Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
Exodus 1 Exodus 2 Exodus 3 Exodus 4 Exodus 5 Exodus 6 Exodus 7 Exodus 8 Exodus 9 Exodus 10 Exodus 11 Exodus 12 Exodus 13 Exodus 14 Exodus 15 Exodus 16 Exodus 17 Exodus 18 Exodus 19 Exodus 20 Exodus 21 Exodus 22 Exodus 23 Exodus 24 Exodus 25 Exodus 26 Exodus 27 Exodus 28 Exodus 29 Exodus 30 Exodus 31 Exodus 32 Exodus 33 Exodus 34 Exodus 35 Exodus 36 Exodus 37 Exodus 38 Exodus 39 Exodus 40



In Exodus 3 beschrijft Mozes de ontmoeting met de Heer bij de braamstruik. Weggezonken in een onbekende roeping, krijgt Mozes de opdracht Israël uit Egypte te leiden. De korte maar krachtige uitspraak “IK ZAL ZIJN, DIE IK ZAL” (Hebreeuws: ehyeh asher ehyeh) is geen eenvoudige naam, maar een theologische verklaring en een belofte tegelijk. God openbaart zichzelf als de Ene die zich laat kennen en die handelt ten bate van Zijn volk. Vervolgens bepaalt Hij: “Alzo zult gij tot de kinderen Israels zeggen: IK ZAL ZIJN heeft mij tot ulieden gezonden!” De nadruk ligt op Gods lotstrijdige aanwezigheid: Hij is erbij, Hij redt, Hij vernieuwt.
Centraal thema en betekenis
De kern van het vers ligt in de openbaring van Gods identiteit als levende, handelende God. “IK ZAL ZIJN” wijst naar een God die niet afstandelijk is, maar persoonlijke betrokkenheid belooft. In de context van Mozes’ aarzelingen en Israëls onderdrukking, functioneert dit als een geruststellende boodschap: God heeft een plan en Hij zal daarin handelen. De herhaalde belofte onderstreept dat het geen menselijke poging is, maar Gods eigen initiatief.
Drie kernpunten
Relaties met andere passages
• In Jesaja 43:11–12 wordt dezelfde kern bevestigd: er is geen andere redding dan de God die is. (verkort motief: God redt door Zijn naam en handelen)
• In Psalm 46:2–3 wordt de nabijheid van God in nood benadrukt: God is aanwezig, zelfs wanneer de bergen wankelen.
• In Héberiërs 11:27–28 zien we Mozes’ geloof in antwoord op Gods stem, wat de roeping van Mozes in Exodus als patroon voor geloofsvertrouwen plaatst.
Praktische reflectie
De belofte “IK ZAL ZIJN” leert ons dat Gods roeping nooit begint bij onze bekwaamheid, maar bij Zijn eigen wezen en voornemen. Wanneer wij twijfelen aan onze mogelijkheden, kunnen we ons toeleggen op vertrouwen in Gods aanwezigheid en Zijn belofte dat Hij ons zal dragen en leiden. Gebeden, gehoorzaamheid en afhankelijkheid vormen de goede houding voor bediening in Zijn naam.
Korte samenvatting
Exodus 3:14 herinnert ons dat God zichzelf openbaart als de levende, naderende God die handelt ten bate van Zijn volk. Zijn Naam “IK ZAL ZIJN” drukt existentie, nabijheid en vertrouwen uit en roept ons op tot geloof en gehoorzaamheid in de doorslaggevende roeping die Hij voorstaat.
Kerncitaten uit betekenisvolle commentaren
Matthew Henry: “God zal Zichzelf altijd zo bekendmaken, dat Hij de onderdrukten verlossen zal.” (SamenvattendWeergave)
Albert Barnes: “De Naam geeft zekerheid dat God in Zichzelf volheid heeft en dat Zijn redding op Zijn eigen trouw berust.” (SamenvattendWeergave)
Adam Clarke: “De belofte is geen theoretische assertie maar een gevestigde werkelijkheid: God heeft de macht om te handelen en zal Zijn plan realiseren.” (SamenvattendWeergave)
Cross-referenties: Jesaja 43:11–12; Psalm 46:2–3; Hebreeën 11:27–28.