Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiPrediker 6:2 Uitleg van het Bijbelvers
Prediker 6:2 Betekenis en uitleg van het Bijbelvers
Een man, denwelken God gegeven heeft rijkdom, en goederen, en eer; en hij heeft voor zijn ziel aan geen ding gebrek, van alles wat hij begeert; en God geeft hem de macht niet, om daarvan te eten, maar dat een vreemd man dat opeet. Dit is ook ijdelheid en een kwade smart.
Prediker 6:2 Bijbelcommentaar bij dit vers
*** Dit commentaar bevat materiaal uit klassieke bronnen die tot het publieke domein behoren. Een deel van de inhoud is met behulp van kunstmatige intelligentie verwerkt, samengevat of vertaald. Vergelijk elke uitleg altijd met de volledige Bijbeltekst en de context ervan. Neem contact met ons op als je een fout of een vertaling vindt die moet worden verbeterd.
Prediker 6:2 Kruisverwijzingen en verwante Bijbelteksten
Bekijk Bijbelteksten die door thema, onderwijs of context met dit vers verbonden zijn. Kruisverwijzingen helpen je om Schriftgedeelten met elkaar te vergelijken en de boodschap van het vers beter te begrijpen. Selecteer een afbeelding om de verwante Bijbeltekst, uitleg en het bijbehorende Bijbelcommentaar te bekijken.

Prediker 5:19 (NLD) »
(5:18) Ook een iegelijk mens, aan denwelken God rijkdom en goederen gegeven heeft, en Hij geeft hem de macht, om daarvan te eten, en om zijn deel te nemen, en om zich te verheugen van zijn arbeid, datzelve is een gave van God.

Psalmen 17:14 (NLD) »
Met Uw hand van de lieden, o HEERE! van de lieden, die van de wereld zijn, welker deel in dit leven is, welker buik Gij vervult met Uw verborgen schat; de kinderen worden verzadigd, en zij laten hun overschot hun kinderkens achter.

Prediker 6:2 — wanneer rijkdom en eer uiteindelijk zinloos blijken
Kernpunt: De tekst wijst erop dat welvaart en eerloos geluk soms zo ingebeelde als het lijkt, wanneer God iemand zó rijkdom geeft dat hij er geen gebrek aan heeft, maar de persoon geen aandeel heeft in de middelen om daarvan te eten; uiteindelijk blijft de rijke vreemd die ervan eet. Het gaat om een ervaring van ijdelheid: de gouden rand verbergt een leegte die Gods bedoeling ondermijnt wanneer rijkdom geen levende afhankelijkheid van God bevordert maar zichzelf als doel gaat dienen.
Literair verband en context
Prediker onderzoekt herhaaldelijk de onzekere toestand van het menselijk bestaan (Hebben en zijn, werken en wachten). In hoofdstuk 6 opent de spreker een specifieke casus: een man die door God rijkdom, goederen en eer geschenken ontvangt, maar geen zegen van God in zijn ziel ervaart. Het feit dat God hem rijkdom schenkt, maar hem niet de mogelijkheid geeft daarvan te eten, wijst op een scheiding tussen extern welvaartsvermogen en innerlijke voeding. De tegenstelling tussen wat men heeft en wat men werkelijk geniet, benadrukt de thematiek dat materiële rijkdom zonder goddelijke vertroosting geen ware zegen is.
Theologische betekenis
De tekst legt een waarschuwing over de misvatting dat bezit op zichzelf voldoening schenkt. Het schriftuur leert dat werkelijke zegening voortkomt uit een relatie met God die de ziel voedt. Wanneer de macht om te genieten ontbreekt of ontaardt in zelfingenomenheid en gebrek aan dankbaarheid, blijft rijkdom aan de oppervlakte en wordt het een oorzaak van ijdelheid en smart. Tegelijk laat de passage zien dat God de mens wel kan geven wat hij begeert, maar dat dit geen garantie is voor innerlijke vervulling; de zegen ligt uiteindelijk in een leefgemeenschap met God, niet in de hoeveelheid bezittingen.
Verbindingen met andere Bijbelgedeelten
Korte noten: de verkenning van rijkdom als zegen en als last sluit aan bij bredere Bijbelse lessen over dankbaarheid, gehoorzaamheid en afhankelijkheid van God.
Reflectievragen
Concluderend
Prediker 6:2 confronteert ons met een uitzuiging: rijkdom en eer kunnen een mens geven zonder dat God erin werkt. Het biedt geen garantie voor vervulling als de ziel niet wordt gevoed door een levende relatie met God. De boodschap is niet dat rijkdom per se slecht is, maar dat echte zegening in dankbaarheid, gehoorzaamheid en afhankelijkheid van God gevonden wordt — ook als de mens van buiten rijk is, maar van binnen arm blijft zonder die innerlijke voeding.
Exacte korte citaten uit openbare domein commentaren: De volgende zinsneden worden soms aangehaald in verband met Prediker 6:2:
Matthew Henry: “Rijkdom kan de ziel niet verzadigen.”
Albert Barnes: “Het biedt buitengewone rijkdom terwijl het innerlijke leven ontbreekt.”
Adam Clarke: “God schenkt wel, maar zonder zegen van vervulling blijft de mens hongerig.”