Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiVerse
Daniël 9:1 Daniël 9:2 Daniël 9:3 Daniël 9:4 Daniël 9:5 Daniël 9:6 Daniël 9:7 Daniël 9:8 Daniël 9:9 Daniël 9:10 Daniël 9:11 Daniël 9:12 Daniël 9:13 Daniël 9:14 Daniël 9:15 Daniël 9:16 Daniël 9:17 Daniël 9:18 Daniël 9:19 Daniël 9:20 Daniël 9:21 Daniël 9:22 Daniël 9:23 Daniël 9:24 Daniël 9:25 Daniël 9:26 Daniël 9:27



Daniël 9:20 — Context en kernboodschap
In Daniël 9 bevindt Daniël zich in gebed tot de HEER aan het eind van de 70-jarige ballingschap, toen hij het gebed van het volk Israël voor het eerst concreet en gepast vond. Dit vers laat zien dat Daniël niet alleen bidt voor zichzelf, maar ook voor zijn volk en voor Jeruzalem als geheel. Hij erkent zonde, belijdt die zonde en legt een smekend verzoek voor aan God, met nadruk op het heilige berggebied en de goddelijke bedoeling met betrekking tot Jeruzalem. De scène benadrukt de combinatie van bekering, schuldovergave en afhankelijkheid van Gods genade in beweging brengen van Gods plan.
Centrale betekenis
Daniël erkent zijn eigen tekortkomingen en die van Israël, en brengt deze voor God. Door Des HEEREN gunst en tussenkomst te vragen, toont Daniël een gebed dat uit de Schrift en het lot van het volk ontspringt: diepe aanbidding, berouw en smeking tegelijk. Het vers onderstreept dat gebed een krachtig middel is waardoor God’s wil in werking kan treden, vooral wanneer het gepaard gaat met schuldbekentenis en toewijding aan Zijn heilige plan.
Drie kern-thema's
Verwante passages
- Dan. 9:4-6: Daniël begint met een erkentelijk gebed, waarin hij God prijst en zijn volk erkent als schuldbelijden. Dit koppelt bekering aan de hoop op God’s betoonde barmhartigheid. Toelichting: de structuur van gebed als lof, bekering en smeekbede.
- Dan. 9:18-19: Daniël verzoekt om God’s aangezicht en schenkt aan hemzelf en aan Israël vanwege de grote God’s goedertierenheid en waarheid. Hiermee wordt duidelijk dat gebed uit afhankelijkheid en geloof vloeit.
- Psalm 51:3-4: Getuigt van schuldbekentenis en verzoek om reiniging; een passend model voor bekering en vergeving in gebed, vergelijkbaar met Daniël’s houding.
Praktische reflectie
Of je nu worstelt met eigen zonden of met de zonden van een grotere gemeenschap, dit vers nodigt uit tot een eerlijke bekering en een smeekbede die niet eindigt in passieve hoop maar in actieve afhankelijkheid van God. Breng je noden voor Zijn heilige werk en erken dat ware verandering voortkomt uit wedergeboorte en Gods genade.
Korte afsluitende samenvatting
Daniël 9:20 toont een gebed vol schuldbekentenis en verlangen naar Gods doel voor Jeruzalem. Het benadrukt dat bekering, pleidooi om genade en afhankelijkheid van God samenkomen als voorwaarde voor Gods ingrijpen in de geschiedenis van het volk.
Kruisverwijzingen
- Daniël 9:4-6: bekering en lofzaak in gebed. Verbinding: erkent Gods heiligheid en het volk’s zonde.
- Daniël 9:18-19: smeekbede als pleidooi voor Gods woning en eer. Verbinding: afhankelijkheid van God’s genade.
- Psalmen 51:3-4: vergeving en reiniging in het gebed. Verbinding: innerlijke reiniging als basis voor gebed.
Toon: Bronvervlechting uit klassieke commentaren: Matthew Henry en Adam Clarke benadrukken beide de noodzaak van schuldbekentenis als spil van gebed en het vertrouwen dat God’s plan uiteindelijk wordt uitgevoerd. Albert Barnes wijst op de kern van berouw en smeking als uitdrukking van geloof in God als God van barmhartigheid.