Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiVerse
Colossenzen 3:1 Colossenzen 3:2 Colossenzen 3:3 Colossenzen 3:4 Colossenzen 3:5 Colossenzen 3:6 Colossenzen 3:7 Colossenzen 3:8 Colossenzen 3:9 Colossenzen 3:10 Colossenzen 3:11 Colossenzen 3:12 Colossenzen 3:13 Colossenzen 3:14 Colossenzen 3:15 Colossenzen 3:16 Colossenzen 3:17 Colossenzen 3:18 Colossenzen 3:19 Colossenzen 3:20 Colossenzen 3:21 Colossenzen 3:22 Colossenzen 3:23 Colossenzen 3:24 Colossenzen 3:25



Colossenzen 3:7 - In dewelke ook gij eertijds hebt gewandeld
In dit vers verwijst Paulus naar het vroegere leven van gelovigen, vóórdat zij Christus toegenegen werden. Hij wijst erop dat de kolossense christenen, net als andere ongelovigen, hun bestaan hechtten aan een zondig en menselijk ingesteld leven. Nu zij vernieuwing in Christus hebben ervaren, wordt herinnering aan die vroegere wijze van leven bedoeld om hen te waarschuwen voor terugval en om te onderstrepen hoe ingrijpend hun transformatie is geweest.
Kernbetekenis
Het onderliggende woord-idee is bekering en de afdalende beweging uit een oud, zondig patroon naar een nieuw, heilig leven. De passage drijft op de overgang van een leven dat werd beheerst door menselijke gewoonten en vleselijke verlangens naar een leven dat is gericht op Christus en op wat Hij van Zijn volgelingen vraagt. Intussen herinneren de woorden aan wat zij ooit deden, zodat zij zichzelf en elkaar kunnen corrigeren wanneer zij terugglijden in oud gedrag.
Drie hoofdthema's
Verweven passages en verheldering
• Eerder in Colossenzen 3 richt Paulus zich op de verandering die het geloof oproept in denken, hart en gedrag. Colossenzen 3:5-6 noemt konkreet de zonden die overgaan tot gerechtvaardigde toorn van God, zodat gelovigen weten wat zij achter zich moeten laten. Romeinen 6:11-13 spreekt van sterven voor het oudezelf en leven voor God, wat aansluit bij de oproep om niet langer toe te geven aan zonden. Efesiërs 4:22-24 onderstreept het afleren van het oude gedrag en het aangroeien in de nieuwe mens.
Toepassing voor vandaag
Toen en nu roept de tekst op tot herinnering aan de transitie die geloofsvertrouwen teweegbrengt. Herinneringen aan het oude leven dienen als getuigenissen van genade en als waarschuwing tegen zelfgenoegzaamheid. Een christen wandelt niet langer in de zonde, maar in navolging van Christus—met nederigheid, waarlijkheid en liefhebben van God en van mensen. Praktisch betekent dit: onderscheppen van oude gewoonten, bewuste keuzes tot heiliging en zorg voor gemeenschap die elkaar aanspoort tot een leven dat past bij de here.
Kernachtige verwijzingen
• Kolossenzen 3:5-6 – waarschuwing over wat hoort bij het oude leven en de toorn der God.
• Romeinen 6:11-13 – sterven met Christus aan de zonden en leven voor God.
• Efesiërs 4:22-24 – uit de oude mens en aanvang van de nieuwe mens.
Korte afsluiting
Het vers herinnert aan de oorsprong van het geloof in de kolossense gemeente en roept op tot waakzaamheid tegen terugval. De werkelijkheid van vergeving en vernieuwing blijft het kader: vroeger leefden zij volgens de wereld, nu leven zij in Christus.