Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiHabakuk 1:13 Uitleg van het Bijbelvers
Habakuk 1:13 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers
Gij zijt te rein van ogen, dan dat Gij het kwade zoudt zien, en de kwelling kunt Gij niet aanschouwen; waarom zoudt Gij aanschouwen die trouwelooslijk handelen? Waarom zoudt Gij zwijgen, als de goddeloze dien verslindt, die rechtvaardiger is dan hij?
Habakuk 1:13 Bijbelcommentaar bij dit vers
*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.
Habakuk 1:13 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten
Bekijk Bijbelteksten die door thema, onderwijs of context met dit vers verbonden zijn. Kruisverwijzingen helpen je om Schriftgedeelten met elkaar te vergelijken en de boodschap van het vers beter te begrijpen. Selecteer een afbeelding om de verwante Bijbeltekst, uitleg en het bijbehorende Bijbelcommentaar te bekijken.

Psalmen 34:15 (NLD) »
(34:16) Ain. De ogen des HEEREN zijn op de rechtvaardigen, en Zijn oren tot hun geroep.

Jeremia 12:1 (NLD) »
Gij zoudt rechtvaardig zijn, o HEERE! wanneer ik tegen U zou twisten; ik zal nochtans van Uw oordelen met U spreken; waarom is der goddelozen weg voorspoedig, waarom hebben zij rust, allen, die trouwelooslijk trouweloosheid bedrijven?

Psalmen 5:4 (NLD) »
(5:5) Want Gij zijt geen God, Die lust heeft aan goddeloosheid; de boze zal bij U niet verkeren.
Hoofdinterpretatie
Habakuk 1:13 plaatst de goddelijke reinheid tegenover het onrecht in de wereld: God ziet het kwaad, maar Hij blijft betrokken bij de rechtvaardige orde. De profeet klaagt over de wijze waarop God de acties van de goddelozen toelaat. Het centrale punt is dat Gods heiligheid ons drijft tot vragen wanneer het lijden en onrecht blijven bestaan, en hoe Gods trouw en rechtvaardigheid samengaan met wat menselijke ogen als onlosmakelijk kwaad lijkt.
Literair kader
Dit vers maakt deel uit van Habakuk’ dialogische boosheid: de profeet beklaagt de wandaden rondom hem en vraagt God om tussenkomst. De toon is eerlijk en persoonlijk, maar ook de rechtvaardige twijfel wordt herkend als een geloofsweg: iemand die zoekt naar God in het midden van onrecht. De metafoor van reinheid van ogen benadrukt dat God zuiver ziet en daarom niet gecharmeerd is van het kwade of van het onrecht dat wordt begaan.
Theologische betekenis
Drie kernpunten vormen de theologische impuls: (1) Gods heiligheid vereist; Hij kan geen onrecht bevestigen, maar (2) Zijn armen zijn niet kort om te redden en (3) zijn tijdschema is niet het menselijke tempo. Habakuk leert dat het geloof niet afhankelijk is van onmiddellijke bevrijding, maar van vertrouwen in Gods rechtvaardige verstandig handelen, zelfs als dat nog verborgen is.
Historische en exegetische aantekening
In de traditie wordt dit vers vaak gebruikt om de spanning tussen Gods heiligheid en menselijk onrecht te verzoenen. De profeet erkent de morele hoogte van God en roept tegelijkertijd op tot begrip voor de wijze waarop God rechtvaardigheid zal openbaren. Deze dialoog vormt een patroon dat later in de Schrift weer terugkomt wanneer God zijn plan van rechtvaardigheid bekendmaakt, bijvoorbeeld in de belofte van gerechtigheid die uiteindelijk alle tranen zal afwissen.
Cross-referenties
Toelichting bij de verwijzingen: deze koppelingen helpen ons te zien dat de vraag naar het kwade en het onrecht niet nieuw is, maar deel van een groter verhaal waarin God zijn gerechtigheid openbaart in geloofsgroei en uiteindelijke verlossing.
Reflectievragen
Korte conclusie
Habakuk 1:13 daagt uit tot eerbied voor Gods zuiverheid en tot geduldige verwachting van zijn rechtvaardigheid. De vraag van de profeet blijft actueel: waarom laat God toe wat zo lastig is? Het antwoord ligt in een toekomstperspectief waarin Gods heilig beleid en zijn trouw elkaar zullen verzoenen, zodat gerechtigheid definitief zal heersen.
Noot over oudere commentaren
Betekenisvolle verduidelijkingen uit oude commentaren zien in dit vers vaak een nadruk op Gods heiligheid als maatstaf en op de noodzaak van vertrouwen boven menselijke redenering. Daarin kunnen citaten uit Matthew Henry, Albert Barnes en Adam Clarke een beknopte reflectie geven zonder de huidige uitleg te verdringen. (Standaardverwijzingen: Henry over God’s onwrikbare gerechtigheid, Barnes over Gods luister naar het klagen van de rechtvaardigen, Clarke over de heiligheid in het licht van onrecht.)