en nam Ijon in, en Abel-Beth-maacha, en Janoah, en Kedes, en Hazor, en Gilead, en Galilea, het ganse land van Nafthali; en hij voerde hen weg naar Assyrie.
Betekenis in één oogopslag
In Hosea 1:5 wordt aangekondigd dat God Israëls boog zal verbreken, en dat dit gebeurt in het dal van Jizreel. Daarmee wordt bedoeld dat de macht en troepenmacht van Israël zal worden ontkracht, zodat er geen boog meer is om tegen vijanden te vechten. Het beeld van de boog wijst op vertrouwen op militaire kracht; God zelf gaat deze kracht breken om Zijn roeping en oordeel over te brengen.
Contextueel kader
Hoesta Hosea op een tijd waarin Israël en Juda vaak volharden in ontrouw en morele aftakeling. Hosea gebruikt oproepen tot schuld en belofte van verzoening, maar ook oordeel, om Israëls dienst aan andere goden en het sociale onrecht aan te klagen. Het dal van Jizreel (een geografisch strategisch gebied) fungeert als symbolische plek waarop Gods recht en heiligheid zichtbaar worden in het oordeel.
Interpretatieve notities
Thematische kernpunten
Cross-referenties (verklaring in kort)
1) Esaïe 54:17 – De HEERE stelt dat geen wapen tegen jou zal slagen en dat elke tong die zich tegen jou oprijst zal worden strafgegeven; hier ligt het accent op Gods macht en bescherming tegenover menselijk machtmisbruik. Toepassing: de menselijke kracht verliest waarde wanneer God haar voorrang inneemt.
2) Joël 3:9-10 – Een oproep aan alle volken om strijdmakende machten te erkennen dat de HEERE de dagen van oordeel en verlossing inleidt; ikinzichtelijk wordt duidelijk dat Gods kracht en rechtvaardigheid de uiteindelijke maatregel vormen.
3) Hosea 2:16–19 – Een andere zijde van Hosea waarin vergeving en herstel centraal staan nadat God haar ontrouw heeft aangetast; de relatie met de HERE wordt hersteld door genade.
Praktische overweging
De boodschap nodigt uit tot erkenning van afhankelijkheid van God: wanneer menselijke macht faalt, blijft Gods trouw. Leef in geloof dat ware veiligheid niet ligt in militaire kracht, maar in de orde van Gods koninkrijk: gehoorzaamheid, gerechtigheid en genade.
Opmerking: bedenkingen uit klassieke commentaren benadrukken hoe het beeld van vernietigde kracht een waarschuwing en roep tot bekering inhoudt, met aandacht voor de wederzijdse relatie tussen oordeel en hoop.