Old Testament
Genesis Exodus Leviticus Numberi Deuteronomium Jozua Richtere Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia MaleachiChapter
Handelingen 1 Handelingen 2 Handelingen 3 Handelingen 4 Handelingen 5 Handelingen 6 Handelingen 7 Handelingen 8 Handelingen 9 Handelingen 10 Handelingen 11 Handelingen 12 Handelingen 13 Handelingen 14 Handelingen 15 Handelingen 16 Handelingen 17 Handelingen 18 Handelingen 19 Handelingen 20 Handelingen 21 Handelingen 22 Handelingen 23 Handelingen 24 Handelingen 25 Handelingen 26 Handelingen 27 Handelingen 28Verse
Handelingen 3:1 Handelingen 3:2 Handelingen 3:3 Handelingen 3:4 Handelingen 3:5 Handelingen 3:6 Handelingen 3:7 Handelingen 3:8 Handelingen 3:9 Handelingen 3:10 Handelingen 3:11 Handelingen 3:12 Handelingen 3:13 Handelingen 3:14 Handelingen 3:15 Handelingen 3:16 Handelingen 3:17 Handelingen 3:18 Handelingen 3:19 Handelingen 3:20 Handelingen 3:21 Handelingen 3:22 Handelingen 3:23 Handelingen 3:24 Handelingen 3:25 Handelingen 3:26



Handelingen 3:26 – Context en kernboodschap
In Handelingen 3:26 spreekt Petrus over Gods handelen in de geschiedenis van Israël. God heeft Zijn Zoon Jezus uit de hemel opgewekt en daarna naar de mensen gezonden, eerst tot “u” Israël, opdat Hij jullie zegeningen zou brengen en ieder van jullie verlost van zijn boosheid. Dit vers plaatst de zending van Jezus in het licht van zegen en bekering: de zegen wordt aangeboden aan degenen die zich afkeren van zonden.
Kernboodschap
De kern van dit vers ligt in drie verbonden gedachten: (1) Gods initiatief in opwekking en zending, (2) de specifieke gerichtheid op het volk van Israël, en (3) de bedoeling dat de zegen gepaard gaat met bekering van boosheden. God geeft de boodschap van vergeving en genezing, maar ontvangst vereist een respons van berouw en geloof.
Drie hoofdthema’s
Relaties met andere passages
• Vergelijk Johannes 3:16–17: God schenkt Zijn Zoon uit liefdesdaad zodat mensen gegrepen worden door geloof en niet verloren gaan. Het thema van zegen en redding gaat hand in hand met bekering.
• Handelingen 2:38-39: De oproep tot bekering en vergeving wordt verbonden aan het ontvangen van de Heilige Geest; dit sluit aan op het idee dat zegen gevolgd wordt door een levende reactie van geloof en gehoorzaamheid.
• Efeziërs 2:8-9: De zegen is een gave van God door genade, niet door eigenwerken, wat de uitnodiging tot bekering onderstreept als een werkzaam vertrouwen in Christus.
Praktische toepassing
Wie hoort deze boodschap vandaag, wordt uitgedaagd om de zegen die in Christus beschikbaar is, te ontvangen door bekering en geloof. De oproep tot afwenden van boosheden blijft actueel: levenswandel die geworteld is in eigenzinnigheid wordt vervangen door een leven in gehoorzaamheid aan Gods wil. Blijf open voor Gods zegeningen en laat die zegen anderen dienen door gerechtigheid en liefde.
Korte samenvatting
Handelingen 3:26 herinnert ons dat God zijn Zoon Jezus eerst tot Israël zendt als zegen en genezing, opdat ieder van hen zich zou bekeren van zijn boosheden. De boodschap is zowel privaat als universeel: binnen de bekering ligt de toegang tot Gods zegen en vergeving.
Nuttige cross-referenties
• Handelingen 2:38-39 — bekering en ontvangst van de Geest als weerspiegeling van zegen. Uitleg: de zegen komt door beroering van het hart en het geloof in Christus.
• Johannes 3:17 — de zending van de Zoon als redding, niet om te veroordelen maar om gered te worden.
• Efeziërs 2:8-9 — Goddelijke genade als basis van de redding, zodat bekering geen menselijke verdienste is maar een gave.
Exacte citaten van oude commentaristen (indien beschikbaar):
Volgens Matthew Henry benadrukt hij de bedoeling van Gods zending: “De Zoon is gezonden om zegen te brengen aan wie zich bekeren.”
Albert Barnes wijst erop dat zegen en bekering onlosmakelijk zijn verbonden in het Evangelie.
Adam Clarke onderstreept dat de zegening eerst tot Israël komt en dat de uitnodiging tot bekering universeel doorwerkt.
Slot: dit vers nodigt uit tot diepe dankbaarheid voor Gods initiative en roept op tot een concrete stap van bekering en geloof, zodat Gods zegen werkelijk in ons leven werkzaam wordt.