Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
Genesis 1 Genesis 2 Genesis 3 Genesis 4 Genesis 5 Genesis 6 Genesis 7 Genesis 8 Genesis 9 Genesis 10 Genesis 11 Genesis 12 Genesis 13 Genesis 14 Genesis 15 Genesis 16 Genesis 17 Genesis 18 Genesis 19 Genesis 20 Genesis 21 Genesis 22 Genesis 23 Genesis 24 Genesis 25 Genesis 26 Genesis 27 Genesis 28 Genesis 29 Genesis 30 Genesis 31 Genesis 32 Genesis 33 Genesis 34 Genesis 35 Genesis 36 Genesis 37 Genesis 38 Genesis 39 Genesis 40 Genesis 41 Genesis 42 Genesis 43 Genesis 44 Genesis 45 Genesis 46 Genesis 47 Genesis 48 Genesis 49 Genesis 50



Genesis 20:12 - NLD
Directe betekenis: Abraham erkent dat Sara niet zomaar een zuster is in de hiërarchie van familieband, maar ook zijn vrouw. Hij noemt haar zijns vaders dochter, maar niet zijns moeders dochter, en toch is zij zijn ter vrouwe geworden. Met andere woorden, Sara is zowel familie als echtgenoote, wat het complexe patroon van relaties in dit verhaal weerspiegelt.
Achtergrond en context
In deze passage spreekt Abraham openlijk over Sara’s verwantschap en huwelijk. Dit gebeurt in de context van zijn verblijf in Gerar, waar hij vreest dat het volk hem zal doden om Sara’s schoonheid. Abraham gebruikt taal die verwantschap en verbintenis tegelijk aangeeft, wat aangeeft dat hij haar zowel als zuster beschouwt in de zin van een familierelatie tot zijn vader, maar haar positie als vrouw en echtgenoot wordt nu duidelijk bevestigd. Deze melding plaatst de gebeurtenissen in Genesis 20 in een theologisch kader: Gods bescherming over Abraham en Sara blijft centraal ondanks menselijke zwakheid en onzekerheid.
Interpretatieve aanwijzingen
Kernpunten in beeld
Kruisverwantschappen en verwijzingen
Gerelateerd bijbellezen kan verhelderend zijn:
Praktische conclusie
De tekst herinnert ons eraan dat Gods trouw aan Zijn belofte sterker is dan onze onvolkomen woorden. Echte veiligheid ligt in vertrouwen op God, niet op menselijke lippentaal. Zo leert dit vers ons nederig te zijn in onze communicatie en ons te richten op de God die het verbond bewaakt.