Ezechiël 47:14 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers

En gij zult dat erven, de een zowel als de ander; over hetwelk Ik Mijn hand heb opgeheven, dat Ik het uw vaderen zou geven; en ditzelve land zal ulieden in erfenis vallen.

Vorige vers
« Ezechiël 47:13
Volgende vers
Ezechiël 47:15 »

Ezechiël 47:14 Bijbelcommentaar bij dit vers

Ezechiël 47:14 – Context en boodschap

Het hoofdstuk waarin deze verse staat, toont de terugkeer van het volk uit de ballingschap en hun toekomstige erfenis in het land dat God aan Abraham, Isaak en Jakob heeft beloofd. Het visioen van het water dat uit de tempel stroomt en het stap voor stap uitbreidende land, illustreert Gods intentie om Zijn volk te geven wat Hem beloofd is: een plaats van particulier erfdeel en vreedzaam bestaan onder Zijn zegen.

In deze verzen bevestigt God Zijn vaste plan: het volk verkrijgt zowel de “een als de ander” erfdeel, een duidelijke erkenning van gelijke beloning voor allen die plaats willen nemen in het land. God verheft Zijn hand om dit te bekrachtigen; Zijn ingrepen zijn niet toevallig maar doelgericht en betrouwbaar. Gelooft men dat de erfenis door Gods hand wordt bepaald, dan is de hoop gegrond in Zijn trouw aan de vaders en Zijn toezeggingen aan het volk.

  • “dat Ik Mijn hand heb opgeheven”: een rituele of plechtige handbevestiging van een belofte; God trekt zich terug uit onzekerheid en bevestigt met krachtige daad wat Hij zal vervullen.
  • “erfelijk” en “diens land”: erfdeel impliceert niet alleen bezit, maar ook rust, recht en blijvende aanwezigheid van God onder Zijn volk.
  • “ulieden in erfenis vallen”: inclusie van alle betrokkenen; geen uitsluiting, maar gezamenlijke woningen in Gods verbond.

– Jesaja 54:10 spreekt van de blijvende genade en de eeuwige banden van vrede die God met Zijn volk sluit, ondanks veranderingen. Een soortgelijke zekerheid van God’s vaste vergeving en toewijding ligt ten grondslag aan de erfenis die hier wordt genoemd.

– Psalm 37:3-5 herinnert aan het vertrouwen op God en het geven van het land als erfenis aan de rechtvaardigen; het benadrukt dat voorzichtig wandelen en God dienen leiden tot verhoging in Zijn tijd.

– Josua 21:43-45 laat zien hoe de vervulling van God’s belofte in het land komt door Zijn arm en trouw; het vormt een echo van de Erfdeel-vetos die Ezekiel hier aanduidt.

Matthew Henry benadrukt dat God’s hand te zien is in het voltooien van beloften aan zijn volk, ondanks ballingschap en beproevingen, en dat de erfenis een bewijs is van Zijn trouw aan patriarchale beloften. Barnes en Clarke onderstrepen hoe de erfenis zowel materieel als geestelijk betekenis heeft: een ruimte om te wonen in vrede en om in Gods dienst te leven. Een derde commentator benadrigt dat het land niet louter land is, maar een afbeelding van goddelijke aanwezigheid en zegen voor de gemeenschap.

Deze versen roepen op tot vertrouwen in Gods vaste bestemming voor Zijn volk: iedereen die in het verbond staat, zal delen in de zegeningen. God’ hand is opgeheven ten overstaan van Zijn volk en bevestigt Zijn voorgenomen erfenis. Voor vandaag betekent dit: - Wanting naar Gods beloftes met vertrouwen in Zijn trouw. - Geloofsgemeenschap als erfdeel: samen wonen en dienen onder Zijn zegen. - Vreemdelingschap en onzekerheid blijven, maar de uiteindelijke belofte blijft staan.

Toon van de oude commentatoren: John Wesley en een traditionele lijn benadrukken vaak de universele inclusie van deze belofte, terwijl clinamen van Henry, Barnes en Clarke het gebeuren van God’s hand benadrukt als bevestiging van Zijn trouw en soevereiniteit. Als u exacte korte citaten zoekt: Matthew Henry: “God will bring them into their own land and give it to them for an inheritance” (in geestelijke omzet, samenvattend idee); Albert Barnes en Adam Clarke geven vergelijkbare formuleringen in hun toelichtingen over erfdeel en Gods handeling bij de vervulling van beloften. Raadpleeg hun toegevoegde opmerkingen in hun oorspronkelijke werken voor precieze zinnen.

*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.

Ezechiël 47:14 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten

Bekijk Bijbelteksten die door thema, onderwijs of context met dit vers verbonden zijn. Kruisverwijzingen helpen je om Schriftgedeelten met elkaar te vergelijken en de boodschap van het vers beter te begrijpen. Selecteer een afbeelding om de verwante Bijbeltekst, uitleg en het bijbehorende Bijbelcommentaar te bekijken.

Ezechiël 20:5 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
Ezechiël 20:5 (NLD) »
En zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Ten dage als Ik Israel verkoos, zo hief Ik Mijn hand op tot het zaad van het huis Jakobs, en maakte Mijzelven hun in Egypteland bekend; ja, Ik hief Mijn hand tot hen op, zeggende: Ik ben de HEERE, uw God.

Genesis 12:7 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
Genesis 12:7 (NLD) »
Zo verscheen de HEERE aan Abram, en zeide: Aan uw zaad zal Ik dit land geven. Toen bouwde hij aldaar een altaar den HEERE, Die hem verschenen was.

Ezechiël 48:29 NLD Afbeelding van een verwant Bijbelvers
Ezechiël 48:29 (NLD) »
Dit is het land, dat gijlieden zult doen vallen in erfenis, voor de stammen Israels, en dit zullen hun delen zijn, spreekt de Heere HEERE.

NLD Kies een Bijbelboek