Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
Genesis 1 Genesis 2 Genesis 3 Genesis 4 Genesis 5 Genesis 6 Genesis 7 Genesis 8 Genesis 9 Genesis 10 Genesis 11 Genesis 12 Genesis 13 Genesis 14 Genesis 15 Genesis 16 Genesis 17 Genesis 18 Genesis 19 Genesis 20 Genesis 21 Genesis 22 Genesis 23 Genesis 24 Genesis 25 Genesis 26 Genesis 27 Genesis 28 Genesis 29 Genesis 30 Genesis 31 Genesis 32 Genesis 33 Genesis 34 Genesis 35 Genesis 36 Genesis 37 Genesis 38 Genesis 39 Genesis 40 Genesis 41 Genesis 42 Genesis 43 Genesis 44 Genesis 45 Genesis 46 Genesis 47 Genesis 48 Genesis 49 Genesis 50Verse
Genesis 27:1 Genesis 27:2 Genesis 27:3 Genesis 27:4 Genesis 27:5 Genesis 27:6 Genesis 27:7 Genesis 27:8 Genesis 27:9 Genesis 27:10 Genesis 27:11 Genesis 27:12 Genesis 27:13 Genesis 27:14 Genesis 27:15 Genesis 27:16 Genesis 27:17 Genesis 27:18 Genesis 27:19 Genesis 27:20 Genesis 27:21 Genesis 27:22 Genesis 27:23 Genesis 27:24 Genesis 27:25 Genesis 27:26 Genesis 27:27 Genesis 27:28 Genesis 27:29 Genesis 27:30 Genesis 27:31 Genesis 27:32 Genesis 27:33 Genesis 27:34 Genesis 27:35 Genesis 27:36 Genesis 27:37 Genesis 27:38 Genesis 27:39 Genesis 27:40 Genesis 27:41 Genesis 27:42 Genesis 27:43 Genesis 27:44 Genesis 27:45 Genesis 27:46



Genesis 27:14 (NLD): De voorbereiding van de maaltijd
Immediate setting: Nadat Izak de roep van zijn zoon Esau had gehoord die hem beloofde een zegen te verkrijgen, besloot Rebekka de plan van haar zoon Jakob voort te zetten. Jakob haalde brood en een stevig gerecht voor zijn vader, zoals Rebekka had geadviseerd. In dit vers werkt Jakob samen met zijn moeder: "Toen ging hij, en hij haalde ze, en bracht ze zijn moeder; en zijn moeder maakte smakelijke spijzen, gelijk als zijn vader gaarne had."
Wat dit tekstgedeelte onthult over God of het geloof
Deze regel laat zien hoe God, ondanks menselijke slinkse plannen, Zijn hoorders en zegeningen verweven houdt in het menselijke handelen. Rebekka vertrouwt op Gods woord aan haar dat de oudere zal dienen en de jongere zal de eerste zegen ontvangen (een kwestie die in de bredere context van hoofdstuk 25 en 27 doorklinkt). De nadruk ligt hier op geloofsbetrouwbaarheid en familierelaties die onder spanning staan aan de rand van zegen en bedrog.
Belangrijke woorden en beelden uitgelegd
Gerelateerde passages
• Genesis 25:28: Hoewel Esau de preferentie verwierf als eerstgeborene, heeft God Zijn weg met Jakob.
• Genesis 27:18-27: Jakobs fraude bij Izaks zegen en de voorspelbare reactie van Isaac en Esau.
• Romans 9:11-12: Gods doel en mensenhandel met Zijn plannen, voorbij menselijke plannen.
Kort overzicht van stemmings- en gezagsverhalen
- Rebekka voorziet in de behoefte van haar man; de moederlijk archetype maakt keuzes die de familie in beweging zetten.
Toepassing voor vandaag
Uit dit stukje leren we hoe familiegericht handelen en trouw aan wat God zeapt, kan botsen met menselijke verlangens. In verantwoord handelen is eerbied voor waarheid en integriteit noodzakelijk. Wees waakzaam voor verleidingen die wijsheid en geloof testen; zoek altijd de richting van Gods woord boven menselijke planning.
Kruisverwijzingen
• Genesis 27:18-27 – Jakob zdoby en zegen; uitleg van zegen door bedrog en Goddelijke voorziening.
• Romans 9:11-12 – God kiezen van Jakob boven Esau in Zijn eeuwige raad.
• Hebreeën 11:20-21 – geloofsfiguren die op Gods woord vertrouwen, zelfs wanneer het pad ingewikkeld lijkt.
Opmerking: Voor exacte woordverwijzingen naar eerdere Bijbelcommentaren is er in dit tekstgedeelte geen directe quote uit Matthew Henry, Albert Barnes of Adam Clarke opgenomen. De samenvatting weerspiegelt in woord en kern de gedeelde oud-heid en inzichten die hun publieke domein typeren.