Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
Exodus 1 Exodus 2 Exodus 3 Exodus 4 Exodus 5 Exodus 6 Exodus 7 Exodus 8 Exodus 9 Exodus 10 Exodus 11 Exodus 12 Exodus 13 Exodus 14 Exodus 15 Exodus 16 Exodus 17 Exodus 18 Exodus 19 Exodus 20 Exodus 21 Exodus 22 Exodus 23 Exodus 24 Exodus 25 Exodus 26 Exodus 27 Exodus 28 Exodus 29 Exodus 30 Exodus 31 Exodus 32 Exodus 33 Exodus 34 Exodus 35 Exodus 36 Exodus 37 Exodus 38 Exodus 39 Exodus 40Verse
Exodus 20:1 Exodus 20:2 Exodus 20:3 Exodus 20:4 Exodus 20:5 Exodus 20:6 Exodus 20:7 Exodus 20:8 Exodus 20:9 Exodus 20:10 Exodus 20:11 Exodus 20:12 Exodus 20:13 Exodus 20:14 Exodus 20:15 Exodus 20:16 Exodus 20:17 Exodus 20:18 Exodus 20:19 Exodus 20:20 Exodus 20:21 Exodus 20:22 Exodus 20:23 Exodus 20:24 Exodus 20:25 Exodus 20:26



Exodus 20:15 — Gij zult niet stelen
Het negende gebod is kort maar onmiskenbaar: het raakt de kern van menselijk samenleven. Stelen ondermijnt het vertrouwen tussen mensen, vergiftigt de onderlinge rechtsverhouding en ondermijnt uiteindelijk de orde die God in de maatschappij heeft gesteld. Door dit gebod te bewaren, blijft de gemeenschap rechtvaardig en veilig, en erkent men dat alle goederen en bezittingen uiteindelijk van God komen.
De oorspronkelijke context
De Tien Geboden werden aan Israël gegeven op de berg Sinaï als duidelijke richtlijnen voor de levensstijl van het volk als gehoorzame gemeenschap voor een Goddelijke Wet. Het verbod op stelen sluit direct aan bij de duidelijke erkenning dat wat van een ander is, ook van God komt, en dat menselijke eigendom in zekere zin heilig is. Het woord stelen verwijst naar het onrechtmatig nemen van iemands bezit, of het onrechtmatig vasthouden van wat een ander rechtmatig bezit. Dit gebod gaat verder dan persoonlijke eerlijkheid; het legt de basis voor rechtspraak en economische orde in de samenleving.
De hoofdboodschap
De kern is eenvoudig maar ernstig: misleiding of diefstal schendt het vertrouwen dat nodig is voor menselijke relaties en voor een rechtvaardige samenleving. Het gebod stelt geen uitzonderingen toe die op praktische wijze de integriteit van iemands handelen uitputten; het roept op tot respect voor eigendom, waarborgt de eerbied voor wat anderen toebehoort en onderstreept de verantwoordelijkheid om eerlijk te verwerven en te behouden wat van een ander is.
Thematische samenhang
- Recht en gerechtigheid: Zonder eigendomsrechten kan geen eerlijke handel bestaan, en zonder eerlijke transacties valt de gemeenschap uiteen. - Vertrouwen en orde: Eigendomsscheidingen en eerlijke compensatie houden relaties en sociale orde stabiel. - Beheersing van begeerte: Het gebod moet de mens helpen tegen roekeloze verlangens die tot diefstal leiden.
Cross-referenties (korte toelichting)
- Leviticus 19:11–13: Naast het verbod op stelen zelf, wordt gewezen op waarheidsgetrouw handelen en het vermijden van oneerlijke opbrengsten; benadrukt het bredere kader van integriteit in betrekkingen. - Psalm 37:21: De oprechte mens schenkt en geeft uit vrijgevigheid; contrast met degenen die stelen ten koste van anderen. - Efeziërs 4:28: De oproep tot werk en eerlijk verkrijgen, zodat men ook kan delen met wie in behoefte is; verbetert de burgerlijke en christelijke rust. Toelichtend: deze verwijzingen verhelderen hoe het gebod niet slechts een hinderpaal tegen diefstal is, maar een aanmoediging tot rechtvaardig handelen en zorg voor medemens.
Eigenaardigheden uit derdenbijbelse commentaar (samenhangend overzicht)
- Matthew Henry benadrukt dat het verbod niet alleen geld betreft, maar ook de houding van het hart tegenover de rechten van de ander en de noodzaak van integriteit in alle openbare en privé-transacties. - Albert Barnes wijst op de wettelijke en sociale orde die door dit gebod wordt gestabiliseerd; hij ziet in stelen een directe aantasting van iemands welzijn en van de maatschappelijke vrede. - Adam Clarke onderstreept de verbinding met rechtvaardigheid en widert dat diefstal getuigt van een scheve verhouding tot God, de Ontnemer van alle dingen, en een verstoring van de orde die Hij heeft ingesteld. Deze stemmen versterken elkaar in de kernboodschap: eerlijkheid is fundament van gemeenschap en godsdienst.
Toevallige woorden uit klassieke Commentatoren
"Gij zult niet stelen" is samengevat als een directe eis tot eerlijke eigendom en rekening houden met wat van een ander is. (.samenvatting uit traditionele exegese)
Devotionele overweging
Mag ik mezelf steeds opnieuw afvragen: wat is wat ik bezit waard? Is mijn wens om meer te hebben voldoende om andermans rechten te schenden? God leert ons eigendom te zien als gemeenschapseiendom waarin ik verantwoordelijk ben voor wat juist is: niet alleen wat ik kan krijgen, maar wat ik op een rechte manier verkregen heb. Wanneer ik eerlijk arbeide en geef waar nodig, bouw ik medelevende relaties op en eer ik de God van alle goederen.
Korte verwijzingen (zonder volledige verzen). Leviticus 19:11–13; Psalm 37:21; Efeziërs 4:28.