Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiEzra 1:6 Uitleg van het Bijbelvers
Ezra 1:6 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers
Allen nu, die rondom hen waren, sterkten hunlieder handen met zilveren vaten, met goud, met have, en met beesten, en met kostelijkheden; behalve alles, wat vrijwillig gegeven werd.
Ezra 1:6 Bijbelcommentaar bij dit vers
*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.
Ezra 1:6 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten
Bekijk Bijbelteksten die door thema, onderwijs of context met dit vers verbonden zijn. Kruisverwijzingen helpen je om Schriftgedeelten met elkaar te vergelijken en de boodschap van het vers beter te begrijpen. Selecteer een afbeelding om de verwante Bijbeltekst, uitleg en het bijbehorende Bijbelcommentaar te bekijken.

Ezra 7:15 (NLD) »
En om henen te brengen het zilver en goud, dat de koning en zijn raadsheren vrijwilliglijk gegeven hebben aan den God Israels, Wiens woning te Jeruzalem is;

Ezra 1:4 (NLD) »
En al wie achterblijven zou in enige plaatsen, waar hij als vreemdeling verkeert, dien zullen de lieden zijner plaats bevorderlijk zijn met zilver, en met goud, en met have, en met beesten; benevens een vrijwillige gave, voor het huis Gods, Die te Jeruzalem woont.

Ezra 8:33 (NLD) »
Op den vierden dag nu werd gewogen het zilver, en het goud, en de vaten, in het huis onzes Gods, aan de hand van Meremoth, den zoon van Uria, den priester, en met hem Eleazar, de zoon van Pinehas; en met hem Jozabad, de zoon van Jesua, en Noadja, de zoon van Binnui, de Levieten.
Ezra 1:6 in context en uitleg
Immediate setting: Na de begrenzing van de werkkrachten en de uitrethingen aan de terugkeer uit Babel, keren de Israëlieten terug uit ballingschap onder leiding van Cirus’ decreet. Ezra 1 beschrijft hoe het volk, samen met degenen die als vreemd volk bij hen waren, zichzelf versterkte voor de herbouw van Jeruzalem. In vers 6 staat dat allen rondom hen hen sterkten door hun schenkkingen: zilveren vaten, goud, onmeelbare kostbaarheden en andere geschenken, plus alles wat vrijwillig werd gegeven. Het beeld is niet alleen van logistieke steun, maar van een brede, uitbundige erkenning dat God hun herstel mogelijk maakte en dat eenieder een rol kon spelen.
Wat dit beeld ons leert over God en geloof
De kern van dit vers is vertrouwen dat God leidde en zegende. Cyrus’ decreet wordt in de context gezien als een directe goddelijke voorziening om de tempel en de stad te herbouwen. De generatie waarin God trouw blijft aan Zijn beloftes; de schenkingen tonen een vrijwillige, hartelijke toewijding die voortkomt uit dankbaarheid en geloof dat God de herinnering aan Zijn naam bewaart. Het geloof wordt niet louter theoretisch beleefd; het drukt zich uit in concrete, materiële steun aan het werk van terugkeer en vernieuwing.
Scheppende woorden en beeldvorming
Belangrijke beelden in deze verzen zijn: (1) “zilvervaten, met goud, met have, en met beesten, en met kostelijkheden” – dit verwijst naar kostbaarheden die dienen voor de eredienst en de tempel. (2) “behalve alles, wat vrijwillig gegeven werd”– de nadruk op vrije gave vanuit een bereidwillig hart, niet opgelegd of afgedwongen. Deze combinatie wijst op een gemeenschap die haar erfgoed en haar voorouders vertrouwt, en tegelijkertijd een diepe vrijwillige toewijding aan God toont.
Koppelingen met andere bijbelteksten
Toepassing voor vandaag
Het vers herinnert ons eraan dat geloof hands-on is: ondersteuning van gelegenheden waarin God werkt, kan zowel materieel als moreel zijn. Leiderschap en gemeente kunnen werk mogelijk maken door vrijgevigheid en bereidwillige inzet. De nadruk op “vrijwillig gegeven” daagt ons uit tot genegenheden die niet uit schuldgevoel ontstaan, maar uit een dankbaar hart voor Gods zegen en een verlangen om Zijn werk voort te zetten.
Samenvattende overweging
Ezra 1:6 toont hoe God werkt door de middelen van het volk. De schenkkunsten zijn een teken van vertrouwen in Gods plan en een praktische stap richting vernieuwing. Een gemeenschap die erkent dat alle possessies van God zijn, geeft vrijelijk terug voor het doel van Zijn naam en huis.
Toelichting in de traditie: enkele oude commentatoren benadrukken dat de schenking de oriëntatie van het volk op de eredienst bevestigt en tegelijk Gods voorziening in de terugkeer laat zien. Uit de geïnspireerde lessen blijkt dat geloof zich uit in concrete daden die het gemeenschappelijke doel dienen.
Quote uit Adams Clarke (parafrase): “De koning gaf hand aan de tempelwerkers en het volk leverde vrijmoedig wat nodig was; zo wordt het heilzame werk ondersteund door de gave van het volk.”