Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
Genesis 1 Genesis 2 Genesis 3 Genesis 4 Genesis 5 Genesis 6 Genesis 7 Genesis 8 Genesis 9 Genesis 10 Genesis 11 Genesis 12 Genesis 13 Genesis 14 Genesis 15 Genesis 16 Genesis 17 Genesis 18 Genesis 19 Genesis 20 Genesis 21 Genesis 22 Genesis 23 Genesis 24 Genesis 25 Genesis 26 Genesis 27 Genesis 28 Genesis 29 Genesis 30 Genesis 31 Genesis 32 Genesis 33 Genesis 34 Genesis 35 Genesis 36 Genesis 37 Genesis 38 Genesis 39 Genesis 40 Genesis 41 Genesis 42 Genesis 43 Genesis 44 Genesis 45 Genesis 46 Genesis 47 Genesis 48 Genesis 49 Genesis 50Verse
Genesis 2:1 Genesis 2:2 Genesis 2:3 Genesis 2:4 Genesis 2:5 Genesis 2:6 Genesis 2:7 Genesis 2:8 Genesis 2:9 Genesis 2:10 Genesis 2:11 Genesis 2:12 Genesis 2:13 Genesis 2:14 Genesis 2:15 Genesis 2:16 Genesis 2:17 Genesis 2:18 Genesis 2:19 Genesis 2:20 Genesis 2:21 Genesis 2:22 Genesis 2:23 Genesis 2:24 Genesis 2:25



Genesis 2:22 (NLD): De rib die de HEERE God genomen had uit Adam
In het scheppingsverhaal verschijnt de scène van de schepping van vrouw uit de rib van Adam. God heeft eerst het universum, mens en tuin geschapen; nu voltooit Hij de mens door een medeschepsel te geven dat bij hem past. De tekst luidt letterlijk: “En de HEERE God bouwde de ribbe, die Hij van Adam genomen had, tot een vrouw, en Hij bracht haar tot Adam.” Dit benadrukt dat de vrouw een bijzondere, bestuurlijke en intieme schepping is, ontworpen om naast de mens te staan en een hechte gemeenschap te vormen.
Kernbetekenis
Het vers laat zien dat vrouw en man geen toevallige uitwisseling van onderdelen zijn, maar een doelgerichte daad van God: uit de mens is een uitnemende gemeenschap ontstaan. De term “bouwde” wijst op een doelbewuste schepping met als doelstelling samenleven in een harmoniële relatie. De taal benadrukt ook de samenhang van menselijke eenheid en wederzijdse afhankelijkheid in de huwelijksband.
Drie belangrijke thema’s
Aanverwante passages
– Genesis 1–3 schetst het kader van schepping en zondeval; de creatie van vrouw onderstreept de bedoeling van menselijk samenleven in harmonie. Een verbinding met Mattheüs 19:4–6 (het herenwoord over huwelijk en verbond) kan het continue patroon van verbondenheid benadrukken.
– Efeziërs 5:25–33 bekrachtigt de maatstaf van liefde en eerbied tussen echtgenoten, als een reflectie van Christus en de Gemeente.
– 1 Korintiërs 11:11–12 benadrukt dat man en vrouw beide afhankelijk zijn van God en elkaar dragen in het leven van geloof.
Praktische overdenking
Deze passage nodigt uit tot waardering van de unieke, complementaire rol in relaties: het huwelijksverband is geen enkelvoudige opgave, maar een heilige roeping tot wederzijdse liefde, respect en ondersteuning. In moderne relaties kan dit vers helpen bij het herstellen van waardering voor elkaar als volwaardige wezens, geschapen om elkaar aan te vullen en gezamenlijk God te dienen.
Korte afsluiting
Genesis 2:22 herinnert ons dat menselijke relaties een doel hebben: samenleven in liefde en toewijding, ingebed in Gods goed ontwerp. Het vers legde de fundamenten voor een levenslange verbondsmantel waarin onderscheid en eenheid samengaan in eenheid met God.
Toelichting op citaten
Geen directe citaten uit Matthew Henry, Albert Barnes of Adam Clarke zijn opgenomen in deze samenvatting. De aanpak integreert wel traditionele reflecties uit hun publiek-domein commentaren, samengevat en toegepast op de kernbetekenis van Genesis 2:22.