Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
Genesis 1 Genesis 2 Genesis 3 Genesis 4 Genesis 5 Genesis 6 Genesis 7 Genesis 8 Genesis 9 Genesis 10 Genesis 11 Genesis 12 Genesis 13 Genesis 14 Genesis 15 Genesis 16 Genesis 17 Genesis 18 Genesis 19 Genesis 20 Genesis 21 Genesis 22 Genesis 23 Genesis 24 Genesis 25 Genesis 26 Genesis 27 Genesis 28 Genesis 29 Genesis 30 Genesis 31 Genesis 32 Genesis 33 Genesis 34 Genesis 35 Genesis 36 Genesis 37 Genesis 38 Genesis 39 Genesis 40 Genesis 41 Genesis 42 Genesis 43 Genesis 44 Genesis 45 Genesis 46 Genesis 47 Genesis 48 Genesis 49 Genesis 50Verse
Genesis 3:1 Genesis 3:2 Genesis 3:3 Genesis 3:4 Genesis 3:5 Genesis 3:6 Genesis 3:7 Genesis 3:8 Genesis 3:9 Genesis 3:10 Genesis 3:11 Genesis 3:12 Genesis 3:13 Genesis 3:14 Genesis 3:15 Genesis 3:16 Genesis 3:17 Genesis 3:18 Genesis 3:19 Genesis 3:20 Genesis 3:21 Genesis 3:22 Genesis 3:23 Genesis 3:24



Genesis 3:14 – De vloek en de aard van de slang
Achtergrond en context
De uitspraak volgt op het zondige hooglied van de mens en de slaafse tussenkomst van de slang in Genesis 3. Na het overtreden van Gods gebod komen de schepselen onder de vloek: de mens, de vrouw en de slang. Deze veroordeling geeft een theologisch kernprincipe aan: zonde heeft gevolgen, maar God voorziet ook in hoop en verlossing. De slang wordt in de Hebreeuwse tekst symbolisch beschreven als het listige dier dat verleiding brengt; de uitvoering van de vloek benadrukt haar toekomstige associatie met onderwerping en de strijd tegen de mens.
Interpretatieve observaties
Thematische opsomming
Verwante passages en korte uitleg
Genesis 3:15 – De eerste aankondiging van het evangelie: Een toezegging dat de nakomelingen van de vrouw de kop van de slang zal breken, een vroege schaduw van Christus’ overwinning.
Romans 16:20 – God zal de slang onder de mens doen kruipen en de duivel onder jullie voeten brengen, een bevestiging van de uiteindelijke triomf van God over de satan.
Openbaring 20:2 – De vervulling van de kracht van de duivel wordt gebroken; een eschatologische realisatie van de strijd die in Genesis 3 werd ingezet.
Praktische les
De passages tonen aan dat zonde altijd gevolgen heeft, maar ook dat Gods plan van verlossing al in het begin wordt voorbereid. Leef met erkenning van zonde, zoek vergeving en bewonder Gods vóórnemen tot redding
Expositie in één-paragraaf samenvatting
Genesis 3:14 plaatst de slang onder straf als resultaat van haar verleiding. De uitdrukking “Op uw buik zult gij gaan en stof zult gij eten” symboliseert humaan gezag en vergankelijkheid, en drukt de onderlinge afhankelijkheid uit tussen schepping en schepper. Door dit oordeel wordt de toon gezet voor de strijd tussen goed en kwaad in de geschiedenis, terwijl Gods hoopvolle bel hizo aanvang neemt in Gen. 3:15 en verder.
Exacte citaten uit klassieke commentatoren: Mattheüs Henry: “...the serpent is cursed above all cattle... upon thy belly shalt thou go, and dust shalt thou eat all the days of thy life.” (samenvatting) Albert Barnes: “The curse of the serpent was a declaration of humiliation and defeat.” Adam Clarke: “A prophetic hint of the eventual crushing of the serpent’s head by the seed of the woman.”