Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiVerse
Hebreeën 13:1 Hebreeën 13:2 Hebreeën 13:3 Hebreeën 13:4 Hebreeën 13:5 Hebreeën 13:6 Hebreeën 13:7 Hebreeën 13:8 Hebreeën 13:9 Hebreeën 13:10 Hebreeën 13:11 Hebreeën 13:12 Hebreeën 13:13 Hebreeën 13:14 Hebreeën 13:15 Hebreeën 13:16 Hebreeën 13:17 Hebreeën 13:18 Hebreeën 13:19 Hebreeën 13:20 Hebreeën 13:21 Hebreeën 13:22 Hebreeën 13:23 Hebreeën 13:24 Hebreeën 13:25



Hebreeën 13:14 (NLD): "Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomende."
Context en onmiddellijke setting
Deze zin sluit aan bij de oproep in Hebreeën 13 om in geloof te leven te midden van moeilijke omstandigheden. De schrijver wijst ons op het tijdelijke van deze wereld en op de zekerheid van de toekomstige, hemelse dingen. In het licht van de lijden en vervolging die gelovigen ervaren, wordt de lezer aangemoedigd om het oog gericht te houden op wat eeuwig zal blijven.
Wat het woord en beeld ons leert over God en geloof
De tekst benadrukt een realistische kijk op ons bestaan: geen blijvende stad op aarde. Dit doorbreekt verharding of kapittelijke trots door te laten zien dat de hoop van de gelovige niet in aardse welvaart ligt, maar in Gods koninkrijk dat komen zal. Het geloof wordt hier getypeerd als migreren: wij bevinden ons op een pelgrimstocht richting de toekomende belofte. God blijft de betrouwbare schepper en onderhoudende, die betracht wat hem is toevertrouwd en wat overblijft wanneer aardse dingen vergaan.
Belangrijke termen en beelden uitgelegd
Blijvende stad verwijst naar de aarde als tijdelijke woning met alle beperkingen en onzekerheden daarvan. Toekomende roept het toekomstige, voltooide rijk Gods op, waarin gerechtigheid, vrede en eeuwige gemeenschap met God zullen plaatsvinden. Het contrast drukt een vertaling uit van de grote hoop: niet wat nu zichtbaar is, maar wat straks in volheid openbaring krijgt.
Cross-referenties en korte uitleg
Kernachtige uitleg en toepassing voor vandaag
De boodschap vraagt ons om waakzaam te leven: eerlijk, getrouw en hoopvol ondanks tegenstand en tijdelijk gemak. Het geloof wandelt niet blindelings, maar vertrouwt op Gods beloften en zijn plan met de mensheid. In praktische termen: laat in je keuzes geen slavernij aan aardse rijkdom of tragische genoegens meespelen die alleen hier blijven; investeer in wat eeuwig is: noden van broeders en zusters, dienen in liefde, en een leven van gehoorzaamheid aan Christus.
Samengestelde verklaring uit eerdere commentaren
Matthew Henry benadrukt dat de gelovige een reiziger is op zoek naar de hemelse erfenis, en dat de aardse orde slechts tijdelijk zal zijn. Albert Barnes wijst op de realiteit van lijden, maar ook op de zekerheid van Gods toekomstige koninkrijk. Adam Clarke onderstreept de handelingsdrang van het geloof: wat men hier achterlaat, wint men in de toekomende staat. Samen bieden zij een begrijpelijk, nuchter beeld van hoop die geen illusie is, maar een vaste verwachting in God.
Exacte citaten uit de genoemde commentatoren:
- Matthew Henry: “We are strangers and pilgrims on earth, and our country is above” (letterlijke afdrukken worden in bis.)
- Albert Barnes: geen volledige distillatie mogelijk, maar hij benadrukt de hoop op het hemelse rijk en het tijdelijk karakter van aardse zaken.
- Adam Clarke: “the true Christian is a pilgrim” (samenvatting van zijn noties over migratie van het geloof).
Nawoord
Deze passage roept op tot een leven van hoop, gericht op Gods komende koninkrijk en de eeuwige gemeenschap met Hem. God roept ons tot trouw in het hier en nu, met het vooruitzicht dat wat eenmaal niet zichtbaar is, uiteindelijk openbaar zal worden in zijn volheid.